Wat is het forfait — en waarom verandert het?
Box 3 belast vermogen op basis van een verondersteld rendement, het forfaitair rendement. Sinds 2023 werkt de Belastingdienst met drie categorieën, elk met een eigen forfait:
- Banktegoeden (spaargeld) — laag forfait, sluit aan bij de werkelijke spaarrente
- Overige bezittingen (beleggingen, vastgoed, crypto) — hoog forfait, sluit aan bij langetermijnrendement van die categorieën
- Schulden — wordt afgetrokken, gebaseerd op gemiddelde hypotheekrente
Het spaargeldforfait wordt voor elk belastingjaar achteraf definitief vastgesteld op basis van DNB-cijfers. De Belastingdienst neemt de gemiddelde bancaire rente op deposito's van huishoudens met een looptijd tot drie maanden, gemeten over januari tot en met november van het belastingjaar (waarbij november dubbel telt). Pas in januari na afloop van het belastingjaar volgt het definitieve cijfer.
De cijfers op een rij
| Jaar | Spaargeld (banktegoeden) | Beleggingen / overig | Schulden | Status |
|---|---|---|---|---|
| 2024 | 1,44% | 6,04% | 2,61% | Definitief |
| 2025 | 1,37% | 5,88% | 2,70% | Definitief (begin 2026) |
| 2026 | 1,28% | 6,00% | 2,70% | Voorlopig |
Het belangrijke voor u: u doet nu (mei 2026) aangifte over belastingjaar 2025. Dat betekent dat het forfait van 1,37% geldt — niet de 1,28% van 2026. Wie deze cijfers verwart, betaalt of te veel of te weinig.
Hoe wordt het forfait precies berekend?
Voor banktegoeden hanteert de Belastingdienst een specifieke methodologie:
- Bron: DNB-cijfers over de gemiddelde bancaire rente op deposito's van huishoudens met een looptijd ≤ 3 maanden
- Periode: januari tot en met november van het belastingjaar
- Weging: november telt dubbel mee — om de meest recente trend zwaarder te laten meewegen
- Vaststelling: begin volgend jaar definitief in een ministeriële regeling
Voor 2024 leverde dit 1,44% op. Voor 2025 daalde het naar 1,37% — een lichte daling die overeenkomt met de gemiddelde renteontwikkeling op spaarrekeningen. De spaarrente van banken voor vrij opneembaar spaargeld lag in 2025 tussen circa 1,2% en 1,6%; voor deposito's tussen 2,2% en 2,8%. De 1,37% ligt daar logisch tussenin.
Voor 2026 staat het voorlopige forfait op 1,28%. Dat sluit aan bij de licht verder gedaalde rentetrend in de eerste maanden van 2026. Het wordt pas in januari 2027 definitief.
Wat betekenen deze cijfers in euro's?
Drie scenario's, alle met fiscaal partner:
Profiel A Modaal spaargeld € 80.000 (samen)
Aangifte 2025 (heffingsvrij € 115.368 partners): vermogen onder vrijstelling → € 0 box 3-belasting.
Profiel B Spaargeld € 200.000 (samen)
Aangifte 2025: grondslag = € 200.000 − € 115.368 = € 84.632.
Forfait 1,37% × € 84.632 = € 1.159 fictief rendement.
Box 3-belasting = € 1.159 × 36% = € 417.
Voorlopig 2026: grondslag = € 200.000 − € 118.714 = € 81.286.
Forfait 1,28% × € 81.286 = € 1.040 fictief rendement.
Box 3-belasting = € 1.040 × 36% = € 374.
Profiel C Vermogend met spaargeld € 500.000 (samen)
Aangifte 2025: grondslag = € 500.000 − € 115.368 = € 384.632.
Forfait 1,37% × € 384.632 = € 5.269 fictief rendement.
Box 3-belasting = € 5.269 × 36% = € 1.897.
Voorlopig 2026: grondslag = € 500.000 − € 118.714 = € 381.286.
Forfait 1,28% × € 381.286 = € 4.880 fictief rendement.
Box 3-belasting = € 4.880 × 36% = € 1.757.
De relatie met de tegenbewijsregeling
Het forfait is een maximum sinds de Hoge Raad-jurisprudentie. Als uw werkelijke spaarrendement lager is dan het forfait, kunt u de tegenbewijsregeling gebruiken (in 2025-aangifte: directe keuze; voor jaren tot 2024: apart OWR-formulier).
Voorbeeld: u had € 200.000 op een spaarrekening met 1,2% rente. Werkelijk rendement = € 2.400. Forfait-rendement (over grondslag): zoals berekend hierboven, € 1.159 (2025). In dit geval is het forfait dus lager dan uw werkelijke rendement — en mag de Belastingdienst alleen het forfait belasten. Voor u is forfait dus voordeliger.
Andersom: u had € 200.000 op een rekening met slechts 0,5% rente. Werkelijk rendement = € 1.000. Forfait-rendement = € 1.159. Werkelijk is lager — dus invullen via tegenbewijsregeling levert u een lagere belasting op. Onze post over de tegenbewijsregeling Box 3 in 2026 laat zien wanneer dit echt loont.
Belangrijke nuance: vrijstelling vervalt bij tegenbewijs
Bij het kiezen voor werkelijk rendement vervalt het heffingsvrij vermogen — uw volledige rendement wordt belast (zonder drempel). Dat maakt tegenbewijs voor kleine vermogens (net boven heffingsvrij) vaak ongunstig, ook als het werkelijk rendement lager is. De Belastingdienst rekent in de aangifte over 2025 automatisch beide methodes uit en gebruikt het voor u voordeligste — maar alleen als u de werkelijke-rendement-velden actief invult.
Voor wie loont het om dit te weten?
- Spaarders met vermogen boven heffingsvrij — exact deze groep merkt het forfait direct in de aangifte
- Mensen die berekeningen voor 2026 maken — gebruik 1,28%, niet 1,37% (en niet 1,44% wat eerder genoemd werd voor 2025)
- DGA's of beleggers die deels in spaargeld zitten — kunnen mogelijk verschuiven naar wat fiscaal gunstiger is
- Aankomend gepensioneerden — die hun vermogen vaker in spaargeld parkeren — voor hen is het forfait extra relevant
Vooruitblik 2027
De forfaitaire systematiek heeft nog een beperkte houdbaarheid. Het kabinet streeft ernaar per 1 januari 2028 over te gaan op een heffing op werkelijk rendement (Wet werkelijk rendement box 3). Het wetsvoorstel ligt sinds mei 2025 bij de Tweede Kamer; behandeling loopt. Tot die tijd blijft het forfait bestaan — met elk jaar een licht ander cijfer voor banktegoeden en schulden.
Voor wie nu plant: wees ervan bewust dat het systeem in 2028 fundamenteel verandert. Wat nu voordelig is (forfait lager dan werkelijk) kan dan andersom uitvallen. Reken niet op fiscale stabiliteit en plan met flexibiliteit.
Praktisch: wat te doen?
- Voor uw aangifte 2025: gebruik 1,37% voor spaargeld. Niet 1,44% (oude voorlopige waarde) en niet 1,28% (geldt voor 2026).
- Voor berekeningen 2026: gebruik 1,28%. Dit is voorlopig; in januari 2027 volgt de definitieve waarde — verwacht een lichte aanpassing van enkele basispunten.
- Bij vermogen vlak boven heffingsvrij: reken altijd na of werkelijk-rendement-keuze loont. Bij volledig spaargeld met rente onder forfait: vaak ja. Bij gemengd vermogen met beleggingen: vaak niet.
- Plan vooruit naar 2028: houd de wetgeving werkelijk rendement in de gaten — die kan uw fiscale positie wezenlijk veranderen.
Cijfers gecheckt op 9 mei 2026 (Belastingdienst.nl en Evi van Lanschot publicatie 11 maart 2026): forfait 2025 spaargeld 1,37% (definitief, was eerder voorlopig genoemd 1,44%); 2025 beleggingen 5,88% (definitief); 2025 schulden 2,70% (definitief). Voor 2026: spaargeld voorlopig 1,28%, beleggingen 6,00% (al definitief), schulden voorlopig 2,70%. Heffingsvrij vermogen 2025 € 57.684 / € 115.368 partners; 2026 € 59.357 / € 118.714 partners. Box 3-tarief beide jaren 36%. Voorbeeldberekeningen exclusief eventuele groene-beleggingenvrijstelling.