Zelfstandigenaftrek
€ 1.200 in 2026 (was € 2.470 in 2025). Voorwaarde: minimaal 1.225 uur per kalenderjaar in eigen onderneming (urencriterium).
Startersaftrek
Extra € 2.123 bovenop zelfstandigenaftrek. Maximaal 3× toepasbaar in eerste 5 jaar van ondernemerschap.
MKB-winstvrijstelling
MKB-vrijstelling = 12,7% × (winst − KIA − zelfstandigenaftrek − startersaftrek)
Geen urencriterium nodig (in tegenstelling tot zelfstandigenaftrek). De formule volgt een vaste volgorde:
- Bepaal de winst uit onderneming (omzet minus zakelijke kosten);
- Trek de investeringsaftrek (KIA) af — die verlaagt de winst vóór de ondernemersaftrek;
- Trek de zelfstandigenaftrek (€ 1.200) af;
- Trek eventueel de startersaftrek (€ 2.123) af — alleen voor nieuwe ondernemers, max 3× in 5 jaar;
- Bereken 12,7% over wat overblijft = MKB-winstvrijstelling.
Belangrijk: de MKB-winstvrijstelling valt onder de tariefcorrectie 11,94%. Voor het deel dat in de top-schijf (49,50%) afgetrokken wordt, telt de Belastingdienst 11,94% terug, waardoor het maximale aftrektarief 37,56% blijft. Dit geldt ook voor zelfstandigenaftrek en startersaftrek.
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
De KIA stimuleert ondernemers om te investeren in bedrijfsmiddelen. De hoogte hangt af van het totale investeringsbedrag in een kalenderjaar. Bron: Belastingdienst — Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2026.
| Investering | KIA |
| € 0 – € 2.900 | geen |
| € 2.901 – € 71.683 | 28% × investering |
| € 71.684 – € 132.746 | vast: € 20.072 |
| € 132.747 – € 398.236 | € 20.072 − 7,56% × (investering − € 132.746) |
| boven € 398.236 | € 0 |
De KIA verlaagt uw winst rechtstreeks in box 1 — niet via tariefcorrectie. Bij verkoop van een bedrijfsmiddel binnen 5 jaar geldt de desinvesteringsbijtelling.
Hypotheekrenteaftrek & eigenwoningregeling
De hypotheekrente voor uw eigen woning (hoofdverblijf) is in 2026 aftrekbaar tegen maximaal 37,56%. Vanaf de tweede schijf wordt de aftrek dus niet meer tegen 49,5% verrekend. De netto aftrek = aftrekbare hypotheekrente − eigenwoningforfait.
Wanneer is de rente aftrekbaar?
| Hypotheektype | Renteaftrek? |
| Annuïtair of lineair (na 2013) | ✓ Volledig aftrekbaar (max 30 jaar) |
| Aflosvrij — vóór 1 januari 2013 | ✓ Aftrekbaar onder overgangsrecht |
| Aflosvrij — na 2013, geen overgangsrecht | ✗ Geen renteaftrek |
| Gemengd (deels annuïtair / deels aflosvrij) | ~ Pro rata: alleen het annuïtaire deel |
Voor hypotheken afgesloten na 1 januari 2013 geldt de eis dat de schuld binnen 30 jaar volledig moet worden afgelost (annuïtair of lineair). Aflosvrije delen die niet onder het overgangsrecht vallen, vallen automatisch in box 3 als schuld — daar geldt geen renteaftrek, maar de schuld vermindert wel uw belastbaar vermogen.
Aankoopkosten woning (eenmalig aftrekbaar)
In het jaar van aankoop zijn een aantal kosten aftrekbaar in box 1 — eenmalig en volledig. Deze worden vaak vergeten en kunnen honderden tot duizenden euro's belastingvoordeel opleveren.
Wel aftrekbaar
| Kostenpost | Toelichting |
| Notariskosten hypotheekakte | Inclusief btw 21% en kadastrale rechten |
| Taxatiekosten | Mits voor de hypotheekverstrekking |
| Hypotheekadvies / bemiddeling | Volledig aftrekbaar bij directe relatie tot hypotheek |
| NHG-kosten | 0,4% van hypotheekbedrag in 2026 |
| Bouwrente | Bij nieuwbouw, max 2 jaar tijdens bouwperiode |
| Bereidstellingsprovisie | Bij rentevastzetting van offerte |
Niet aftrekbaar
Belangrijk om te weten: notariskosten leveringsakte (de overdracht zelf), overdrachtsbelasting (2% woning, 10,4% beleggingspand), makelaarskosten, en verbouwings- of renovatiekosten zijn niet aftrekbaar van de inkomstenbelasting.
Voorbeeld — starter koopt woning €375.000
Hypotheek € 337.500 (90% financiering).
Aftrekbare aankoopkosten:
Notariskosten hypotheekakte € 600
Taxatie € 500
Hypotheekadvies € 2.800
NHG-kosten € 1.350 (0,4% × 337.500)
Totaal aftrekbaar: € 5.250
Belastingvoordeel bij 37,56% tarief:
€ 1.972 eenmalig
Oversluitkosten
Als u uw hypotheek oversluit (bijv. naar lagere rente of andere bank) zijn de bijbehorende eenmalige kosten aftrekbaar in het jaar van betaling.
| Oversluit-kostenpost | Aftrekbaar? |
| Boeterente bij vervroegd aflossen | ✓ Volledig in jaar van betaling |
| Notariskosten nieuwe hypotheekakte | ✓ Inclusief btw + kadasterrecht |
| Royementsakte (oude hypotheek doorhalen) | ✓ Volledig aftrekbaar |
| Taxatiekosten oversluiten | ✓ Mits vereist door geldverstrekker |
| Hypotheekadvies oversluiten | ✓ Volledig aftrekbaar |
Voorbeeld — oversluiten met €10.000 boete
Boeterente bij oversluiten van 5,5% naar 3,8%: € 10.000.
Notariskosten + royement + taxatie: € 1.300.
Totaal aftrekbaar: € 11.300
Belastingvoordeel bij 37,56% tarief:
€ 4.244 eenmalig
Box 1 → Box 3 hypotheek-verschuiving
Voor sommige situaties kan het voordeliger zijn om uw hypotheek fiscaal te verplaatsen van box 1 naar box 3. Dit is een geavanceerde optimalisatie die specifieke voorwaarden kent en altijd medewerking van uw bank vereist.
Wanneer is dit voordelig?
Het verschil zit in de fiscale behandeling:
- Box 1: Renteaftrek tegen maximaal 37,56% (in 2026). Voordeel = betaalde rente × 37,56%.
- Box 3: Schuld vermindert belastbaar vermogen. Voordeel = schuld × forfaitair schuldenrendement (2,70%) × box 3 tarief (36%).
Indicatieve voordeel-vergelijking bij hypotheek van € 300.000:
| Hypotheekrente | Voordeel box 1 | Voordeel box 3 | Voordeel |
| 3,0% | € 3.380 | € 2.916 | Box 1 wint |
| 4,0% | € 4.507 | € 2.916 | Box 1 wint |
| 5,0% | € 5.634 | € 2.916 | Box 1 wint |
| 2,0% (zeer laag) | € 2.254 | € 2.916 | Box 3 wint |
Conclusie: bij een gewone marktrente blijft box 1 vrijwel altijd voordeliger. Box 3 wordt pas interessanter bij zeer lage rente óf wanneer de aftrek in box 1 op een lager tarief plaatsvindt door de 37,56% cap.
Drie wettelijke voorwaarden
Een bestaande eigenwoningschuld kan niet zomaar naar box 3 verhuizen. De schuld is namelijk causaal verbonden met de financiering van uw eigen woning. Voor het wel mogelijk te maken gelden drie voorwaarden:
- De hypotheek moet ná 1 januari 2013 zijn afgesloten — anders valt deze onder het overgangsrecht en blijft het causaal verband intact, zelfs bij oversluiten ("substitutie").
- De aflossingsverplichting moet schriftelijk worden geschrapt door bijvoorbeeld de aflossingstermijn te verlengen tot meer dan 30 jaar of (een deel van) de hypotheek aflossingsvrij te maken.
- Uw bank moet meewerken — u kunt dit niet eenzijdig regelen. Voor leningen bij uw eigen BV is dit eenvoudiger: de contractuele aflossingsplicht schrappen volstaat (Kennisgroepstandpunt Belastingdienst).
Let op: als de aflossing op een hypotheek ná 2013 twee jaar achterloopt, schuift de lening automatisch per 1 januari van het tweede jaar naar box 3. Dit kan dus ook ongewenst gebeuren bij betalingsachterstand.
Bron: Belastingdienst — Eigen woning · Kennisgroep KG:051:2023:22 · Wet IB 2001 art. 3.119a
Lijfrentepremie & jaarruimte 2026
Inleg op een lijfrenteproduct (verzekering, bankspaarrekening of beleggingsrekening) is aftrekbaar in box 1, mits binnen uw jaarruimte en eventueel reserveringsruimte.
Officiële formule (Wet IB 2001 art. 3.127)
Stap 1 — Premiegrondslag
Premiegrondslag = MIN(bruto inkomen, € 137.800) − € 19.172
(€ 19.172 = AOW-franchise 2026; € 137.800 = maximaal pensioengevend loon)
Stap 2 — Jaarruimte
Jaarruimte = (30% × premiegrondslag) − (6,27 × Factor A)
Maximum jaarruimte 2026: € 35.589
Stap 3 — Reserveringsruimte (optioneel)
Onbenutte jaarruimte van afgelopen 10 jaar
Maximum reserveringsruimte 2026: € 42.753
Wat is Factor A?
Factor A is het bedrag dat u in een bepaald jaar aan pensioenrechten heeft opgebouwd via uw werkgever. U vindt dit op uw UPO (Uniform Pensioen Overzicht) of op mijnpensioenoverzicht.nl. Voor ZZP'ers zonder werkgeverspensioen is Factor A = € 0.
Belangrijk: Factor A toont de totale pensioenopbouw in een jaar, ongeacht wie de premie heeft betaald. Of de inleg nu volledig door uw werkgever wordt gedaan, gedeeltelijk door u als werknemersbijdrage, of in een andere verdeling — het maakt voor de jaarruimteberekening geen verschil. De Belastingdienst kijkt alleen naar wat er aan pensioenrecht is opgebouwd, niet wie ervoor betaalde.
De vermenigvuldiger 6,27 is een wettelijke factor (Wet IB 2001) die de pensioenaangroei omrekent naar de fiscale ruimte die u nog overhoudt. Hoe hoger uw pensioenopbouw, hoe lager uw resterende jaarruimte voor lijfrente.
Belangrijke kerngetallen 2026
| Parameter | 2026 |
| AOW-franchise | € 19.172 |
| Maximaal pensioengevend loon | € 137.800 |
| Percentage jaarruimte | 30% (sinds 2023, voorheen 13,3%) |
| Vermenigvuldiger Factor A | 6,27 |
| Maximum jaarruimte | € 35.589 |
| Maximum reserveringsruimte | € 42.753 |
| Maximum totaal (jaarruimte + reservering) | € 78.342 |
| Terugkijktermijn reserveringsruimte | 10 jaar (sinds 2023, voorheen 7 jaar) |
Voorbeeld 1 — ZZP'er zonder werkgeverpensioen
Bruto winst € 60.000, Factor A = 0.
Premiegrondslag = € 60.000 − € 19.172 = € 40.828
Jaarruimte = 30% × € 40.828 =
€ 12.248
Bij toptarief 49,5%: belastingvoordeel = € 6.063
Voorbeeld 2 — Werknemer met werkgeverpensioen
Bruto loon € 60.000, Factor A = € 800 (van UPO).
Premiegrondslag = € 60.000 − € 19.172 = € 40.828
Jaarruimte = (30% × € 40.828) − (6,27 × € 800)
= € 12.248 − € 5.016 =
€ 7.232
De werkgeverpensioen-opbouw consumeert € 5.016 aan ruimte.
Voorbeeld 3 — Hoog inkomen (gecapt)
Bruto loon € 200.000, Factor A = 0.
Premiegrondslag = MIN(€ 200.000, € 137.800) − € 19.172 = € 118.628
Jaarruimte berekend = 30% × € 118.628 = € 35.588
Begrensd op wettelijk maximum =
€ 35.589
Hoe onze tool dit berekent
De calculator gebruikt twee modi voor lijfrente:
- Eenvoudig invullen — vul direct het bedrag dat u stort. De tool checkt of dit binnen het wettelijk maximum (€ 35.589) past en berekent uw belastingvoordeel.
- Bereken mijn jaarruimte — uitklapbare sectie waarin u uw inkomen 2025 én Factor A van uw UPO invult. De tool berekent uw exacte jaarruimte (rekening houdend met werkgeverpensioen) en kunt u met één klik invullen als premie.
Voor de berekening van de aftrek hanteert de tool als plafond het minimum van uw opgegeven storting en de wettelijke maximum jaarruimte. De daadwerkelijke ruimte met factor A wordt apart berekend in de uitklapbare sectie.
Bron: Belastingdienst — Jaarruimte berekenen · Kennisgroep Belastingdienst KG:070:2024:3 · Wet IB 2001 art. 3.127
Specifieke zorgkosten
Niet-vergoede zorgkosten zijn aftrekbaar boven een drempel die afhangt van uw drempelinkomen (= verzamelinkomen vóór persoonsgebonden aftrek). Voor 2026 geldt de volgende staffel:
| Drempelinkomen | Drempel zonder partner | Drempel met fiscale partner |
| ≤ € 8.300 | € 166 (minimum) | € 332 (minimum) |
| € 8.300 – € 50.636 | 1,65% × drempelinkomen | 1,65% × gezamenlijk drempelinkomen |
| > € 50.636 | € 835 + 5,75% × surplus | € 1.671 + 5,75% × surplus |
Belangrijk bij fiscaal partners: de drempel wordt berekend op het gezamenlijk drempelinkomen (dus optelling van P1 + P2 vóór PGA), niet per partner afzonderlijk. Het bedrag boven de drempel mag vervolgens vrij worden verdeeld.
Verhoging specifieke zorgkosten bij laag inkomen: als het (gezamenlijk) drempelinkomen ≤ € 41.123 is, mag u uw zorgkosten verhogen vóór de drempelberekening:
Niet-AOW (jonger dan AOW-leeftijd): zorgkosten × 1,40 (40% verhoging)
AOW-gerechtigd: zorgkosten × 2,13 (113% verhoging)
De verhoging geldt voor medicijnen, hulpmiddelen, vervoerskosten naar medische hulp, kleding/beddengoed bij ziekte, extra gezinshulp en dieetkosten. Niet voor genees- en heelkundige hulp en reiskosten ziekenbezoek.
Wat is wel/niet aftrekbaar:
- ✓ Aftrekbaar: medicijnen op recept, medische hulpmiddelen, dieetkosten op artsverklaring (vaste bedragen tabel Belastingdienst), vervoer naar arts/ziekenhuis, extra gezinshulp bij ziekte, woningaanpassingen bij handicap.
- ✗ Niet aftrekbaar: eigen risico zorgverzekering, premies zorgverzekering, brillen/contactlenzen, meeste tandartsbehandelingen, fysiotherapie zonder vergoeding, bevallingskosten.
De aftrek valt onder de tariefcorrectie 11,94% (zie sectie Eigenwoningforfait): voor het deel dat in de top-schijf wordt afgetrokken, wordt 11,94% teruggepakt.
Bron: Belastingdienst — Drempelbedrag voor aftrek van specifieke zorgkosten · Belastingdienst — Welke zorgkosten kunt u aftrekken · Belastingdienst Aangiftehandleiding 2026 — H17 Aftrek specifieke zorgkosten · Wet IB 2001 art. 6.20.
Giftenaftrek
Voor 2026 worden twee soorten giften apart behandeld, met elk eigen regels. Beide vallen onder de tariefcorrectie 11,94%.
Gewone giften (eenmalig of niet vastgelegd):
Aftrekbaar = max(0, MIN(gift − drempel, maximum))
Drempel = max(1% × drempelinkomen, € 60)
Maximum = 10% × drempelinkomen
Bij fiscaal partners worden drempel en maximum berekend op het gezamenlijk drempelinkomen. Alleen aan ANBI- of SBBI-erkende instellingen.
Periodieke giften (notarieel of via overeenkomst, minimaal 5 jaar vastgelegd):
Aftrekbaar = MIN(gift, € 1.500.000)
Geen drempel, maar wel een maximum van € 1.500.000 per huishouden in 2026 (en 2025). In 2024 gold tijdelijk een lager plafond van € 250.000; daarvóór was periodieke-giftenaftrek onbeperkt.
Voorbeeld — gewone gift bij laag inkomen
Inkomen € 5.000, gewone gift € 100
Drempel = max(1% × € 5.000, € 60) = max(€ 50, € 60) = € 60
Aftrek = € 100 − € 60 =
€ 40
Bron: Belastingdienst — Giften aftrekken · Belastingdienst — Voorwaarden aftrek periodieke giften · Belastingdienst Aangiftehandleiding 2026 — H16 Aftrek giften · Wet IB 2001 art. 6.32–6.40.
Partneralimentatie (aan ex-partner)
Betaalde alimentatie aan een ex-partner is volledig aftrekbaar in box 1, zonder drempel of maximum. Bij de ontvanger telt het mee als belast inkomen. Kinderalimentatie is niet aftrekbaar.
Ook deze aftrek valt onder de tariefcorrectie 11,94%: het maximale aftrektarief is in 2026 dus 37,56%.
Bron: Belastingdienst — Partneralimentatie betalen aan ex-partner · Belastingdienst — Aangifte alimentatie met fiscale partner · Wet IB 2001 art. 6.3.
Reisaftrek openbaar vervoer
Voor woon-werkverkeer met OV, minimaal 10 km enkele reis en 40+ reisdagen per jaar. Vaste bedragen in staffel naar afstand:
| Enkele reisafstand | Maximale aftrek |
| 10–15 km | € 574 |
| 15–20 km | € 762 |
| 20–30 km | € 1.268 |
| 30–40 km | € 1.572 |
| 40–50 km | € 2.047 |
| 50–70 km | € 2.279 – € 2.527 |
| 70–90 km | € 2.614 – € 2.649 |
| boven 90 km | € 0,29/km × reisdagen, max € 2.649 |
Bedragen 2026 voor wie ≥ 4 dagen per week reist; bij minder reisdagen geldt een evenredig lager bedrag (¾, ½ of ¼).
Bron: Belastingdienst — Aftrek voor reiskosten openbaar vervoer