Wat gebeurt er op 30 juni?
Op 30 juni 2026 vindt de plenaire behandeling in de Eerste Kamer plaats. Dat is het debat waarin de senatoren hun oordeel geven en de minister het voorstel verdedigt. De daadwerkelijke stemming volgt soms aan het eind van datzelfde debat, maar vaker een week later (de Eerste Kamer stemt doorgaans op dinsdag). Houd er dus rekening mee dat er op 30 juni een richting duidelijk wordt, maar dat de formele eindstemming kort daarna kan vallen.
De Eerste Kamer toetst vooral op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid — niet op politieke wenselijkheid. Juist op die punten leven er zorgen. De commissie organiseerde op 19 mei 2026 twee deskundigenbijeenkomsten waarin fiscalisten, de Belastingdienst en wetenschappers hun zorgen toelichtten.
Hoe zijn we hier beland? Een korte tijdlijn
- 24 december 2021 — Kerstarrest. De Hoge Raad oordeelt dat het forfaitaire box 3-stelsel in strijd is met het EVRM omdat het werkelijke rendement vaak veel lager is dan het fictieve.
- 2023-2027 — Overbruggingswet. Een tijdelijk stelsel met aparte forfaits voor spaargeld, beleggingen en schulden, plus de tegenbewijsregeling voor wie aantoonbaar minder rendement haalde.
- Mei 2025 — wetsvoorstel ingediend. Het kabinet stuurt de Wet werkelijk rendement box 3 naar de Tweede Kamer.
- 12 februari 2026 — Tweede Kamer akkoord. Een meerderheid (o.a. SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, PvdD, CDA en VVD) stemt voor.
- 30 juni 2026 — Eerste Kamer. Plenaire behandeling. De sluitsteen — of het struikelblok.
Het nieuwe stelsel is intussen twee keer uitgesteld: oorspronkelijk gepland voor 2026, daarna 2027, en nu beoogd per 1 januari 2028.
Wat verandert er als de wet wordt aangenomen?
Kort gezegd verdwijnt het "fictieve rendement" en betaalt u belasting over uw werkelijke rendement: ontvangen rente, dividend en huur, plus de waardeontwikkeling van uw vermogen. Voor de meeste bezittingen gebeurt dat via een vermogensaanwasbelasting — waarbij ook nog niet verkochte (ongerealiseerde) waardestijging jaarlijks wordt belast. Voor vastgoed en niet-beursgenoteerde aandelen geldt een vermogenswinstbelasting, die pas heft bij verkoop.
Waarom twijfelt de Eerste Kamer?
Drie bezwaren steken er bovenuit:
- Belasting over ongerealiseerde winst. Bij de vermogensaanwasbelasting betaalt u ook over waardestijging die u nog niet hebt verzilverd. Wie een papieren winst heeft maar geen cash, kan in liquiditeitsproblemen komen — zeker als de markt het jaar daarna daalt.
- Uitvoerbaarheid bij de Belastingdienst. Het stelsel vraagt om gedetailleerde jaarlijkse gegevens (begin- en eindwaarde, kosten, stortingen en onttrekkingen) van banken en beleggers. De vraag is of dat tijdig en foutloos te organiseren is.
- Volatiliteit en eerlijkheid. Rendementen schommelen sterk per jaar; critici vrezen onvoorspelbare belastingdruk en willen ruimere verliesverrekening.
De minister heeft daarom aangegeven met aanpassingen te komen, vooral gericht op de effecten van de vermogensaanwassystematiek, om voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak te creëren.
Drie scenario's vanaf 30 juni
Scenario 1 De wet wordt aangenomen
Het nieuwe stelsel gaat per 1 januari 2028 in. 2026 en 2027 blijven onder de overbruggingswet vallen — daar verandert dus niets aan. Wel begint dan de voorbereiding: banken en beleggers moeten hun administratie inrichten op de nieuwe gegevensvereisten.
Scenario 2 De wet wordt verworpen
Dan is er een probleem: de overbruggingswet loopt tot en met 2027, en zonder opvolger ontstaat er een gat. Het kabinet moet dan met spoed een alternatief of nieuw uitstel regelen. De onzekerheid voor spaarders en beleggers houdt aan.
Scenario 3 Aanname met toezeggingen of novelle
De meest waarschijnlijke tussenweg: de Eerste Kamer stemt in nadat de minister toezeggingen doet of een novelle (reparatiewetje) aankondigt — bijvoorbeeld over de behandeling van ongerealiseerde winst of ruimere verliesverrekening. Het stelsel komt er, maar in aangepaste vorm.
Wat betekent dit voor u nu?
Voor uw aangifte 2025, 2026 en 2027: nog niets
Wat er op 30 juni ook gebeurt, voor de belastingjaren tot en met 2027 blijft de huidige overbruggingswet gelden. U wordt belast op basis van forfaits, en met de tegenbewijsregeling kunt u uitgaan van uw werkelijke rendement als dat lager is. Onze Box 3-gids voor 2026 zet de actuele cijfers op een rij.
Met het oog op 2028: begin met bijhouden
Als het nieuwe stelsel doorgaat, telt vanaf 2028 uw werkelijke rendement. Het loont om nu al een eenvoudige administratie bij te houden: begin- en eindwaarde van uw rekeningen en beleggingen per jaar, ontvangen rente en dividend, en aan- en verkopen. Dat maakt de overgang straks een stuk soepeler.
Status op moment van schrijven (18 juni 2026): Tweede Kamer aangenomen 12 februari 2026; aanmelding plenaire behandeling Eerste Kamer 16 juni 2026; plenaire behandeling gepland op 30 juni 2026; beoogde inwerkingtreding 1 januari 2028. Het wetsvoorstel is nog niet aangenomen en kan nog wijzigen.