Berekeningsmethodiek

Hoe we elke berekening maken — tarieven, formules en aannames voor 2026. Gebaseerd op het Belastingplan 2026 en geverifieerd tegen belastingdienst.nl. Geen fiscaal advies; niet gelieerd aan de Belastingdienst.

Klap een sectie open om de berekening te lezen. Bekijk de laatste wijzigingen onderaan deze pagina.

Inhoudsopgave
1Box 1 — Werk & woning

Box 1 belast inkomen uit werk, eigen woning en aftrekposten. Voor 2026 gelden drie belastingschijven (jonger dan 67 jaar):

SchijfInkomenTarief
Schijf 1tot € 38.88335,75%
Schijf 2€ 38.883 – € 78.42637,56%
Schijf 3vanaf € 78.42649,50%

Voor AOW-gerechtigden geldt in schijf 1 een verlaagd tarief van 17,85%. De schijven zelf blijven gelijk.

DGA? Vul uw persoonlijke salaris bovenaan in bij Bruto inkomen en eventueel dividend bij Box 2. Winst die in de BV blijft, hoort niet bij uw persoonlijke box 1-inkomen. Deze calculator berekent geen vennootschapsbelasting of gebruikelijk loon.

Berekeningsvolgorde

Bij het hele jaar AOW gebruiken we voor IACK 5,72% van het arbeidsinkomen boven €6.239, met een maximum van €1.513, volgens de specifieke Belastingdienst-tabel 2026. Dit maximum staat ook in de Rechtspraak-tabellen 2026 (p. 48). De algemene fiscale informatiepagina noemt afwijkende waarden; we volgen hier bewust de specifieke tabel. De officiële tabel waarschuwt voor enkele euro’s afrondingsverschil met de aanslag. Pensioen zelf is geen arbeidsinkomen.

Bronnen: Belastingdienst IACK 2026 · Rechtspraak 2026, p. 48

De alleenstaandeouderenkorting wordt niet afgeleid van fiscaal partnerschap. We tellen de korting alleen mee nadat u het persoonlijke recht bevestigt. De snelle scan onderscheidt loon, winst en pensioen per persoon: pensioen levert geen arbeidskorting of IACK op. De uitgebreide calculator kan AOW/pensioen met ondernemingswinst combineren; alleen de winst telt dan als arbeidsinkomen. Loon en pensioen samen in één bedrag zijn niet ondersteund. Het AOW-overgangsjaar en de vóór-1946-groep zijn niet ondersteund. Zvw staat hieronder apart uitgelegd.

De verhaalde WGA/Whk-premie verlaagt uw fiscale loon niet. Een WGA-hiaatverzekering kan juist een bruto-inhouding zijn: neem de indeling van uw loonstrook over. Vermeld die dan bij andere bruto-inhoudingen, niet tweemaal.

Belastingdienst: verschil WGA/Whk-verhaal en WGA-hiaatverzekering (20 juli 2026).

Waarom hebben sommige posten geen invulveld?

Privé-studiekosten zijn in 2026 niet aftrekbaar als scholingsuitgaven. Zakelijke scholing kan onder voorwaarden wel een ondernemingskost zijn; verwerk zulke kosten in uw winst en trek ze hier niet nogmaals af.

Ouderschapsverlof verandert uw werkelijke jaarinkomen. Is de uitkering via uw werkgever al in het loon verwerkt, tel die dan niet nogmaals op. Rechtstreekse UWV-uitkeringen en hun fiscale indeling worden hier niet apart gemodelleerd; controleer daarvoor uw jaaropgaaf en aangifte.

Verkocht u een woning met overwaarde? De bijleenregeling wordt hier niet berekend: één bedrag aan overwaarde is daarvoor onvoldoende. Laat de aftrekbare rente eerst vaststellen. Kies daarna bij hypotheektype de handmatige invoer en vul uitsluitend dat aftrekbare rentebedrag in. U krijgt dan geen tweede korting op de ingevoerde rente wegens het hypotheektype.

Eigen zorgbijdrage (Zvw)

De hoofdresultaten blijven herkenbaar als bedragen na inkomstenbelasting. De uitgebreide calculator en bruto-netto-scan tonen daarnaast de eigen Zvw en het resterende bedrag na die bijdrage. Voor 2026 rekenen we 4,85% met maximaal € 79.409 bijdrage-inkomen per persoon. Gewoon loon met werkgeversheffing verbruikt eerst het maximum, daarna AOW/pensioen met inhouding, daarna belastbare ondernemingswinst. Die winst is na investeringsaftrek, ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling, maar vóór hypotheekrente, lijfrente-inleg en persoonsgebonden aftrek. Heffingskortingen verlagen de Zvw niet. De werkgeversheffing zelf trekken we niet af van werknemersloon. Verliezen, DGA-verzekeringsstatus, buitenlandse situaties en bijzondere vrijstellingen vereisen nadere beoordeling. De jaarindicatie bepaalt niet wat op een specifieke loonstrook of aanslag staat. Premie aan de zorgverzekeraar en privé-uitgaven komen hier niet in mindering.

Bronnen: Zorgverzekeringswet, artikel 43; Belastingdienst 2026, bijdrage Zvw; werkgeversheffing of eigen bijdrage. Gecontroleerd: 9 september 2026.

Loon en ondernemingswinst tellen samen mee in box 1. Voor arbeidskorting en IACK gebruiken we het arbeidsinkomen vóór ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling. Investeringsaftrek verlaagt wel de winst. Een pensioenuitkering is geen arbeidsinkomen.

  • Bruto inkomen — uw salaris, winst uit onderneming of pensioen.
  • Aftrekposten — zelfstandigenaftrek, MKB-vrijstelling, hypotheekrente, lijfrente, alimentatie, zorgkosten, giften, reisaftrek. Worden afgetrokken van het bruto inkomen.
  • Belastbaar inkomen = bruto − aftrekposten + eigenwoningforfait.
  • Bruto belasting = som van schijf-tarieven toegepast op belastbaar inkomen.
  • Heffingskortingen (algemene heffingskorting + arbeidskorting + IACK) worden van de bruto belasting afgetrokken.
  • Netto box 1 belasting = bruto belasting − heffingskortingen.

Eigenwoningforfait

Bij een eigen woning telt een fictief inkomen mee, gebaseerd op de WOZ-waarde. Voor 2026 geldt de volgende staffel:

WOZ tot € 12.500 → 0%
WOZ € 12.500 – € 25.000 → 0,10% × WOZ
WOZ € 25.000 – € 50.000 → 0,20% × WOZ
WOZ € 50.000 – € 75.000 → 0,25% × WOZ
WOZ € 75.000 – € 1.350.000 → 0,35% × WOZ
WOZ boven € 1.350.000 → € 4.725 + 2,35% × (WOZ − € 1.350.000) (villatax)

De villatax-grens is per 2026 verhoogd van € 1.310.000 (2025) naar € 1.350.000. Boven die grens betaalt u over het meerdere een fors hoger tarief van 2,35%, waardoor het EWF voor zeer dure woningen snel oploopt.

Voorbeeld 1 — gewone woning
Bruto inkomen € 65.000, hypotheekrente € 8.000, WOZ € 400.000.
Eigenwoningforfait = 0,35% × € 400.000 = € 1.400
Saldo eigen woning = € 8.000 − € 1.400 = € 6.600 (aftrekpost)
Belastbaar inkomen = € 65.000 − € 6.600 = € 58.400

Eigen woning gedurende een deel van 2026

De calculator gebruikt standaard het hele jaar. Kies bij de woning voor een deeljaar om de begin- en einddatum vast te leggen. Bij verhuizing gebruikt u de BRP-adreswijziging. De periode moet ook binnen uw eigendom of dat van uw fiscale partner vallen.

We berekenen het jaarforfait uit de volledige WOZ-waarde en vermenigvuldigen dat met het aantal toepasselijke dagen gedeeld door 365. Volgens de gepubliceerde voorbeelden telt de wijzigingsdag bij de vertrekkende woning, niet bij de aankomende woning. 1 januari betekent dat de woning bij het begin van het jaar al uw eigen hoofdverblijf was.

Voorbeeld: WOZ € 276.000, BRP-wijziging op 15 september: € 966 × 107 / 365 = € 283,18 vóór afronding. De Belastingdienst toont € 283 in de aangifte. SlimBelast behoudt decimalen in de indicatieve berekening; afzonderlijke aangifteafrondingen kunnen het eindbedrag iets veranderen.

Een tweede koopwoning krijgt een eigen WOZ-waarde en periode. We tellen beide forfaits op; overlappende hoofdverblijfperioden worden geweigerd. Werkelijk betaalde rente en financieringskosten worden niet met een dagfactor verminderd. Bij verschillende leningen of de bijleenregeling gebruikt u het vastgestelde aftrekbare rentebedrag via de handmatige invoer. De gezamenlijke woningpost en Hillen volgen daarna de partnerverdeling.

Belastingdienst: deeljaar · Belastingdienst: verhuizing

Saldo eigen woning & Hillen-aftrek 2026

Het saldo eigen woning = aftrekbare hypotheekrente + aankoopkosten + oversluitkosten − eigenwoningforfait. Dit saldo kan positief (aftrekpost) of negatief (bijtelling) zijn:

  • Saldo positief (rente > EWF): normale situatie, het saldo verlaagt uw belastbaar inkomen.
  • Saldo negatief (EWF > rente, bijv. bij bijna-afgeloste hypotheek): er zou een bijtelling ontstaan, maar de Wet Hillen compenseert dit gedeeltelijk.

Bij de Wet Hillen wordt een groot deel van het verschil teruggegeven als aftrek. Sinds 2019 wordt deze aftrek echter geleidelijk afgebouwd. Het Belastingplan 2026 versnelt deze afbouw van 3,33% naar 4,8% per jaar:

Hillen-aftrek 2026 = 71,867% × (EWF − rente)
Resterende bijtelling 2026 = 28,133% × (EWF − rente)

Ter vergelijking: 2025 was 76,67%, en 2024 was 80,00%. De Hillen-aftrek verdwijnt volledig in 2041.

Voorbeeld 2 — Hillen-situatie (bijna afgeloste hypotheek)
Hypotheekrente € 1.000, WOZ € 400.000 → EWF = € 1.400
Verschil = € 1.400 − € 1.000 = € 400 (zou bijtelling zijn)
Hillen-aftrek = 71,867% × € 400 = € 287
Netto bijtelling = 28,133% × € 400 = € 113
Belastbaar inkomen wordt met € 113 verhoogd (in plaats van met € 400 zonder Hillen).

Tariefcorrectie aftrekposten 2026 (37,56% plafond)

Bij hoge inkomens rekenen we de aftrekbeperking over de aftrekbare rente en kosten, niet over het saldo na eigenwoningforfait. Ook bij Hillen kan daarom een correctie ontstaan. Partners verdelen de kosten in dezelfde verhouding als het woningsaldo.

Belastingdienst: Hillen en tariefsaanpassing, voorbeeld 2026

Hypotheekrenteaftrek en bepaalde andere aftrekposten worden in 2026 maximaal aftrekbaar tegen 37,56% — ook als u in de hoogste schijf (49,50%) zit. Dit gebeurt via een tariefcorrectie: voor het deel van de aftrek dat in de 49,5%-schijf valt, telt de Belastingdienst 11,94% terug bij uw belasting.

Tariefcorrectie = (49,50% − 37,56%) = 11,94% × deel aftrek in toptariefschijf

De tariefcorrectie geldt voor de aftrekbare rente en kosten van de eigen woning (vóór verrekening van het eigenwoningforfait), partneralimentatie, specifieke zorgkosten boven drempel, giftenaftrek, ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling. Lijfrente en reisaftrek vallen er niet onder — die blijven aftrekbaar tegen het volledige marginale tarief.

Voorbeeld 3 — tariefcorrectie bij hoog inkomen
Bruto jaarloon € 100.000; aftrekbare hypotheekrente € 15.000; eigenwoningforfait € 1.750.
Belastbaar box 1 na woningsaldo: € 86.750.
Toetsingsbedrag: € 86.750 + € 15.000 − € 78.426 = € 23.324.
Tariefcorrectie: MIN(€ 15.000, € 23.324) × 11,94% = € 1.791.
Het eigenwoningforfait verlaagt de kostenbasis voor deze correctie niet. Ook bij Hillen kan de correctie gelden.
Voorbeeld 4 — tariefcorrectie bij ondernemer met hoog inkomen
Winst uit onderneming € 100.000, ZZP'er, geen starter.
Zelfstandigenaftrek = € 1.200
MKB-winstvrijstelling = (€ 100.000 − € 1.200) × 12,7% = € 12.548
Totaal getariefcorrigeerde aftrek = € 1.200 + € 12.548 = € 13.748
Belastbaar inkomen na aftrek = € 100.000 − € 13.748 = € 86.252
Vóór aftrek lag € 21.574 boven € 78.426; aftrekdeel in top-schijf = MIN(€ 13.748, € 21.574) = € 13.748
Tariefcorrectie = € 13.748 × 11,94% = € 1.641 (komt erbij in de belasting)
Effect: ondernemers met hoog inkomen krijgen hun MKB-winstvrijstelling ook tegen 37,56%, niet tegen 49,5%.

Bron Eigenwoningforfait 2026: Belastingdienst — Eigenwoningforfait · Bron Wet Hillen 2026: Belastingdienst — Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld · Bron Tariefcorrectie 2026: Belastingdienst — Tariefsaanpassing aftrekposten bij hoog inkomen · TaxLive — Belastingschijven en tarieven 2026 · Wet IB 2001 art. 2.10 lid 2.

1BSalariscomponenten & werkgeverregelingen

Naast uw maandsalaris zijn er meerdere componenten die uw bruto en netto inkomen beïnvloeden. Deze sectie legt uit hoe vakantiegeld, een 13e maand, bonussen, bijtelling voor de auto van de zaak, en onbelaste werkgeververgoedingen worden behandeld in onze calculator. Wilt u snel zien wat u netto overhoudt? Gebruik dan de bruto-netto calculator.

Vakantiegeld, 13e maand & bonus

Deze drie componenten vallen onder uw bruto loon en worden belast tegen hetzelfde tarief als uw reguliere salaris. Er is geen apart "bonustarief" in Nederland — alle uitkeringen worden via de loonheffing belast volgens uw inkomensschijf.

ComponentStandaardberekeningBehandeling
Vakantiegeld8% van bruto jaarsalarisBelast als bruto loon (Box 1)
13e maand1/12 van bruto jaarsalarisBelast als bruto loon (Box 1)
Bonus / eindejaars­uitkeringEenmalig bedragBelast als bruto loon (Box 1)

De calculator telt deze bedragen op bij uw basisloon en past dezelfde schijftarieven toe (35,75% / 37,56% / 49,50%). Heffings­kortingen (AHK, arbeids­korting, IACK) gelden ook over dit verhoogde inkomen.

Voorbeeld — vakantiegeld erbij
Basis bruto € 50.000, vakantiegeld € 4.000.
Totaal bruto = € 54.000
Schijf 1 (€ 38.883 × 35,75%) = € 13.901
Schijf 2 (€ 15.117 × 37,56%) = € 5.678
Bruto belasting = € 19.579 (vóór heffings­kortingen)

Auto van de zaak — bijtelling

Wanneer u zakelijk een auto rijdt die ook privé wordt gebruikt (≥ 500 privé­kilometers per jaar), telt een percentage van de cataloguswaarde mee als loon in natura. Dit verhoogt uw belastbaar inkomen voor de berekening van inkomstenbelasting — maar u ontvangt dit bedrag niet als geld.

Belangrijk — bijtelling is fictief inkomen

De bijtelling werkt als een extra belastingdruk, niet als extra geld in uw zak. Concreet: stel u verdient € 60.000 bruto en heeft een leaseauto met € 11.000 bijtelling. De Belastingdienst rekent uw belasting alsof u € 71.000 verdient, maar uw werkgever maakt nog steeds € 60.000 aan u over (minus de hogere loonheffing). U betaalt dus extra belasting over het privégebruik van de auto, zonder dat uw bruto loon stijgt.

Type autoBijtellings­percentage 2026
Benzine, diesel, hybride (PHEV)22% over volledige cataloguswaarde
Volledig elektrisch (BEV)18% tot € 30.000 (eerste toelating 2026), 22% boven dat bedrag
Auto ouder dan 16 jaar of toepasselijk overgangsrecht35% over dagwaarde (i.p.v. cataloguswaarde)

Eigen bijdrage

Een eigen bijdrage die u aan uw werkgever betaalt voor privégebruik wordt afgetrokken van de bijtelling, mits dit schriftelijk is vastgelegd. De bijtelling kan nooit onder nul uitkomen — bijdragen die de bijtelling overstijgen zijn niet aftrekbaar.

Bijtelling jaar = (cataloguswaarde × tarief) − (eigen bijdrage per maand × 12)
Met als ondergrens: 0

Hoe SlimBelast dit verwerkt

Onze calculator volgt deze methodiek:

  1. Bijtelling wordt opgeteld bij uw bruto loon voor de belastingberekening;
  2. Box 1 belasting wordt berekend over loon + bijtelling;
  3. Voor uw netto besteedbaar inkomen trekken we de bijtelling weer af — u ontvangt namelijk alleen het werkelijk uitbetaalde loon;
  4. De extra belasting is daarmee de werkelijke kost van privégebruik.
Volledig voorbeeld — benzineauto € 50.000
Loon: € 60.000/jr · cataloguswaarde € 50.000 · benzine 22% · eigen bijdrage € 0
Bijtelling = € 50.000 × 22% = € 11.000/jr
Belastbaar inkomen = € 60.000 + € 11.000 = € 71.000
Belasting box 1 over € 71.000 ≈ € 21.458 (na heffingskortingen)
Werkgever maakt over: € 60.000 − € 21.458 = netto € 38.542/jr
Zonder leaseauto: belasting over € 60.000 ≈ € 16.013, netto = € 43.987
Werkelijke kost privégebruik = € 43.987 − € 38.542 = € 5.445/jr

Onbelaste werkgever­vergoedingen

Sommige vergoedingen die uw werkgever betaalt zijn — binnen wettelijke grenzen — vrij van loonbelasting en sociale premies. Ze tellen niet mee bij uw bruto inkomen voor belastingberekening, maar wel bij wat u netto in handen krijgt.

VergoedingMaximum onbelast 2026Behandeling
Thuiswerk­vergoeding€ 2,40 per thuiswerkdagVolledig onbelast tot maximum
Reiskosten­vergoeding (woon-werk)€ 0,25 per kmVolledig onbelast tot maximum

De calculator berekent deze automatisch op basis van uw invoer:

Thuiswerk: dagen per week × € 2,40 × 46 weken
(46 weken = 52 weken − vakantie en feestdagen, gangbare aanname)

Reiskosten: kilometers (enkele reis) × 2 × € 0,25 × dagen per jaar
(× 2 voor heen- en terugreis)
Voorbeeld — combinatie vergoedingen
2 dagen thuiswerk per week + 25 km enkele reis × 100 reisdagen.
Thuiswerk = 2 × € 2,40 × 46 = € 221
Reiskosten = 25 × 2 × € 0,25 × 100 = € 1.250
Totaal onbelast = € 1.471 netto extra in handen.
Bij toptarief van 49,5% zou ditzelfde bedrag bruto € 2.913 hebben gekost.

Het kilometermaximum van € 0,25 geldt in 2026 op grond van een goedkeurend beleidsbesluit, met terugwerkende kracht tot 1 januari. Het is geen verplichting voor de werkgever om dit bedrag te betalen. Vul de werkelijk ontvangen vergoeding in.

Staatscourant 2026, 18302, onderdelen 2.1 en 2.2.

Aftrekposten op bruto loon (pre-aftrek)

Verschillende premies en bijdragen worden door uw werkgever ingehouden vóórdat de loonbelasting wordt berekend. Deze verminderen uw belastbaar inkomen direct.

ComponentWie betaaltEffect
Pensioen­premie werknemerU (via werkgever ingehouden)Verlaagt belastbaar Box 1 inkomen
WW-premie werknemerU (indien apart)Verlaagt belastbaar Box 1 inkomen
WIA / WGA-premieUVerlaagt belastbaar Box 1 inkomen
PAWW, vakbond, etc.UVerlaagt belastbaar Box 1 inkomen

De calculator ondersteunt zowel jaar­bedragen als maand­bedragen via een toggle. Vult u maandbedragen in, dan worden deze automatisch met 12 vermenigvuldigd voor de jaarberekening.

Bron: belastingdienst.nl — Auto van de zaak · Onkosten­vergoedingen 2026

1CExpatregeling (30%-ruling)

De expatregeling — in de wandelgangen nog vaak 30%-regeling genoemd — is een fiscale faciliteit voor werknemers die vanuit het buitenland naar Nederland zijn gerekruteerd voor specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. De werkgever mag tot 30% van het bruto loon belastingvrij uitkeren als vergoeding voor zogenaamde extraterritoriale kosten (verhuis-, woon-, en levenskosten gerelateerd aan de internationale verhuizing).

Hoe werkt het in de praktijk?

De afgesproken bruto vergoeding wordt op de loonstrook gesplitst in twee componenten:

  • 70% belast loon — onderhevig aan de gebruikelijke Box 1 inkomstenbelasting (35,75% / 37,56% / 49,50%)
  • 30% onbelaste vergoeding — als belastingvrije compensatie voor extraterritoriale kosten

De werknemer ontvangt nog steeds het volledige bruto bedrag, maar betaalt veel minder belasting. Bij hogere inkomens kan dit per jaar duizenden euro's schelen.

Voorwaarden 2026

EisDetail
WerknemerschapVerplicht in dienstverband. Zelfstandigen / ondernemers (winst uit onderneming) komen niet in aanmerking.
Specifieke deskundigheidSchaars op de Nederlandse arbeidsmarkt. In de praktijk via salarisnorm getoetst.
150 km-criteriumU moet meer dan 16 van de 24 maanden vóór indiensttreding op meer dan 150 km hemelsbreed van de Nederlandse grens hebben gewoond.
LooptijdMaximaal 60 maanden (5 jaar) per werkgever.
Gezamenlijk verzoekWerknemer én werkgever vragen samen aan bij de Belastingdienst, idealiter binnen 4 maanden na indiensttreding.

Salarisnormen 2026

Het belastbaar loon (de 70%-component na 30%-aftrek) moet boven een minimum salarisnorm blijven, anders vervalt het recht op de regeling voor dat jaar:

CategorieMinimaal belastbaar loon (na 30%-aftrek)Equivalent bruto
Reguliere werknemer€ 48.013≈ € 68.590
Onder 30 jaar met master-titel€ 36.497≈ € 52.139
Wetenschappelijk onderzoeker / arts in opleidinggeen normn.v.t.

De master-titel moet door het IDW (Internationale Diploma Waardering) zijn erkend of vooraf door de Belastingdienst zijn goedgekeurd.

Maximumbedrag — Balkenende-norm

Sinds 2024 geldt een cap: het loon waarover de 30% wordt berekend, is gemaximeerd op de zogenaamde WNT-norm (Wet Normering Topinkomens), in 2026 vastgesteld op € 262.000. Hieruit volgt dat de maximale belastingvrije vergoeding € 78.600 per jaar bedraagt (30% × € 262.000). Inkomen boven dat bedrag is volledig belast tegen de gebruikelijke schijftarieven.

Voorbeeld 1 — € 100.000 bruto, regulier
Bruto loon (incl. vakantiegeld + bonus + bijtelling auto) = € 100.000
30%-vrijstelling = € 30.000 (belastingvrij)
Belastbaar loon (70%) = € 70.000 (boven norm € 48.013 ✓)

Belasting Box 1 over € 70.000: ca. € 21.000 (na heffings­kortingen)
Netto cashflow = € 100.000 − € 21.000 = € 79.000

Vergelijking zonder 30%-regeling:
Belasting over € 100.000: ca. € 37.300
Netto cashflow = € 62.700
Voordeel: ca. € 16.300 per jaar
Voorbeeld 2 — € 60.000 bruto, regulier (norm-fallback)
Bruto loon = € 60.000
Volle 30% zou € 18.000 zijn → belastbaar zou € 42.000 worden
Maar dat ligt onder de salarisnorm € 48.013!

Daarom: vrijstelling wordt verlaagd tot € 11.987 (= € 60.000 − € 48.013)
Belastbaar loon = € 48.013 (precies op de norm)
U mist hierdoor € 6.013 aan belastingvrij voordeel.

Tip: bij dit salaris is volledige expatregeling pas mogelijk vanaf bruto € 68.590.
Voorbeeld 3 — € 280.000 bruto (Balkenende-cap)
Bruto loon = € 280.000
Cap toegepast: 30% × min(€ 280.000, € 262.000) = € 78.600 vrijstelling
Belastbaar loon = € 280.000 − € 78.600 = € 201.400
€ 18.000 (boven cap) wordt volledig belast tegen 49,50% top­tarief.

Wat valt wèl onder de 30%-grondslag?

Het reguliere loon en de meeste loon­componenten:

  • ✓ Bruto basisloon
  • ✓ Vakantiegeld (8%)
  • ✓ 13e maand
  • ✓ Bonussen / eindejaarsuitkering
  • ✓ Bijtelling auto van de zaak

Wat valt NIET onder de 30%-grondslag?

  • ✗ Werkgevers­bijdrage pensioen­premies
  • ✗ Ontslagvergoedingen / transitievergoeding
  • ✗ Winst uit onderneming (alleen werknemers­loon kwalificeert)

Veranderingen 2027 — vooruitzicht

Voor wie sinds 1 januari 2024 of later instroomt, wordt het percentage per 1 januari 2027 verlaagd van 30% naar 27%. Tegelijk worden de salarisnormen extra verhoogd (bovenop de jaarlijkse indexering). Werknemers die vóór 2024 al de regeling toepasten, behouden 30% voor de hele resterende looptijd (overgangsrecht).

Het eerder aangekondigde "30/20/10-systeem" (waarbij het percentage in stappen zou aflopen tijdens de 5-jarige looptijd) is per 2025 teruggedraaid. Voor 2025 en 2026 geldt het volledige vlakke 30%-tarief gedurende de hele looptijd.

Partieel buitenlandse belastingplicht (vervalt 2026)

Voorheen konden 30%-regeling gebruikers kiezen voor de "partial non-resident" status, waardoor hun box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (vermogen) buitenlandse bezittingen niet belast werden in Nederland. Deze faciliteit is per 1 januari 2025 afgeschaft. Voor wie eind 2023 al de regeling toepaste geldt nog overgangsrecht tot 31 december 2026 — daarna geen vrijstelling meer.

De calculator past geen partial non-resident status toe; alle vermogen wordt gewoon meegenomen in box 3.

Hoe past de calculator dit toe?

Activeert u de toggle "Expatregeling (30%-ruling)" in de calculator, dan:

  1. Berekent de tool de 30%-vrijstelling: min(bruto, € 262.000) × 0,30
  2. Test of het belastbare deel (70%) boven uw salarisnorm uitkomt; zo niet, dan verlaagt het de vrijstelling tot precies de norm wordt geraakt en toont een waarschuwing
  3. Berekent Box 1 belasting alleen over het belastbare deel
  4. Bij netto cashflow telt het de 30%-vergoeding wèl mee als ontvangen geld (in tegenstelling tot bijtelling, dat fictief inkomen is)
  5. Werkt zowel voor Partner 1 als Partner 2 (beide kunnen onafhankelijk de regeling hebben)

Bron: belastingdienst.nl — 30%-regeling · business.gov.nl — Expat scheme · government.nl — 30% facility

2Box 2 — Aanmerkelijk belang

Box 2 belast inkomen uit aanmerkelijk belang (≥5% aandelen in een vennootschap). Twee schijven in 2026:

SchijfInkomenTarief
Schijf 1tot € 68.84324,5%
Schijf 2vanaf € 68.84331,0%

Wat valt onder Box 2?

Dividenduitkeringen uit uw eigen BV, verkoopwinst op aandelen waarin u aanmerkelijk belang heeft, en andere voordelen uit aanmerkelijk belang.

Fiscale partners

Box 2-inkomen is een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel: fiscale partners mogen het onderling verdelen in hun aangifte. De € 68.843-grens geldt per persoon. Bij optimale 50/50 verdeling kunnen partners samen tot € 137.686 (2 × € 68.843) tegen het lage tarief van 24,5% laten belasten — dat scheelt tot € 4.526 ten opzichte van alles bij één persoon.

Tip — verdelen met fiscaal partner
Dividenduitkering € 120.000 uit BV waarvan u en uw partner samen 100% bezitten.
Alles bij u: € 68.843 × 24,5% + € 51.157 × 31% = € 16.866 + € 15.859 = € 32.725
50/50 verdeeld: 2 × (€ 60.000 × 24,5%) = € 29.400
Voordeel verdelen: € 3.325 belastingbesparing.
Voorbeeld DGA — alleenstaand
Dividenduitkering € 100.000 uit uw BV.
Schijf 1 (24,5%): € 68.843 × 24,5% = € 16.866
Schijf 2 (31%): (€ 100.000 − € 68.843) × 31% = € 9.659
Totale box 2 belasting = € 26.525

Bron: Belastingplan 2026 — Belastingdienst — Inkomen uit aanmerkelijk belang · Wet inkomstenbelasting 2001 art. 2.12 / 4.13

3Box 3 — Sparen & beleggen

Box 3 belast vermogen op basis van een fictief rendement. Het belastingtarief is 36% over dat fictieve rendement.

Forfaitaire rendementen 2026

CategorieVoorlopig forfait 2026
Banktegoeden / spaargeld1,28%
Beleggingen, vastgoed, crypto, overig6,00%
Schulden (aftrekbaar)2,70%

Spaargeld en schulden worden begin 2027 definitief vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde rente.

Heffingsvrij vermogen 2026

  • Alleenstaand: € 59.357
  • Fiscaal partner: € 118.714 (per persoon € 59.357)
  • Schuldendrempel: € 3.800 alleenstaand / € 7.600 partners (drempel mag niet worden afgetrokken)

Berekening — 6 stappen

  • Bepaal totale bezittingen (spaar + beleggingen + vastgoed + crypto) op peildatum 1 januari 2026.
  • Trek aftrekbare schulden af (boven drempel).
  • Trek heffingsvrij vermogen af → grondslag sparen en beleggen.
  • Bereken fictief rendement per categorie (1,28% spaar, 6% overig).
  • Bepaal aandeel in rendementsgrondslag en belastbaar rendement.
  • Belasting = 36% × belastbaar rendement.
Voorbeeld — alleenstaand met € 150.000 spaargeld
Stap 1 — Rendement: 1,28% × € 150.000 = € 1.920
Stap 2 — Grondslag: € 150.000 − € 59.357 = € 90.643
Stap 3 — Aandeel: € 90.643 / € 150.000 = 60,4%
Stap 4 — Box 3 inkomen: € 1.920 × 60,4% = € 1.160
Stap 5 — Belasting: 36% × € 1.160 = € 418

Tegenbewijsregeling

Sinds 2024 kunt u kiezen voor belasting over uw werkelijke rendement als dat lager is dan het forfait. Dit is wettelijk vastgelegd in de Wet tegenbewijsregeling box 3 (Hoge Raad-arresten 6 juni 2024).

Let op
Bij het werkelijk rendement kijkt de Belastingdienst naar het hele kalenderjaar (niet alleen peildatum). Inkomsten + waardeveranderingen tellen mee. Geen heffingsvrij vermogen bij werkelijk rendement.

Vul het volledige jaarresultaat in, inclusief waardeveranderingen en aftrekbare box 3-schuldrente. Neem bij vastgoed ook de toepasselijke bijtelling eigen gebruik mee. Laat leeg als u dit nog niet weet; nul betekent een werkelijk vastgesteld resultaat van nul. De tool controleert deze samenstelling niet en past geen heffingsvrij vermogen toe op werkelijk rendement.

Groenbeleggen

Extra vrijstelling voor groene beleggingen tot € 26.715 (alleenstaand) / € 53.430 (partners), plus 0,1% heffingskorting (was 0,7% in 2024). De heffingskorting wordt vermenigvuldigd met de vrijstelling, niet met de werkelijke inleg.

2026 is het laatste jaar
Vanaf 2027 wordt de groene vrijstelling verlaagd naar slechts € 200.

Bron: Belastingdienst — belastingdienst.nl/box-3

4Heffingskortingen 2026

Algemene heffingskorting (AHK)

Verzamelinkomen ≤ € 29.736 → AHK = € 3.115
€ 29.736 < verzamelinkomen < € 78.426 → AHK = € 3.115 − (verzamelinkomen − € 29.736) × 6,398%
Verzamelinkomen ≥ € 78.426 → AHK = € 0

Het verzamelinkomen is de som van box 1, box 2 én box 3 (na verliesverrekening). Sinds 2025 telt dus ook box 2- en box 3-inkomen mee voor de AHK-afbouw — niet alleen box 1.

Arbeidskorting

Korting voor inkomen uit werk, met opbouw en afbouw:

ArbeidsinkomenArbeidskorting
tot € 11.9658,324% × inkomen
€ 11.965 – € 25.845€ 996 + 31,009% × (inkomen − € 11.965)
€ 25.845 – € 45.592€ 5.300 + 1,950% × (inkomen − € 25.845), tot max € 5.685
€ 45.592 – € 132.920€ 5.685 − 6,510% × (inkomen − € 45.592)
boven € 132.920€ 0

Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

Bij gelijk arbeidsinkomen heeft de oudste partner voorrang. In de uitgebreide calculator en bruto-netto-tool kiest u wie dat is. Zolang die keuze ontbreekt, is de IACK daar niet meegerekend. De toeslagentool rekent alleen een huishoudtotaal: bij gelijke lonen en dezelfde leeftijdscategorie verandert dat totaal niet door de keuze van de ontvanger. Een kind moet na 2013 geboren zijn en in 2026 minimaal zes maanden tot het huishouden behoren, of aan de co-ouderschapsvoorwaarden voldoen. De toeslagentool beperkt de IACK tot de eigen resterende belasting. De tools modelleren niet alle uitzonderingen en internationale situaties.

Voor ouders met kinderen jonger dan 12 jaar én een arbeidsinkomen ≥ € 6.239:

IACK = min(€ 3.032, (arbeidsinkomen − € 6.239) × 11,45%)
De korting bouwt op vanaf € 6.239 arbeidsinkomen en bereikt het maximum van € 3.032 bij € 32.710.

Partnerregel: de IACK is er alleen voor wie geen fiscale partner heeft, óf minder arbeidsinkomen heeft dan de partner (de minstverdienende). Per huishouden wordt de korting dus maximaal één keer toegekend — in de calculator automatisch aan de partner met het laagste arbeidsinkomen. Eén verdiener met een partner zonder arbeidsinkomen krijgt géén IACK.

Bron: Belastingdienst Tarieven 2026, KVK Belastingtarieven 2026

5Aftrekposten

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek vraagt ondernemerschap voor de inkomstenbelasting en minimaal 1.225 uur in het kalenderjaar, plus meer tijd aan de onderneming dan aan ander werk. Die laatste eis vervalt als u in minimaal één van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer was. De calculator vraagt uw bevestiging; hij toetst uw administratie niet.

Startersaftrek

Extra € 2.123 bovenop zelfstandigenaftrek. Maximaal 3× toepasbaar in eerste 5 jaar van ondernemerschap.

Zonder startersaftrek is de zelfstandigenaftrek beperkt tot de winst. Bij een verlies verkleint de MKB-winstvrijstelling het verlies. Heeft u aan het begin van 2026 de AOW-leeftijd bereikt, dan bedragen de zelfstandigenaftrek en startersaftrek respectievelijk € 600 en € 1.062. Verrekening met andere belastingjaren wordt niet berekend.

MKB-winstvrijstelling

MKB-vrijstelling = 12,7% × (winst − KIA − zelfstandigenaftrek − startersaftrek)

Geen urencriterium nodig (in tegenstelling tot zelfstandigenaftrek). De formule volgt een vaste volgorde:

  1. Bepaal de winst uit onderneming (omzet minus zakelijke kosten);
  2. Trek de investeringsaftrek (KIA) af — die verlaagt de winst vóór de ondernemersaftrek;
  3. Trek de zelfstandigenaftrek (€ 1.200) af;
  4. Trek eventueel de startersaftrek (€ 2.123) af — alleen voor nieuwe ondernemers, max 3× in 5 jaar;
  5. Bereken 12,7% over wat overblijft = MKB-winstvrijstelling.

Belangrijk: de MKB-winstvrijstelling valt onder de tariefcorrectie 11,94%. Voor het deel dat in de top-schijf (49,50%) afgetrokken wordt, telt de Belastingdienst 11,94% terug, waardoor het maximale aftrektarief 37,56% blijft. Dit geldt ook voor zelfstandigenaftrek en startersaftrek.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

De KIA stimuleert ondernemers om te investeren in bedrijfsmiddelen. De hoogte hangt af van het totale investeringsbedrag in een kalenderjaar. Bron: Belastingdienst — Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2026.

InvesteringKIA
€ 0 – € 2.900geen
€ 2.901 – € 71.68328% × investering
€ 71.684 – € 132.746vast: € 20.072
€ 132.747 – € 398.236€ 20.072 − 7,56% × (investering − € 132.746)
boven € 398.236€ 0

De KIA verlaagt uw winst rechtstreeks in box 1 — niet via tariefcorrectie. Bij verkoop van een bedrijfsmiddel binnen 5 jaar geldt de desinvesteringsbijtelling.

Hypotheekrenteaftrek & eigenwoningregeling

De hypotheekrente voor uw eigen woning (hoofdverblijf) is in 2026 aftrekbaar tegen maximaal 37,56%. Vanaf de tweede schijf wordt de aftrek dus niet meer tegen 49,5% verrekend. De netto aftrek = aftrekbare hypotheekrente − eigenwoningforfait.

Wanneer is de rente aftrekbaar?

HypotheektypeRenteaftrek?
Annuïtair of lineair (na 2013)✓ Volledig aftrekbaar (max 30 jaar)
Aflosvrij — vóór 1 januari 2013✓ Aftrekbaar onder overgangsrecht
Aflosvrij — na 2013, geen overgangsrecht✗ Geen renteaftrek
Gemengd (deels annuïtair / deels aflosvrij)~ Pro rata: alleen het annuïtaire deel

Voor hypotheken afgesloten na 1 januari 2013 geldt de eis dat de schuld binnen 30 jaar volledig moet worden afgelost (annuïtair of lineair). Aflosvrije delen die niet onder het overgangsrecht vallen, vallen automatisch in box 3 als schuld — daar geldt geen renteaftrek, maar de schuld vermindert wel uw belastbaar vermogen.

Aankoopkosten woning (eenmalig aftrekbaar)

In het jaar van aankoop zijn een aantal kosten aftrekbaar in box 1 — eenmalig en volledig. Deze worden vaak vergeten en kunnen honderden tot duizenden euro's belastingvoordeel opleveren.

Wel aftrekbaar

KostenpostToelichting
Notariskosten hypotheekakteInclusief btw 21% en kadastrale rechten
TaxatiekostenMits voor de hypotheek­verstrekking
Hypotheekadvies / bemiddelingVolledig aftrekbaar bij directe relatie tot hypotheek
NHG-kosten0,4% van hypotheekbedrag in 2026
BouwrenteBij nieuwbouw, max 2 jaar tijdens bouwperiode
Bereidstellings­provisieBij rente­vastzetting van offerte

Niet aftrekbaar

Belangrijk om te weten: notariskosten leveringsakte (de overdracht zelf), overdrachtsbelasting (2% woning, 10,4% beleggingspand), makelaarskosten, en verbouwings- of renovatiekosten zijn niet aftrekbaar van de inkomstenbelasting.

Voorbeeld — starter koopt woning €375.000
Hypotheek € 337.500 (90% financiering).
Aftrekbare aankoopkosten:
Notariskosten hypotheekakte € 600
Taxatie € 500
Hypotheekadvies € 2.800
NHG-kosten € 1.350 (0,4% × 337.500)
Totaal aftrekbaar: € 5.250
Belastingvoordeel bij 37,56% tarief: € 1.972 eenmalig

Oversluitkosten

Als u uw hypotheek oversluit (bijv. naar lagere rente of andere bank) zijn de bijbehorende eenmalige kosten aftrekbaar in het jaar van betaling.

Oversluit-kostenpostAftrekbaar?
Boeterente bij vervroegd aflossen✓ Volledig in jaar van betaling
Notariskosten nieuwe hypotheekakte✓ Inclusief btw + kadasterrecht
Royementsakte (oude hypotheek doorhalen)✓ Volledig aftrekbaar
Taxatiekosten oversluiten✓ Mits vereist door geldverstrekker
Hypotheekadvies oversluiten✓ Volledig aftrekbaar
Voorbeeld — oversluiten met €10.000 boete
Boeterente bij oversluiten van 5,5% naar 3,8%: € 10.000.
Notariskosten + royement + taxatie: € 1.300.
Totaal aftrekbaar: € 11.300
Belastingvoordeel bij 37,56% tarief: € 4.244 eenmalig

Hoort uw lening in box 1 of box 3?

Dit volgt uit de fiscale voorwaarden; u kunt de box niet vrij kiezen in uw aangifte. De oorspronkelijke lening, het bestedingsdoel, de aflossingsafspraken en eventueel overgangsrecht zijn bepalend.

Een bestaande aflossingsvrije lening kan onder overgangsrecht in box 1 blijven, ook na oversluiten. Alleen de datum van uw nieuwe contract is daarom niet genoeg om de indeling te bepalen.

De eerdere vergelijking van hypotheekvormen is verwijderd: rente maal het maximale aftrekpercentage is geen berekening van uw belastingvoordeel. Ook een schuld maal het box 3-schuldenforfait geeft niet zonder meer het voordeel van die schuld. De uitkomst hangt af van de volledige persoonlijke berekening, waaronder heffingskortingen, eigenwoningforfait, Hillen en de vermogenssamenstelling.

Vul bij hypotheekrente uitsluitend het aftrekbare deel in. Laat een onduidelijke indeling eerst controleren door uw hypotheekadviseur of fiscalist.

Officiële uitleg over oversluiten en renteaftrek · Belastingdienst KG:051:2023:8 · Belastingdienst KG:051:2022:6

Lijfrentepremie & jaarruimte 2026

Voor jaarruimte 2026 tellen gegevens over 2025. De ingevulde, eerder gecontroleerde reserveringsruimte wordt in de uitgebreide calculator bij de jaarruimte opgeteld. De factor-A-methode is een vereenvoudiging voor passende pensioenregelingen; onder de Wet toekomst pensioenen kan een andere vermindering gelden. Controleer uw persoonlijke ruimte met het hulpmiddel van de Belastingdienst.

Inleg op een lijfrenteproduct (verzekering, bankspaarrekening of beleggingsrekening) is aftrekbaar in box 1, mits binnen uw jaarruimte en eventueel reserveringsruimte.

Vereenvoudigde factor-A-formule (Wet IB 2001 art. 3.127)

Stap 1 — Premiegrondslag
Premiegrondslag = MAX(0, MIN(inkomen over 2025, € 137.800) − € 19.172)
(€ 19.172 = AOW-franchise 2026; € 137.800 = maximaal pensioengevend loon)

Stap 2 — Jaarruimte
Jaarruimte = (30% × premiegrondslag) − (6,27 × Factor A)
Maximum jaarruimte 2026: € 35.589

Stap 3 — Reserveringsruimte (optioneel)
Onbenutte jaarruimte van afgelopen 10 jaar
Maximum reserveringsruimte 2026: € 42.753

Wat is Factor A?

Factor A is het bedrag dat u in een bepaald jaar aan pensioenrechten heeft opgebouwd via uw werkgever. U vindt dit op uw UPO (Uniform Pensioen Overzicht) of op mijnpensioenoverzicht.nl. Voor ZZP'ers zonder werkgeverspensioen is Factor A = € 0.

Belangrijk: Factor A toont de totale pensioenopbouw in een jaar, ongeacht wie de premie heeft betaald. Of de inleg nu volledig door uw werkgever wordt gedaan, gedeeltelijk door u als werknemers­bijdrage, of in een andere verdeling — het maakt voor de jaarruimte­berekening geen verschil. De Belastingdienst kijkt alleen naar wat er aan pensioenrecht is opgebouwd, niet wie ervoor betaalde.

De vermenigvuldiger 6,27 is een wettelijke factor (Wet IB 2001) die de pensioenaangroei omrekent naar de fiscale ruimte die u nog overhoudt. Hoe hoger uw pensioenopbouw, hoe lager uw resterende jaarruimte voor lijfrente.

Belangrijke kerngetallen 2026

Parameter2026
AOW-franchise€ 19.172
Maximaal pensioengevend loon€ 137.800
Percentage jaarruimte30% (sinds 2023, voorheen 13,3%)
Vermenigvuldiger Factor A6,27
Maximum jaarruimte€ 35.589
Maximum reserveringsruimte€ 42.753
Maximum totaal (jaarruimte + reservering)€ 78.342
Terugkijktermijn reserveringsruimte10 jaar (sinds 2023, voorheen 7 jaar)
Voorbeeld 1 — ZZP'er zonder werkgeverpensioen
Bruto winst € 60.000, Factor A = 0.
Premiegrondslag = € 60.000 − € 19.172 = € 40.828
Jaarruimte = 30% × € 40.828 = € 12.248
Bij toptarief 49,5%: belastingvoordeel = € 6.063
Voorbeeld 2 — Werknemer met werkgeverpensioen
Bruto loon € 60.000, Factor A = € 800 (van UPO).
Premiegrondslag = € 60.000 − € 19.172 = € 40.828
Jaarruimte = (30% × € 40.828) − (6,27 × € 800)
= € 12.248 − € 5.016 = € 7.232
De werkgeverpensioen-opbouw consumeert € 5.016 aan ruimte.
Voorbeeld 3 — Hoog inkomen (gecapt)
Bruto loon € 200.000, Factor A = 0.
Premiegrondslag = MIN(€ 200.000, € 137.800) − € 19.172 = € 118.628
Jaarruimte berekend = 30% × € 118.628 = € 35.588
Begrensd op wettelijk maximum = € 35.589

Hoe onze tool dit berekent

De calculator gebruikt twee modi voor lijfrente:

  • Eenvoudig invullen — vul direct het bedrag dat u stort. De tool checkt of dit binnen het wettelijk maximum (€ 35.589) past en berekent uw belastingvoordeel.
  • Bereken mijn jaarruimte — uitklapbare sectie waarin u uw inkomen 2025 én Factor A van uw UPO invult. De tool berekent een indicatie van uw jaarruimte (rekening houdend met werkgeverpensioen) en kunt u met één klik invullen als premie.

Voor de berekening van de aftrek hanteert de tool als plafond het minimum van uw opgegeven storting en de wettelijke maximum jaarruimte. De daadwerkelijke ruimte met factor A wordt apart berekend in de uitklapbare sectie.

Bron: Belastingdienst — Jaarruimte berekenen · Kennisgroep Belastingdienst KG:070:2024:3 · Wet IB 2001 art. 3.127

Specifieke zorgkosten

Niet-vergoede zorgkosten zijn aftrekbaar boven een drempel die afhangt van uw drempelinkomen (= verzamelinkomen vóór persoonsgebonden aftrek). Voor 2026 geldt de volgende staffel:

DrempelinkomenDrempel zonder partnerDrempel met fiscale partner
Laag inkomen€ 166 t/m € 9.680€ 332 t/m € 19.360
Boven die grens t/m € 51.4111,65% × drempelinkomen1,65% × gezamenlijk drempelinkomen
Boven € 51.411€ 848 + 5,75% × het bedrag boven € 51.411

Belangrijk bij fiscaal partners: de drempel wordt berekend op het gezamenlijk drempelinkomen (dus optelling van P1 + P2 vóór PGA), niet per partner afzonderlijk. Het bedrag boven de drempel mag vervolgens vrij worden verdeeld.

Vul alleen fiscaal aftrekbare kosten in, na vergoedingen. Zorgpremie, eigen risico en wettelijke eigen bijdragen tellen niet mee. Dieet: gebruik het vaste bedrag uit de officiële dieetlijst.

Verhoging specifieke zorgkosten bij laag inkomen: als het (gezamenlijk) drempelinkomen ≤ € 41.123 is, mag u alleen de daarvoor in aanmerking komende kostensoorten verhogen vóór de drempelberekening:

Niet-AOW (jonger dan AOW-leeftijd): zorgkosten × 1,40 (40% verhoging)
AOW-gerechtigd: zorgkosten × 2,13 (113% verhoging)

De verhoging geldt voor medicijnen, hulpmiddelen, vervoerskosten naar medische hulp, kleding/beddengoed bij ziekte, extra gezinshulp en dieetkosten. Niet voor genees- en heelkundige hulp en reiskosten ziekenbezoek.

Wat is wel/niet aftrekbaar:

  • ✓ Aftrekbaar: medicijnen op recept, medische hulpmiddelen, dieetkosten op artsverklaring (vaste bedragen tabel Belastingdienst), vervoer naar arts/ziekenhuis, extra gezinshulp bij ziekte, woningaanpassingen bij handicap.
  • ✗ Niet aftrekbaar: eigen risico zorgverzekering, premies zorgverzekering, brillen/contactlenzen, meeste tandartsbehandelingen, fysiotherapie zonder vergoeding, bevallingskosten.

De aftrek valt onder de tariefcorrectie 11,94% (zie sectie Eigenwoningforfait): voor het deel dat in de top-schijf wordt afgetrokken, wordt 11,94% teruggepakt.

Bron: Belastingdienst — Drempelbedrag voor aftrek van specifieke zorgkosten · Belastingdienst — Welke zorgkosten kunt u aftrekken · Belastingdienst Aangiftehandleiding 2026 — H17 Aftrek specifieke zorgkosten · Wet IB 2001 art. 6.20.

Giftenaftrek

Voor 2026 worden twee soorten giften apart behandeld, met elk eigen regels. Beide vallen onder de tariefcorrectie 11,94%.

Gewone giften (eenmalig of niet vastgelegd):

Aftrekbaar = max(0, MIN(gift − drempel, maximum))
Drempel = max(1% × drempelinkomen, € 60)
Maximum = 10% × drempelinkomen

Bij fiscaal partners worden drempel en maximum berekend op het gezamenlijk drempelinkomen. Alleen aan ANBI- of SBBI-erkende instellingen.

Periodieke giften (notarieel of via overeenkomst, minimaal 5 jaar vastgelegd):

Aftrekbaar = MIN(gift, € 1.500.000)

Geen drempel, maar wel een maximum van € 1.500.000 per huishouden in 2026 (en 2025). In 2024 gold tijdelijk een lager plafond van € 250.000; daarvóór was periodieke-giftenaftrek onbeperkt.

Voorbeeld — gewone gift bij laag inkomen
Inkomen € 5.000, gewone gift € 100
Drempel = max(1% × € 5.000, € 60) = max(€ 50, € 60) = € 60
Aftrek = € 100 − € 60 = € 40

Bron: Belastingdienst — Giften aftrekken · Belastingdienst — Voorwaarden aftrek periodieke giften · Belastingdienst Aangiftehandleiding 2026 — H16 Aftrek giften · Wet IB 2001 art. 6.32–6.40.

Partneralimentatie (aan ex-partner)

Betaalde alimentatie aan een ex-partner is volledig aftrekbaar in box 1, zonder drempel of maximum. Bij de ontvanger telt het mee als belast inkomen. Kinderalimentatie is niet aftrekbaar.

Ook deze aftrek valt onder de tariefcorrectie 11,94%: het maximale aftrektarief is in 2026 dus 37,56%.

Bron: Belastingdienst — Partneralimentatie betalen aan ex-partner · Belastingdienst — Aangifte alimentatie met fiscale partner · Wet IB 2001 art. 6.3.

Reisaftrek openbaar vervoer

Meer dan 10 km enkele reis; meestal minstens 1 dag per week óf minstens 40 dagen naar dezelfde werkplek. OV- of reisverklaring vereist. 100% geldt voor een heel jaar. Deze invoer is voor één vast traject; meerdere werkplekken vragen een aparte berekening.

De calculator gebruikt de afzonderlijke tabelkolom voor 1, 2, 3 of 4+ dagen per week, vermenigvuldigt met het opgegeven deel van het jaar en trekt de ontvangen OV-vergoeding af. Tot en met 10 km is de aftrek nul. Voor meer dan 90 km en minder dan 4 dagen per week gebruikt hij de werkelijk gereisde dagen en € 0,29 per kilometer, begrensd door het maximum voor de opgegeven jaarperiode.

Belastingdienst: tabel reisaftrek 2026. Wisselende werkplekken en onregelmatige reispatronen vallen buiten deze vereenvoudigde invoer.

6Fiscaal partnerschap & vrije toedeling

Wanneer u en uw partner het hele jaar als fiscale partners kwalificeren, mag u bepaalde inkomsten en aftrekposten in elke verhouding tussen u beiden verdelen — als het totaal maar 100% blijft. Een slimme verdeling kan honderden tot duizenden euro's per jaar besparen, zonder dat er iets aan uw werkelijke financiën verandert.

De Belastingdienst biedt sinds 2025 zelf een algoritme dat een optimaal verdeelvoorstel doet in de online aangifte (OLAV). Onze calculator doet hetzelfde, maar geeft u vooraf inzicht in de verdeling én legt uit waarom die optimaal is.

Wanneer bent u fiscaal partner?

U bent in 2026 fiscale partners als u aan minstens één van de volgende voorwaarden voldoet:

  • U bent getrouwd of hebt een geregistreerd partnerschap;
  • U woont samen op hetzelfde adres in de BRP en heeft een notarieel samenlevingscontract;
  • U heeft samen een kind erkend, of bent samen eigenaar van een woning, of staat samen op een pensioenregeling;
  • U woont samen op hetzelfde adres met een minderjarig kind van een van u beiden;
  • U was het voorgaande kalenderjaar al fiscaal partner.

Voldoet u alleen voor een deel van het jaar? Dan kunt u in de aangifte ervoor kiezen om voor het hele jaar als fiscale partners te worden beschouwd. Dit is bijna altijd voordeliger.

Wat mag u verdelen?

  • Saldo eigen woning (hypotheekrente − eigenwoningforfait, eventueel + Hillen-aftrek);
  • Grondslag sparen en beleggen (box 3 vermogen, na heffingsvrij vermogen);
  • Persoonsgebonden aftrek: zorgkosten boven drempel, giften boven drempel, partneralimentatie aan ex;
  • Aanmerkelijk-belang-inkomen (box 2 dividenden);
  • Restant persoonsgebonden aftrek uit voorgaande jaren.

Wat u niet mag verdelen: loon, pensioen, winst uit onderneming, lijfrente-aftrek, ingehouden loonheffing en kansspelbelasting.

Bron: Belastingdienst — Fiscaal partnerschap · Belastingdienst Aangiftehandleiding 2026 — H1 Fiscaal partnerschap · Belastingdienst — Algoritme Optimale verdeling tussen fiscale partners · Wet IB 2001 art. 1.2 en art. 2.17.

De drie effecten waardoor verdelen voordeel oplevert

Onze calculator zoekt het optimum door drie fiscale mechanismen tegelijk af te wegen:

  1. AHK-afbouw effect — De algemene heffingskorting bouwt tussen € 29.736 en € 78.426 verzamelinkomen af met 6,40% per euro extra inkomen (3,195% voor AOW'ers). Aftrek bij een partner in de afbouwzone verlaagt dáár het verzamelinkomen, wat de AHK doet stijgen — een extra voordeel bovenop het aftrektarief, oplopend tot effectief 43,96% in plaats van 37,56%.
  2. Tariefcorrectie 11,94% — Aftrek bij een partner met inkomen boven € 78.426 wordt voor het toptariefdeel teruggepakt met 11,94%. Aftrek dáár plaatsen levert maximaal 37,56% op (en niet 49,50% zoals oude vuistregels suggereren).
  3. Box 3 progressie & heffingsvrij vermogen — Het heffingsvrij vermogen wordt gegarandeerd benut bij beide partners (€ 59.357 elk, samen € 118.714). Bij asymmetrische vermogensverdeling kan slim verdelen ervoor zorgen dat de schuldendrempel én het heffingsvrij vermogen optimaal benut worden.

6.1 — Vrije toedeling box 3 vermogen

De volledige grondslag sparen en beleggen (totaal vermogen − schulden − heffingsvrij vermogen) mag u in elke verhouding tussen u en uw partner verdelen. Onze calculator berekent eerst de huishoudelijke grondslag en biedt vervolgens een schuif waarmee u de verdeling kunt aanpassen.

Voorbeeld — verdeling box 3 vermogen
P1 inkomen € 100.000, P2 inkomen € 30.000 (afbouwzone AHK).
Spaargeld € 200.000 → grondslag = € 200.000 − € 118.714 = € 81.286
Box 3 inkomen (forfait 1,28%) = € 1.040
Bij 100% bij P2: AHK stijgt licht, maar P2 zit dan ruimer in afbouwzone.
De solver test 21 verdelingen en kiest het optimum — vaak iets tussen 0/100 en 50/50.

Bron: Belastingdienst — Vermogen verdelen tussen fiscale partners · Belastingdienst — Heffingsvrij vermogen · Wet IB 2001 art. 2.17 lid 2.

6.2 — Vrije toedeling saldo eigen woning

Het saldo eigen woning wordt eerst op huishoudensniveau berekend (hypotheekrente − EWF, eventueel + Hillen-aftrek) en mag daarna vrij worden verdeeld. Beide partners moeten in hun aangifte dezelfde verdeling opgeven.

De optimale verdeling hangt af van twee tegengestelde effecten:

  • Bij een aftrekpost (rente > EWF, normaal): plaats bij voorkeur bij de partner met inkomen tussen € 29.736 en € 78.426 — het AHK-effect levert daar tot 6,40% extra voordeel op, en controleer de tariefcorrectie afzonderlijk met belastbaar inkomen plus aftrekbare kosten. Het eigenwoningforfait kan ook rond de schijfgrens verschil maken.
  • Bij een bijtelling (Hillen-situatie, EWF > rente): plaats bij voorkeur bij de partner met het laagste marginale tarief, omdat de bijtelling daar minder belasting kost.
Voorbeeld — saldo eigen woning verdelen
P1 inkomen € 100.000 (boven top-grens), P2 inkomen € 40.000 (afbouwzone).
Hypotheekrente € 15.000, WOZ € 500.000 → EWF € 1.750
Saldo huishouden = € 13.250 aftrekpost.
Alles bij P2: voor deze inkomens is de tariefcorrectie € 0.
Alles bij P1: de tariefcorrectie is € 1.791 (€ 15.000 × 11,94%).
Rente en kosten volgen dezelfde verdeling als het woningsaldo. Vergelijk de totale belasting van beide personen: ook schijven en heffingskortingen veranderen.

Bron: Belastingdienst — Eigen woning · Belastingdienst — Wet Hillen 2026 · Belastingdienst — Tariefsaanpassing 2026 · Wet IB 2001 art. 3.110–3.123.

6.3 — Vrije toedeling persoonsgebonden aftrek

Voor zorgkosten, giften en partneralimentatie geldt: de drempel wordt berekend op het gezamenlijk drempelinkomen (P1 + P2 verzamelinkomen vóór PGA). Het bedrag boven de drempel mag vervolgens per post in elke verhouding worden verdeeld.

Onze calculator biedt drie aparte schuiven — één per post — omdat elk een eigen optimum kan hebben. Voorbeeld: zorgkosten optimaal bij P2 (afbouwzone), maar partneralimentatie optimaal bij P1 (geen tariefcorrectie nadeel als P1 onder € 78.426 zit).

De solver test 21 × 21 × 21 = 9.261 combinaties (wanneer alle drie posten relevant zijn) en kiest de combinatie met de laagste totale belasting voor het huishouden.

Voorbeeld — gezamenlijk drempelinkomen
Gezamenlijk drempelinkomen € 100.000; aftrekbare zorgkosten € 1.500.
Drempel = € 848 + 5,75% × (€ 100.000 − € 51.411) = € 3.641,87.
Aftrek = max(0, € 1.500 − € 3.641,87) = € 0.

Bron: Belastingdienst — Gezamenlijk drempelinkomen zorgkosten · Belastingdienst — Samen aangifte doen met fiscaal partner · Wet IB 2001 art. 6.1 lid 2 en art. 6.20.

De solver — hoe vinden we het optimum?

Voor elke vrije toedeling-post test onze calculator 21 verdelingen (van 0% naar 100% in stappen van 5%) en herberekent telkens de volledige huishoudens-belasting. De combinatie met de laagste totale belasting wordt aangeboden als suggestie. De berekening duurt minder dan een seconde en gebeurt volledig in uw browser — geen data verlaat uw apparaat.

De solver houdt bij de optimalisatie expliciet rekening met:

  • Schijftarieven box 1 per partner (35,75% / 37,56% / 49,50%);
  • AHK-afbouw 6,40% per euro tussen € 29.736 en € 78.426 verzamelinkomen;
  • Tariefcorrectie 11,94% voor het deel boven € 78.426;
  • Hillen-aftrek 71,867% bij negatief saldo eigen woning;
  • Heffingsvrij vermogen € 59.357 per partner in box 3.

De solver vindt een lokaal optimum binnen de 5%-stappen. In zeldzame gevallen kan een fijnere stapgrootte (bijv. 1%) nog enkele euro's extra opleveren — maar voor de meeste situaties is een 5%-resolutie ruim voldoende en levert het zoeken naar een fijner optimum geen meetbaar verschil meer op.

Toeslagen vergelijken

Kinderopvangtoeslag: de 69 officiële inkomensbanden van 2026 zijn gecontroleerd, inclusief eerste en volgende kinderen. De toeslagentool gebruikt gelijke opvang per kind en 12 maanden recht. Zij toont afgeronde jaargemiddelden, niet het maandelijkse voorschot. Het totaal is vóór huur, opvangkosten en zorgpremie. Verschillende opvang of recht gedurende een deel van het jaar vraagt de officiële proefberekening.

Dienst Toeslagen — berekening kinderopvangtoeslag 2026

7Hoe we tips wegen

Tips met een bedrag staan van hoog naar laag. Zonder voldoende gegevens tonen we geen persoonlijke besparing; geen bedrag betekent niet dat het voordeel nul is. Bedragen van verschillende tips mogen niet zonder meer worden opgeteld: regelingen kunnen overlappen of alternatieven zijn. Inspanning en geldbeschikbaarheid worden per handeling redactioneel vastgelegd, onafhankelijk van een score of de taal. Het zijn algemene kenmerken, geen meting van uw situatie. Laag, midden en hoog beschrijven de benodigde voorbereiding; uitzoeken betekent dat eerst meer informatie nodig is. Geld kan beschikbaar blijven, in een pensioenproduct of andere constructie vastzitten, of uw vermogen verlaten door uitgaven. Een aftrek, belastinguitstel en meer vrij besteedbaar inkomen zijn verschillende uitkomsten.

Bedragen bij de oorspronkelijke belastingtips

Elke tip behoudt zijn eigen onderwerp en compacte kaart. Een eurobedrag komt uit een volledige vergelijking met uw ingevoerde inkomen, heffingskortingen, overige aftrekposten en eigen Zvw. We gebruiken dezelfde rekenfuncties als de calculator; we vermenigvuldigen dus niet alleen een aftrek met een tarief.

Bij ingevulde posten staat ‘Al verwerkt’. Ontbreekt een bedrag, dan kan een expliciet scenario worden getoond: €150 maandelijkse lijfrente-inleg met voldoende ruimte, €3.000 kwalificerende investeringen, €100 maandelijkse AOV-premie, 1.000 zakelijke privékilometers of een €500 periodieke gift. Dit zijn zichtbare voorbeeldkeuzes, geen gegevens die wij over u kennen. Iedere tip benoemt zijn aanname en voorwaarden. De knoppen openen de bestaande invoervelden; scenario’s worden niet automatisch toegepast.

Bij werkelijk rendement kan de bovengrens bij nul rendement worden getoond, zonder nul in uw formulier in te vullen. De WOZ-tip vergelijkt 10% lager voor uw eerste eigen woning, zonder een succesvol bezwaar te voorspellen. Voor BV-constructies, schenken op papier en andere onvolledig gemodelleerde beslissingen noemen we geen verzonnen besparing.

De grafiek toont maximaal vijf afzonderlijke effecten, gesorteerd in euro’s. Al verwerkte bedragen en dubbele routes komen niet in deze top vijf. Lijfrente en banksparen gebruiken dezelfde ruimte; periodieke giften geven geen tweede voordeel door dezelfde tip anders te noemen. Geen bedragen optellen: interacties, uitgaven, pensioenblokkering en latere heffing blijven relevant. Toeslagen, productkosten, toekomstige belasting en jaaroverschrijdende verliezen worden niet voorspeld.

Bronnen: Box 1 2026 · Tariefsaanpassing · Lijfrente

8Aanslag- en teruggaafgrens

Heffingskortingen worden per persoon verrekend met de berekende belasting in box 1, 2 en 3 samen. Een ongebruikt deel kan dus belasting in een andere box verlagen, maar leidt hier niet tot uitbetaling of overdracht aan een partner. Het model veronderstelt een volledig jaar Nederlandse belasting- en verzekeringsplicht; afwijkende internationale situaties worden niet berekend.

De calculator schat jaarbelasting. Loonheffing en voorlopige aanslagen ontbreken; bijbetalen of terugkrijgen wordt niet berekend.

Voor 2026 zijn de aanslaggrens € 58 en teruggaafgrens € 18. Voor 2025 waren dit € 57 en € 18.

Voorlopige aanslagen beïnvloeden de grensberekening. Teruggaven vóór het jaareinde tellen mee; teruggaven na aangifte niet. Een te betalen voorlopige aanslag wordt niet afgetrokken bij het toetsen van de grens. Bekijk uw situatie bij de Belastingdienst.

Een lage uitkomst betekent hier dus niet dat u niets hoeft te betalen.

Belastingdienst · 7 september 2026: Aanslag- en teruggaafgrens · Berekening aanslag

9Bronnen & verantwoording

Wet- en regelgeving

Box 1 — werk, woning & aftrekposten

Box 2 — aanmerkelijk belang

Box 3 — sparen & beleggen

Persoonsgebonden aftrek

Fiscaal partnerschap & vrije toedeling

Aanvullende fiscale analyses

Verantwoording berekeningen

Alle berekeningen volgen de officiële methodiek van de Belastingdienst zoals beschreven in de aangiftehandleiding 2026 (28 hoofdstukken). Tarieven en bedragen zijn ontleend aan het Belastingplan 2026 zoals aangenomen door de Tweede Kamer. De vrije toedeling-functionaliteit (sectie 6) volgt het stappenplan dat ook in de online aangifteomgeving (OLAV) van de Belastingdienst wordt gehanteerd.

Voor box 3 worden voorlopige forfaits gebruikt zoals bekendgemaakt in november 2025. De definitieve forfaits voor spaargeld en schulden worden in januari 2027 vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde rente.

De berekeningen in onze calculator zijn gevalideerd via een geautomatiseerde testsuite van 101 fiscale scenario's, die continu draait bij elke wijziging in de tool.

Beperkingen van deze tool

  • Deze calculator is indicatief; bedragen kunnen afwijken van uw definitieve aanslag.
  • Specifieke regelingen (30%-regeling, BOR, doorschuifregeling, middelingsregeling) zijn niet meegenomen.
  • Internationale aspecten (buitenlands inkomen, dubbele belasting, kwalificerend buitenlands belastingplichtige) vallen buiten scope.
  • Box 2 verdeling tussen partners (dividend uit aanmerkelijk belang) is bewust niet ingebouwd — relevant alleen bij dividend > € 68.843.
  • De solver vindt het optimum binnen 5%-stappen; in zeldzame gevallen kan een fijnere stapgrootte enkele euro's extra opleveren.
  • Voor complexe situaties raadpleeg een gecertificeerd fiscalist of belastingadviseur.
Disclaimer: SlimBelast is een educatieve calculator en geeft uitsluitend een indicatie. De berekeningen zijn gebaseerd op publieke bronnen en best practices. Voor persoonlijk fiscaal advies, een aangifte of bindende uitspraken raadpleeg een gecertificeerd fiscalist of belastingadviseur. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend.

Privacy · Contact · Methodiek · Blog Redactie en bronnen

© 2026 SlimBelast · Slimmer omgaan met uw belasting