Wanneer valt uw tweede woning in box 3?
Zodra een woning niet uw hoofdverblijf is en u haar niet verhuurt, valt zij volgens de Belastingdienst in box 3 onder de categorie "2e woning" — onderdeel van de bredere groep "overige bezittingen", samen met aandelen, obligaties en crypto. Verhuurt u de woning wél, dan valt zij onder een andere categorie: "overige onroerende zaken" (zie verderop).
Voor beide categorieën geldt hetzelfde forfaitaire rendement: 6,00% in 2026 — het enige forfait dat al definitief vaststaat (de forfaits voor spaargeld en schulden zijn nog voorlopig).
Welke waarde geeft u aan?
Voor een tweede woning in Nederland is dat de WOZ-waarde, met als peildatum 1 januari van het jaar vóór het aangiftejaar. Voor de aangifte over 2026 gebruikt u dus de WOZ-beschikking met waardepeildatum 1 januari 2025. Staat de woning in het buitenland, dan geeft u de waarde in het economisch verkeer in onbewoonde staat aan, op diezelfde peildatum — bijvoorbeeld een taxatie of een vergelijkbare officiële waardering uit het land waar de woning staat.
Rekenvoorbeeld
Heffingsvrij vermogen 2026: € 59.357
Grondslag sparen en beleggen: € 340.000 − € 59.357 = € 280.643
Fictief rendement (vóór aandeel-regeling):
Spaargeld: € 40.000 × 1,28% = € 512
Vakantiehuis: € 300.000 × 6,00% = € 18.000
Totaal: € 18.512
Aandeel-regeling: € 18.512 × (€ 280.643 / € 340.000) = € 15.283
Belasting: 36% × € 15.283 = ± € 5.502
Ter vergelijking: zonder het vakantiehuis (alleen de € 40.000 spaargeld) zou deze persoon niets betalen, want dat bedrag blijft ruim onder het heffingsvrij vermogen. Een tweede woning duwt veel mensen dus voor het eerst ín de box 3-heffing.
Verhuurt u de woning? Dan verandert er iets
Zodra u de woning (deels) verhuurt, valt zij niet meer onder "2e woning" maar onder "overige onroerende zaken" in de aangifte. De waardering kan dan afwijken van die van een niet-verhuurde tweede woning — onder meer door factoren die specifiek voor verhuurd vastgoed gelden. Twijfelt u onder welke categorie uw situatie valt, bijvoorbeeld bij gedeeltelijke verhuur via een platform, neem dan contact op met de Belastingdienst of een fiscalist voordat u aangifte doet.
De schuld telt ook mee
Heeft u een hypotheek of lening afgesloten voor de tweede woning? Die schuld verlaagt uw box 3-vermogen, maar niet volledig: alleen het deel van uw totale schulden boven de schuldendrempel van € 3.800 (€ 7.600 met fiscaal partner) telt mee, tegen een forfait van 2,70% (voorlopig, 2026). Let op: dit is iets anders dan de hypotheekrenteaftrek die u kent van uw hoofdwoning — die aftrek geldt alléén in box 1, niet voor een tweede woning.
Nieuw sinds 2026: de bijtelling eigen gebruik
Gebruikt u de tegenbewijsregeling om uw werkelijke rendement aan te geven in plaats van het forfait? Dan geldt sinds 2026 een extra regel: omdat u de woning zelf gebruikt in plaats van verhuurt, telt een bijtelling eigen gebruik mee bij het werkelijke rendement. U kiest zelf tussen twee methoden: de werkelijke huurwaarde (bijvoorbeeld via de huurprijscheck van de Huurcommissie), of een vast percentage van 5,06% van de WOZ-waarde, vermenigvuldigd met het aantal dagen eigen gebruik gedeeld door 365.
× (60 / 365) = ± € 2.496 bijtelling
Zonder deze bijtelling zou eigen gebruik van de woning binnen de werkelijk-rendementmethode onbelast blijven, terwijl verhuur wél rendement oplevert. De regel zorgt dus voor gelijke behandeling tussen beide situaties.
Wilt u zien hoe het toekomstige stelsel op basis van werkelijk rendement (verwacht vanaf 2028) voor uw situatie zou uitpakken? Onze rekenhulp vermogensaanwasbelasting laat dat zien.
Wat kost uw tweede woning u nu in box 3?
Onze gratis calculator rekent uw volledige box 3-situatie door met de actuele 2026-cijfers, inclusief een tweede woning of vakantiehuis.
Start mijn berekeningVeelgestelde vragen
Cijfers 2026 (Belastingdienst.nl): forfait overige bezittingen 6,00% (definitief), spaargeld 1,28% (voorlopig), schulden 2,70% (voorlopig). Heffingsvrij vermogen € 59.357 (alleenstaand) / € 118.714 (partners). Schuldendrempel € 3.800 / € 7.600. Box 3-tarief 36%. Bijtelling eigen gebruik werkelijk rendement 5,06% van de WOZ-waarde. Rekenvoorbeelden zijn illustratief en vereenvoudigd. Geen fiscaal advies. Laatst gecheckt: 7 september 2026.