Box 3 · 18 juni 2026 · 9 min leestijd

Wet werkelijk rendement box 3: Eerste Kamer stemt op 30 juni 2026 — gaat het nieuwe stelsel door?

Na ruim vier jaar juridisch en politiek getouwtrek nadert het einde van het fictieve box 3-stelsel. Op dinsdag 30 juni 2026 behandelt de Eerste Kamer plenair de Wet werkelijk rendement box 3 — het wetsvoorstel dat vermogen voortaan belast op basis van het rendement dat u daadwerkelijk behaalt. De Tweede Kamer ging op 12 februari 2026 akkoord, maar in de Eerste Kamer is de uitkomst onzeker. We zetten op een rij wat er op 30 juni gebeurt, welke drie scenario's er zijn, en wat het voor spaarders en beleggers betekent.

De stand van zaken in het kort: de Wet werkelijk rendement box 3 (wetsvoorstel 36.748) is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. De commissie Financiën van de Eerste Kamer meldde het voorstel op 16 juni 2026 aan voor plenaire behandeling op 30 juni 2026. Bij aanname treedt het nieuwe stelsel naar verwachting op 1 januari 2028 in werking. De minister van Financiën heeft aangekondigd met aanpassingen te willen komen omdat hij vreest dat het voorstel in de huidige vorm wordt verworpen.

Wat gebeurt er op 30 juni?

Op 30 juni 2026 vindt de plenaire behandeling in de Eerste Kamer plaats. Dat is het debat waarin de senatoren hun oordeel geven en de minister het voorstel verdedigt. De daadwerkelijke stemming volgt soms aan het eind van datzelfde debat, maar vaker een week later (de Eerste Kamer stemt doorgaans op dinsdag). Houd er dus rekening mee dat er op 30 juni een richting duidelijk wordt, maar dat de formele eindstemming kort daarna kan vallen.

De Eerste Kamer toetst vooral op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid — niet op politieke wenselijkheid. Juist op die punten leven er zorgen. De commissie organiseerde op 19 mei 2026 twee deskundigenbijeenkomsten waarin fiscalisten, de Belastingdienst en wetenschappers hun zorgen toelichtten.

Hoe zijn we hier beland? Een korte tijdlijn

Het nieuwe stelsel is intussen twee keer uitgesteld: oorspronkelijk gepland voor 2026, daarna 2027, en nu beoogd per 1 januari 2028.

Wat verandert er als de wet wordt aangenomen?

Kort gezegd verdwijnt het "fictieve rendement" en betaalt u belasting over uw werkelijke rendement: ontvangen rente, dividend en huur, plus de waardeontwikkeling van uw vermogen. Voor de meeste bezittingen gebeurt dat via een vermogensaanwasbelasting — waarbij ook nog niet verkochte (ongerealiseerde) waardestijging jaarlijks wordt belast. Voor vastgoed en niet-beursgenoteerde aandelen geldt een vermogenswinstbelasting, die pas heft bij verkoop.

Verdieping: hoe de vermogensaanwas- en vermogenswinstbelasting precies werken — per vermogenssoort, met het knelpunt van belasting over winst die u nog niet in handen heeft — leest u in onze aparte uitleg: Box 3 vanaf 2028: vermogensaanwasbelasting uitgelegd.

Waarom twijfelt de Eerste Kamer?

Drie bezwaren steken er bovenuit:

  1. Belasting over ongerealiseerde winst. Bij de vermogensaanwasbelasting betaalt u ook over waardestijging die u nog niet hebt verzilverd. Wie een papieren winst heeft maar geen cash, kan in liquiditeitsproblemen komen — zeker als de markt het jaar daarna daalt.
  2. Uitvoerbaarheid bij de Belastingdienst. Het stelsel vraagt om gedetailleerde jaarlijkse gegevens (begin- en eindwaarde, kosten, stortingen en onttrekkingen) van banken en beleggers. De vraag is of dat tijdig en foutloos te organiseren is.
  3. Volatiliteit en eerlijkheid. Rendementen schommelen sterk per jaar; critici vrezen onvoorspelbare belastingdruk en willen ruimere verliesverrekening.

De minister heeft daarom aangegeven met aanpassingen te komen, vooral gericht op de effecten van de vermogensaanwassystematiek, om voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak te creëren.

Drie scenario's vanaf 30 juni

Scenario 1 De wet wordt aangenomen

Het nieuwe stelsel gaat per 1 januari 2028 in. 2026 en 2027 blijven onder de overbruggingswet vallen — daar verandert dus niets aan. Wel begint dan de voorbereiding: banken en beleggers moeten hun administratie inrichten op de nieuwe gegevensvereisten.

✅ Duidelijkheid: het fictieve rendement verdwijnt definitief per 2028.

Scenario 2 De wet wordt verworpen

Dan is er een probleem: de overbruggingswet loopt tot en met 2027, en zonder opvolger ontstaat er een gat. Het kabinet moet dan met spoed een alternatief of nieuw uitstel regelen. De onzekerheid voor spaarders en beleggers houdt aan.

❌ Vacuüm na 2027 — nieuw wetstraject of opnieuw uitstel nodig.

Scenario 3 Aanname met toezeggingen of novelle

De meest waarschijnlijke tussenweg: de Eerste Kamer stemt in nadat de minister toezeggingen doet of een novelle (reparatiewetje) aankondigt — bijvoorbeeld over de behandeling van ongerealiseerde winst of ruimere verliesverrekening. Het stelsel komt er, maar in aangepaste vorm.

⚖️ Het stelsel komt er, maar de details schuiven nog.

Wat betekent dit voor u nu?

Voor uw aangifte 2025, 2026 en 2027: nog niets

Wat er op 30 juni ook gebeurt, voor de belastingjaren tot en met 2027 blijft de huidige overbruggingswet gelden. U wordt belast op basis van forfaits, en met de tegenbewijsregeling kunt u uitgaan van uw werkelijke rendement als dat lager is. Onze Box 3-gids voor 2026 zet de actuele cijfers op een rij.

Met het oog op 2028: begin met bijhouden

Als het nieuwe stelsel doorgaat, telt vanaf 2028 uw werkelijke rendement. Het loont om nu al een eenvoudige administratie bij te houden: begin- en eindwaarde van uw rekeningen en beleggingen per jaar, ontvangen rente en dividend, en aan- en verkopen. Dat maakt de overgang straks een stuk soepeler.

Let op: dit artikel beschrijft een wetsvoorstel dat nog niet is aangenomen. Data, percentages en details kunnen wijzigen door amendementen, toezeggingen of een novelle. Raadpleeg voor uw eigen situatie altijd de officiële bronnen of een fiscalist.
Bronnen: Eerste Kamer — Wetsvoorstel 36.748 Wet werkelijk rendement box 3 · Rijksoverheid — Plannen werkelijk rendement box 3 · Tweede Kamer — stemming 12 februari 2026

Status op moment van schrijven (18 juni 2026): Tweede Kamer aangenomen 12 februari 2026; aanmelding plenaire behandeling Eerste Kamer 16 juni 2026; plenaire behandeling gepland op 30 juni 2026; beoogde inwerkingtreding 1 januari 2028. Het wetsvoorstel is nog niet aangenomen en kan nog wijzigen.
Voor uw eigen situatie
Bereken in 5 minuten wat box 3 u nu kost

Onze gratis educatieve berekening geeft een algemene fiscale indicatie op basis van publieke 2026-tarieven — Box 1, 2 en 3, met partner-modus en alle aftrekposten.

Start mijn berekening

Privacy · Contact · Methodiek · Blog

© 2026 SlimBelast · Slimmer omgaan met uw belasting