Wat besliste de Belastingdienst op 17 juli?
De collectieve beslissing behandelt in één keer alle openstaande verzoeken van niet-bezwaarmakers over de belastingjaren 2017 tot en met 2020 — of het nu gaat om mensen die helemaal geen bezwaar maakten, die te laat bezwaar maakten, die maar gedeeltelijk meededen aan de massaalbezwaarprocedure, of die een verzoek om ambtshalve vermindering indienden. Voor al deze groepen geldt vanaf nu hetzelfde antwoord: geen rechtsherstel over die jaren.
De basis: Hoge Raad-uitspraak van 25 juni 2026
De collectieve beslissing is geen zelfstandige keuze van de Belastingdienst, maar de directe uitvoering van een uitspraak van de Hoge Raad van 25 juni 2026. Daarin oordeelde de hoogste rechter dat niet-bezwaarmakers niet in dezelfde juridische positie verkeren als mensen die destijds wél op tijd bezwaar maakten — en dat van ongelijke behandeling dus geen sprake is. Daarmee volgde de Hoge Raad het advies dat een advocaat-generaal (AG) al op 8 mei 2026 had gegeven in twee proefprocedures. Wie de volledige juridische achtergrond wil lezen — inclusief het onderliggende Kerstarrest van 2021 — vindt die in onze eerdere post over het AG-advies van mei 2026.
Wat betekent dit voor u concreet?
Groep 1 U maakte tijdig bezwaar tegen 2017-2020
U bent al gecompenseerd via de massaalbezwaarprocedure. De beslissing van 17 juli 2026 raakt u niet — uw aanslagen zijn al verminderd op basis van werkelijk rendement.
Groep 2 U maakte géén (of te laat) bezwaar over 2017-2020
U bent niet-bezwaarmaker. Met de collectieve beslissing van 17 juli 2026 staat vast dat u over die jaren geen rechtsherstel krijgt, ook niet als uw werkelijke rendement destijds aantoonbaar lager was dan het forfaitaire. Een nieuw verzoek indienen heeft geen zin meer: de Belastingdienst wijst dit soort verzoeken nu collectief af.
Groep 3 Box 3-inkomen vanaf 2021
Voor de jaren 2021 en later geldt iets anders: ook zonder bezwaar kunt u op basis van uw werkelijke rendement worden belast als dat lager is dan het forfaitaire (de tegenbewijsregeling). De collectieve beslissing van 17 juli 2026 gaat alléén over 2017-2020 en raakt deze jaren niet.
Kunt u nog iets doen?
Voor de jaren 2017-2020 is er voor niet-bezwaarmakers feitelijk geen vervolgstap meer. De Belastingdienst geeft zelf aan dat het formulier Opgaaf werkelijk rendement voor deze jaren niet meer mag worden ingevuld door deze groep. Wie het er principieel niet mee eens is, kan in theorie nog individueel naar de rechter stappen — maar met een expliciete Hoge Raad-uitspraak in de hand is de kans op een ander oordeel klein. Twijfelt u of u destijds wél op tijd bezwaar maakte? Controleer dat in Mijn Belastingdienst of in uw bewaarde correspondentie: wie wél meedeed, is namelijk al gecompenseerd en hoeft niets te doen.
En de toekomst van box 3?
Deze beslissing gaat alleen over het verleden. Voor de langere termijn werkt het kabinet nog altijd aan een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement, met beoogde invoering per 2028 — al is de eindstemming in de Eerste Kamer daarover recent aangehouden. Meer hierover leest u in onze posts over de uitgestelde stemming in de Eerste Kamer en over het beoogde stelsel vanaf 2028. Wilt u alvast een indicatie van uw eigen box 3-situatie? Gebruik onze box 3-tool.
Veelgestelde vragen
Kerndatums geverifieerd op belastingdienst.nl: collectieve beslissing 17 juli 2026, betreft belastingjaren 2017-2020, uitkomst "geen recht op rechtsherstel box 3" voor niet-bezwaarmakers. De onderliggende Hoge Raad-uitspraak van 25 juni 2026 wordt op de Belastingdienst-pagina zelf als bron genoemd; directe raadpleging van hogeraad.nl was op het moment van schrijven niet toegankelijk voor geautomatiseerd ophalen. Geen fiscaal advies — raadpleeg bij twijfel over uw eigen situatie een belastingadviseur. Laatst gecheckt: 22 juli 2026.