Box 1 belast inkomen uit werk, eigen woning en aftrekposten. Voor 2026 gelden drie belastingschijven (jonger dan 67 jaar):
| Schijf | Inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| Schijf 1 | tot € 38.883 | 35,75% |
| Schijf 2 | € 38.883 – € 78.426 | 37,56% |
| Schijf 3 | vanaf € 78.426 | 49,50% |
Voor AOW-gerechtigden geldt in schijf 1 een verlaagd tarief van 17,85%. De schijven zelf blijven gelijk.
DGA? Vul uw persoonlijke salaris bovenaan in bij Bruto inkomen en eventueel dividend bij Box 2. Winst die in de BV blijft, hoort niet bij uw persoonlijke box 1-inkomen. Deze calculator berekent geen vennootschapsbelasting of gebruikelijk loon.
Berekeningsvolgorde
Bij het hele jaar AOW gebruiken we voor IACK 5,72% van het arbeidsinkomen boven €6.239, met een maximum van €1.513, volgens de specifieke Belastingdienst-tabel 2026. Dit maximum staat ook in de Rechtspraak-tabellen 2026 (p. 48). De algemene fiscale informatiepagina noemt afwijkende waarden; we volgen hier bewust de specifieke tabel. De officiële tabel waarschuwt voor enkele euro’s afrondingsverschil met de aanslag. Pensioen zelf is geen arbeidsinkomen.
Bronnen: Belastingdienst IACK 2026 · Rechtspraak 2026, p. 48
De alleenstaandeouderenkorting wordt niet afgeleid van fiscaal partnerschap. We tellen de korting alleen mee nadat u het persoonlijke recht bevestigt. De snelle scan onderscheidt loon, winst en pensioen per persoon: pensioen levert geen arbeidskorting of IACK op. De uitgebreide calculator kan AOW/pensioen met ondernemingswinst combineren; alleen de winst telt dan als arbeidsinkomen. Loon en pensioen samen in één bedrag zijn niet ondersteund. Het AOW-overgangsjaar en de vóór-1946-groep zijn niet ondersteund. Zvw staat hieronder apart uitgelegd.
De verhaalde WGA/Whk-premie verlaagt uw fiscale loon niet. Een WGA-hiaatverzekering kan juist een bruto-inhouding zijn: neem de indeling van uw loonstrook over. Vermeld die dan bij andere bruto-inhoudingen, niet tweemaal.
Belastingdienst: verschil WGA/Whk-verhaal en WGA-hiaatverzekering (20 juli 2026).
Waarom hebben sommige posten geen invulveld?
Privé-studiekosten zijn in 2026 niet aftrekbaar als scholingsuitgaven. Zakelijke scholing kan onder voorwaarden wel een ondernemingskost zijn; verwerk zulke kosten in uw winst en trek ze hier niet nogmaals af.
Ouderschapsverlof verandert uw werkelijke jaarinkomen. Is de uitkering via uw werkgever al in het loon verwerkt, tel die dan niet nogmaals op. Rechtstreekse UWV-uitkeringen en hun fiscale indeling worden hier niet apart gemodelleerd; controleer daarvoor uw jaaropgaaf en aangifte.
Verkocht u een woning met overwaarde? De bijleenregeling wordt hier niet berekend: één bedrag aan overwaarde is daarvoor onvoldoende. Laat de aftrekbare rente eerst vaststellen. Kies daarna bij hypotheektype de handmatige invoer en vul uitsluitend dat aftrekbare rentebedrag in. U krijgt dan geen tweede korting op de ingevoerde rente wegens het hypotheektype.
Eigen zorgbijdrage (Zvw)
De hoofdresultaten blijven herkenbaar als bedragen na inkomstenbelasting. De uitgebreide calculator en bruto-netto-scan tonen daarnaast de eigen Zvw en het resterende bedrag na die bijdrage. Voor 2026 rekenen we 4,85% met maximaal € 79.409 bijdrage-inkomen per persoon. Gewoon loon met werkgeversheffing verbruikt eerst het maximum, daarna AOW/pensioen met inhouding, daarna belastbare ondernemingswinst. Die winst is na investeringsaftrek, ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling, maar vóór hypotheekrente, lijfrente-inleg en persoonsgebonden aftrek. Heffingskortingen verlagen de Zvw niet. De werkgeversheffing zelf trekken we niet af van werknemersloon. Verliezen, DGA-verzekeringsstatus, buitenlandse situaties en bijzondere vrijstellingen vereisen nadere beoordeling. De jaarindicatie bepaalt niet wat op een specifieke loonstrook of aanslag staat. Premie aan de zorgverzekeraar en privé-uitgaven komen hier niet in mindering.
Bronnen: Zorgverzekeringswet, artikel 43; Belastingdienst 2026, bijdrage Zvw; werkgeversheffing of eigen bijdrage. Gecontroleerd: 9 september 2026.
Loon en ondernemingswinst tellen samen mee in box 1. Voor arbeidskorting en IACK gebruiken we het arbeidsinkomen vóór ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling. Investeringsaftrek verlaagt wel de winst. Een pensioenuitkering is geen arbeidsinkomen.
- Bruto inkomen — uw salaris, winst uit onderneming of pensioen.
- Aftrekposten — zelfstandigenaftrek, MKB-vrijstelling, hypotheekrente, lijfrente, alimentatie, zorgkosten, giften, reisaftrek. Worden afgetrokken van het bruto inkomen.
- Belastbaar inkomen = bruto − aftrekposten + eigenwoningforfait.
- Bruto belasting = som van schijf-tarieven toegepast op belastbaar inkomen.
- Heffingskortingen (algemene heffingskorting + arbeidskorting + IACK) worden van de bruto belasting afgetrokken.
- Netto box 1 belasting = bruto belasting − heffingskortingen.
Eigenwoningforfait
Bij een eigen woning telt een fictief inkomen mee, gebaseerd op de WOZ-waarde. Voor 2026 geldt de volgende staffel:
WOZ € 12.500 – € 25.000 → 0,10% × WOZ
WOZ € 25.000 – € 50.000 → 0,20% × WOZ
WOZ € 50.000 – € 75.000 → 0,25% × WOZ
WOZ € 75.000 – € 1.350.000 → 0,35% × WOZ
WOZ boven € 1.350.000 → € 4.725 + 2,35% × (WOZ − € 1.350.000) (villatax)
De villatax-grens is per 2026 verhoogd van € 1.310.000 (2025) naar € 1.350.000. Boven die grens betaalt u over het meerdere een fors hoger tarief van 2,35%, waardoor het EWF voor zeer dure woningen snel oploopt.
Eigenwoningforfait = 0,35% × € 400.000 = € 1.400
Saldo eigen woning = € 8.000 − € 1.400 = € 6.600 (aftrekpost)
Belastbaar inkomen = € 65.000 − € 6.600 = € 58.400
Eigen woning gedurende een deel van 2026
De calculator gebruikt standaard het hele jaar. Kies bij de woning voor een deeljaar om de begin- en einddatum vast te leggen. Bij verhuizing gebruikt u de BRP-adreswijziging. De periode moet ook binnen uw eigendom of dat van uw fiscale partner vallen.
We berekenen het jaarforfait uit de volledige WOZ-waarde en vermenigvuldigen dat met het aantal toepasselijke dagen gedeeld door 365. Volgens de gepubliceerde voorbeelden telt de wijzigingsdag bij de vertrekkende woning, niet bij de aankomende woning. 1 januari betekent dat de woning bij het begin van het jaar al uw eigen hoofdverblijf was.
Voorbeeld: WOZ € 276.000, BRP-wijziging op 15 september: € 966 × 107 / 365 = € 283,18 vóór afronding. De Belastingdienst toont € 283 in de aangifte. SlimBelast behoudt decimalen in de indicatieve berekening; afzonderlijke aangifteafrondingen kunnen het eindbedrag iets veranderen.
Een tweede koopwoning krijgt een eigen WOZ-waarde en periode. We tellen beide forfaits op; overlappende hoofdverblijfperioden worden geweigerd. Werkelijk betaalde rente en financieringskosten worden niet met een dagfactor verminderd. Bij verschillende leningen of de bijleenregeling gebruikt u het vastgestelde aftrekbare rentebedrag via de handmatige invoer. De gezamenlijke woningpost en Hillen volgen daarna de partnerverdeling.
Belastingdienst: deeljaar · Belastingdienst: verhuizing
Saldo eigen woning & Hillen-aftrek 2026
Het saldo eigen woning = aftrekbare hypotheekrente + aankoopkosten + oversluitkosten − eigenwoningforfait. Dit saldo kan positief (aftrekpost) of negatief (bijtelling) zijn:
- Saldo positief (rente > EWF): normale situatie, het saldo verlaagt uw belastbaar inkomen.
- Saldo negatief (EWF > rente, bijv. bij bijna-afgeloste hypotheek): er zou een bijtelling ontstaan, maar de Wet Hillen compenseert dit gedeeltelijk.
Bij de Wet Hillen wordt een groot deel van het verschil teruggegeven als aftrek. Sinds 2019 wordt deze aftrek echter geleidelijk afgebouwd. Het Belastingplan 2026 versnelt deze afbouw van 3,33% naar 4,8% per jaar:
Resterende bijtelling 2026 = 28,133% × (EWF − rente)
Ter vergelijking: 2025 was 76,67%, en 2024 was 80,00%. De Hillen-aftrek verdwijnt volledig in 2041.
Verschil = € 1.400 − € 1.000 = € 400 (zou bijtelling zijn)
Hillen-aftrek = 71,867% × € 400 = € 287
Netto bijtelling = 28,133% × € 400 = € 113
Belastbaar inkomen wordt met € 113 verhoogd (in plaats van met € 400 zonder Hillen).
Tariefcorrectie aftrekposten 2026 (37,56% plafond)
Bij hoge inkomens rekenen we de aftrekbeperking over de aftrekbare rente en kosten, niet over het saldo na eigenwoningforfait. Ook bij Hillen kan daarom een correctie ontstaan. Partners verdelen de kosten in dezelfde verhouding als het woningsaldo.
Belastingdienst: Hillen en tariefsaanpassing, voorbeeld 2026
Hypotheekrenteaftrek en bepaalde andere aftrekposten worden in 2026 maximaal aftrekbaar tegen 37,56% — ook als u in de hoogste schijf (49,50%) zit. Dit gebeurt via een tariefcorrectie: voor het deel van de aftrek dat in de 49,5%-schijf valt, telt de Belastingdienst 11,94% terug bij uw belasting.
De tariefcorrectie geldt voor de aftrekbare rente en kosten van de eigen woning (vóór verrekening van het eigenwoningforfait), partneralimentatie, specifieke zorgkosten boven drempel, giftenaftrek, ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling. Lijfrente en reisaftrek vallen er niet onder — die blijven aftrekbaar tegen het volledige marginale tarief.
Belastbaar box 1 na woningsaldo: € 86.750.
Toetsingsbedrag: € 86.750 + € 15.000 − € 78.426 = € 23.324.
Tariefcorrectie: MIN(€ 15.000, € 23.324) × 11,94% = € 1.791.
Het eigenwoningforfait verlaagt de kostenbasis voor deze correctie niet. Ook bij Hillen kan de correctie gelden.
Zelfstandigenaftrek = € 1.200
MKB-winstvrijstelling = (€ 100.000 − € 1.200) × 12,7% = € 12.548
Totaal getariefcorrigeerde aftrek = € 1.200 + € 12.548 = € 13.748
Belastbaar inkomen na aftrek = € 100.000 − € 13.748 = € 86.252
Vóór aftrek lag € 21.574 boven € 78.426; aftrekdeel in top-schijf = MIN(€ 13.748, € 21.574) = € 13.748
Tariefcorrectie = € 13.748 × 11,94% = € 1.641 (komt erbij in de belasting)
Effect: ondernemers met hoog inkomen krijgen hun MKB-winstvrijstelling ook tegen 37,56%, niet tegen 49,5%.
Bron Eigenwoningforfait 2026: Belastingdienst — Eigenwoningforfait · Bron Wet Hillen 2026: Belastingdienst — Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld · Bron Tariefcorrectie 2026: Belastingdienst — Tariefsaanpassing aftrekposten bij hoog inkomen · TaxLive — Belastingschijven en tarieven 2026 · Wet IB 2001 art. 2.10 lid 2.