Let op: dit stelsel is nog niet definitief. De Wet werkelijk rendement box 3 ligt bij de Eerste Kamer, die er op 30 juni 2026 over debatteert. Meer over die stemming en de drie scenario's leest u in Werkelijk rendement box 3: Eerste Kamer stemt 30 juni 2026.
Van fictief naar werkelijk rendement
Sinds 2017 rekent de Belastingdienst in box 3 met een fictief (forfaitair) rendement: een aangenomen percentage over uw vermogen, ongeacht wat u écht verdiende. Het Kerstarrest van 2021 verklaarde dat in strijd met het EVRM, omdat spaarders met een laag rendement te veel betaalden.
Het antwoord daarop is een stelsel dat aansluit bij de werkelijkheid. Vanaf 2028 wordt belast wat u daadwerkelijk behaalt:
- Directe inkomsten: ontvangen rente, dividend en (netto) huur.
- Waardeontwikkeling: de stijging (of daling) van de waarde van uw vermogen gedurende het jaar.
Twee smaken: vermogensaanwas versus vermogenswinst
Het cruciale onderscheid in het nieuwe stelsel is wanneer de waardeontwikkeling wordt belast:
Vermogensaanwasbelasting
U betaalt jaarlijks over de waardeverandering — ook als u niets hebt verkocht. Stijgt uw aandelenportefeuille op papier met € 5.000, dan telt die € 5.000 mee, zelfs als u de aandelen vasthoudt. Dit heet belasting over ongerealiseerde winst.
Vermogenswinstbelasting
U betaalt pas over de waardestijging op het moment van verkoop (realisatie). Zolang u niet verkoopt, wordt de waardestijging niet belast — wel jaarlijks de directe inkomsten zoals huur.
Per vermogenssoort: wat geldt waar?
| Vermogenssoort | Methode | Wat wordt belast |
|---|---|---|
| Bank- en spaargeld | Vermogensaanwas | Ontvangen rente (jaarlijks) |
| Beursaandelen & obligaties | Vermogensaanwas | Dividend/rente + jaarlijkse waardeverandering |
| Crypto | Vermogensaanwas | Jaarlijkse waardeverandering |
| Vastgoed (2e woning, verhuur) | Vermogenswinst | Netto huur jaarlijks + winst bij verkoop |
| Niet-beursgenoteerde aandelen / startup | Vermogenswinst | Dividend + winst bij verkoop |
| Schulden | Vermogensaanwas | Betaalde rente (aftrekbaar) + waardeverandering |
Voor vastgoed in eigen gebruik (zoals een vakantiewoning) is daarnaast een forfaitaire bijtelling voorzien: in 2028 naar verwachting 3,35% van de WOZ-waarde, naast de vermogenswinstbelasting bij verkoop.
Het heikele punt: belasting over geld dat u nog niet hebt
De vermogensaanwasbelasting is het meest omstreden onderdeel. Een voorbeeld maakt duidelijk waarom:
Voorbeeld De papieren winst die geld kost
Stel, uw beleggingen stijgen in 2028 op papier met € 20.000. U verkoopt niets. Toch betaalt u in 2028 belasting over die € 20.000. In 2029 daalt de markt en is de winst weer verdampt — maar de belasting over 2028 hebt u al betaald.
Dit is precies waar critici en een deel van de Eerste Kamer over vallen. De minister van Financiën heeft aangekondigd met aanpassingen te komen die de effecten van de vermogensaanwassystematiek verzachten — bijvoorbeeld door te onderzoeken of bepaalde ongerealiseerde winsten buiten de heffing kunnen blijven. De overstap naar werkelijk rendement zelf staat wel vast.
Verliezen verrekenen
Omdat rendementen schommelen, komt er een verliesverrekening: een verlies in het ene jaar kunt u verrekenen met winst in andere jaren. In het wetsvoorstel geldt een drempel van € 500 — verliezen tot dat bedrag verrekent u niet. Hoe ruim de verrekening precies wordt (hoeveel jaren terug en vooruit), is een van de punten die bij de behandeling nog kunnen schuiven.
Wat blijft hetzelfde?
- Box 3 blijft box 3. Uw eigen woning blijft in box 1; een aanmerkelijk belang blijft in box 2.
- Eén vlak tarief. Box 3 kent een vast tarief (in 2026: 36%). Voor het nieuwe stelsel wordt het tarief bij de wetsbehandeling vastgesteld.
- Een heffingvrij deel. Er blijft een vrijgesteld bedrag, al wordt dat in het nieuwe stelsel een vrijstelling over het rendement in plaats van over het vermogen.
Wanneer geldt dit — en wat kunt u nu doen?
De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Tot en met 2027 geldt de huidige overbruggingswet met forfaits en de tegenbewijsregeling. Eerst moet de Eerste Kamer het voorstel aannemen — zie onze analyse van de stemming op 30 juni 2026.
Begin met een eenvoudige administratie
Wie zich nu voorbereidt, heeft straks minder werk. Houd per kalenderjaar bij:
- De waarde van uw rekeningen en beleggingen op 1 januari en 31 december.
- Ontvangen rente, dividend en huur.
- Stortingen, onttrekkingen, aankopen en verkopen (die corrigeren de aanwasberekening).
Status op moment van schrijven (18 juni 2026): wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer (12 februari 2026), in behandeling bij de Eerste Kamer (plenair 30 juni 2026), beoogde inwerkingtreding 1 januari 2028. Genoemde percentages (woningforfait 3,35% in 2028, verliesdrempel € 500, box 3-tarief 36% in 2026) en de indeling vermogensaanwas/vermogenswinst zijn ontleend aan het wetsvoorstel en kunnen nog wijzigen.