Box 3 · 18 juni 2026 · 10 min leestijd

Box 3 vanaf 2028: vermogensaanwasbelasting uitgelegd — betaal je straks belasting over winst die je nog niet hebt?

Het kabinet wil het fictieve rendement in box 3 vervangen door belasting over uw werkelijke rendement. Vanaf 2028 betaalt u dan over wat u echt verdient: rente, dividend, huur én waardestijging. Voor de meeste bezittingen gebeurt dat via een vermogensaanwasbelasting — die ook waardestijging belast die u nog niet hebt verkocht. Dat klinkt logisch, maar zit vol haken en ogen. We leggen uit hoe het werkt, per vermogenssoort, en waar het wringt.

In het kort: vanaf 2028 belast box 3 het werkelijke rendement via een hybride systeem. Voor spaargeld, beursaandelen, obligaties en crypto geldt een vermogensaanwasbelasting (jaarlijks, óók over ongerealiseerde waardestijging). Voor vastgoed en niet-beursgenoteerde aandelen geldt een vermogenswinstbelasting (pas bij verkoop). Het box 3-tarief is in 2026 36%; het exacte tarief en de vrijstelling voor het nieuwe stelsel worden bij de wetsbehandeling vastgesteld.

Let op: dit stelsel is nog niet definitief. De Wet werkelijk rendement box 3 ligt bij de Eerste Kamer, die er op 30 juni 2026 over debatteert. Meer over die stemming en de drie scenario's leest u in Werkelijk rendement box 3: Eerste Kamer stemt 30 juni 2026.

Van fictief naar werkelijk rendement

Sinds 2017 rekent de Belastingdienst in box 3 met een fictief (forfaitair) rendement: een aangenomen percentage over uw vermogen, ongeacht wat u écht verdiende. Het Kerstarrest van 2021 verklaarde dat in strijd met het EVRM, omdat spaarders met een laag rendement te veel betaalden.

Het antwoord daarop is een stelsel dat aansluit bij de werkelijkheid. Vanaf 2028 wordt belast wat u daadwerkelijk behaalt:

Twee smaken: vermogensaanwas versus vermogenswinst

Het cruciale onderscheid in het nieuwe stelsel is wanneer de waardeontwikkeling wordt belast:

Vermogensaanwasbelasting

U betaalt jaarlijks over de waardeverandering — ook als u niets hebt verkocht. Stijgt uw aandelenportefeuille op papier met € 5.000, dan telt die € 5.000 mee, zelfs als u de aandelen vasthoudt. Dit heet belasting over ongerealiseerde winst.

Vermogenswinstbelasting

U betaalt pas over de waardestijging op het moment van verkoop (realisatie). Zolang u niet verkoopt, wordt de waardestijging niet belast — wel jaarlijks de directe inkomsten zoals huur.

Waarom twee systemen? Voor liquide bezittingen (spaargeld, beursaandelen) is de jaarlijkse waarde eenvoudig vast te stellen, dus past de wetgever vermogensaanwas toe. Voor moeilijk te waarderen of illiquide bezittingen (een huurpand, aandelen in een eigen bv) is jaarlijkse waardering onpraktisch — daar geldt vermogenswinst bij verkoop.

Per vermogenssoort: wat geldt waar?

VermogenssoortMethodeWat wordt belast
Bank- en spaargeldVermogensaanwasOntvangen rente (jaarlijks)
Beursaandelen & obligatiesVermogensaanwasDividend/rente + jaarlijkse waardeverandering
CryptoVermogensaanwasJaarlijkse waardeverandering
Vastgoed (2e woning, verhuur)VermogenswinstNetto huur jaarlijks + winst bij verkoop
Niet-beursgenoteerde aandelen / startupVermogenswinstDividend + winst bij verkoop
SchuldenVermogensaanwasBetaalde rente (aftrekbaar) + waardeverandering

Voor vastgoed in eigen gebruik (zoals een vakantiewoning) is daarnaast een forfaitaire bijtelling voorzien: in 2028 naar verwachting 3,35% van de WOZ-waarde, naast de vermogenswinstbelasting bij verkoop.

Zelf vergelijken? Met onze gratis vermogensaanwasbelasting-calculator zet u de drie stelsels (aanwas, winst en forfaitair) over meerdere jaren naast elkaar — netto vermogen én betaalde belasting.

Het heikele punt: belasting over geld dat u nog niet hebt

De vermogensaanwasbelasting is het meest omstreden onderdeel. Een voorbeeld maakt duidelijk waarom:

Voorbeeld De papieren winst die geld kost

Stel, uw beleggingen stijgen in 2028 op papier met € 20.000. U verkoopt niets. Toch betaalt u in 2028 belasting over die € 20.000. In 2029 daalt de markt en is de winst weer verdampt — maar de belasting over 2028 hebt u al betaald.

❌ Zonder verkoop geen cash, maar wél een belastingaanslag. Dat kan tot liquiditeitsproblemen leiden.

Dit is precies waar critici en een deel van de Eerste Kamer over vallen. De minister van Financiën heeft aangekondigd met aanpassingen te komen die de effecten van de vermogensaanwassystematiek verzachten — bijvoorbeeld door te onderzoeken of bepaalde ongerealiseerde winsten buiten de heffing kunnen blijven. De overstap naar werkelijk rendement zelf staat wel vast.

Verliezen verrekenen

Omdat rendementen schommelen, komt er een verliesverrekening: een verlies in het ene jaar kunt u verrekenen met winst in andere jaren. In het wetsvoorstel geldt een drempel van € 500 — verliezen tot dat bedrag verrekent u niet. Hoe ruim de verrekening precies wordt (hoeveel jaren terug en vooruit), is een van de punten die bij de behandeling nog kunnen schuiven.

Wat blijft hetzelfde?

Wanneer geldt dit — en wat kunt u nu doen?

De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Tot en met 2027 geldt de huidige overbruggingswet met forfaits en de tegenbewijsregeling. Eerst moet de Eerste Kamer het voorstel aannemen — zie onze analyse van de stemming op 30 juni 2026.

Begin met een eenvoudige administratie

Wie zich nu voorbereidt, heeft straks minder werk. Houd per kalenderjaar bij:

  1. De waarde van uw rekeningen en beleggingen op 1 januari en 31 december.
  2. Ontvangen rente, dividend en huur.
  3. Stortingen, onttrekkingen, aankopen en verkopen (die corrigeren de aanwasberekening).
Let op: dit artikel beschrijft een wetsvoorstel dat nog niet is aangenomen. Tarieven, drempels, percentages en de behandeling van ongerealiseerde winst kunnen wijzigen. Dit is algemene informatie en geen fiscaal advies — raadpleeg voor uw situatie de officiële bronnen of een fiscalist.
Bronnen: Eerste Kamer — Wetsvoorstel 36.748 Wet werkelijk rendement box 3 · Rijksoverheid — Plannen werkelijk rendement box 3

Status op moment van schrijven (18 juni 2026): wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer (12 februari 2026), in behandeling bij de Eerste Kamer (plenair 30 juni 2026), beoogde inwerkingtreding 1 januari 2028. Genoemde percentages (woningforfait 3,35% in 2028, verliesdrempel € 500, box 3-tarief 36% in 2026) en de indeling vermogensaanwas/vermogenswinst zijn ontleend aan het wetsvoorstel en kunnen nog wijzigen.
Voor uw eigen situatie
Bereken in 5 minuten wat box 3 u nu kost

Onze gratis educatieve berekening geeft een algemene fiscale indicatie op basis van publieke 2026-tarieven — Box 1, 2 en 3, met partner-modus en alle aftrekposten.

Start mijn berekening

Privacy · Contact · Methodiek · Blog

© 2026 SlimBelast · Slimmer omgaan met uw belasting