Box 3 · 7 september 2026 · 6 min leestijd

Tweede woning en vakantiehuis: zo werkt box 3 in 2026

Een vakantiehuis op de Veluwe, een appartement aan zee, een huisje dat u van uw ouders erfde — als u een woning heeft die niet uw hoofdverblijf is, telt die vrijwel altijd mee in box 3. Niet als "tweede eigen woning" met hypotheekrenteaftrek, maar als vermogen waarover u belasting betaalt volgens de vermogensrendementsheffing. Zo rekent u het uit — en wat verandert er sinds 2026.

Wanneer valt uw tweede woning in box 3?

Zodra een woning niet uw hoofdverblijf is en u haar niet verhuurt, valt zij volgens de Belastingdienst in box 3 onder de categorie "2e woning" — onderdeel van de bredere groep "overige bezittingen", samen met aandelen, obligaties en crypto. Verhuurt u de woning wél, dan valt zij onder een andere categorie: "overige onroerende zaken" (zie verderop).

Voor beide categorieën geldt hetzelfde forfaitaire rendement: 6,00% in 2026 — het enige forfait dat al definitief vaststaat (de forfaits voor spaargeld en schulden zijn nog voorlopig).

Welke waarde geeft u aan?

Voor een tweede woning in Nederland is dat de WOZ-waarde, met als peildatum 1 januari van het jaar vóór het aangiftejaar. Voor de aangifte over 2026 gebruikt u dus de WOZ-beschikking met waardepeildatum 1 januari 2025. Staat de woning in het buitenland, dan geeft u de waarde in het economisch verkeer in onbewoonde staat aan, op diezelfde peildatum — bijvoorbeeld een taxatie of een vergelijkbare officiële waardering uit het land waar de woning staat.

Rekenvoorbeeld

Alleenstaande met een vakantiehuis (WOZ € 300.000) en € 40.000 spaargeld, geen schulden
Totaal bezittingen: € 300.000 + € 40.000 = € 340.000
Heffingsvrij vermogen 2026: € 59.357
Grondslag sparen en beleggen: € 340.000 − € 59.357 = € 280.643

Fictief rendement (vóór aandeel-regeling):
Spaargeld: € 40.000 × 1,28% = € 512
Vakantiehuis: € 300.000 × 6,00% = € 18.000
Totaal: € 18.512

Aandeel-regeling: € 18.512 × (€ 280.643 / € 340.000) = € 15.283
Belasting: 36% × € 15.283 = ± € 5.502

Ter vergelijking: zonder het vakantiehuis (alleen de € 40.000 spaargeld) zou deze persoon niets betalen, want dat bedrag blijft ruim onder het heffingsvrij vermogen. Een tweede woning duwt veel mensen dus voor het eerst ín de box 3-heffing.

Verhuurt u de woning? Dan verandert er iets

Zodra u de woning (deels) verhuurt, valt zij niet meer onder "2e woning" maar onder "overige onroerende zaken" in de aangifte. De waardering kan dan afwijken van die van een niet-verhuurde tweede woning — onder meer door factoren die specifiek voor verhuurd vastgoed gelden. Twijfelt u onder welke categorie uw situatie valt, bijvoorbeeld bij gedeeltelijke verhuur via een platform, neem dan contact op met de Belastingdienst of een fiscalist voordat u aangifte doet.

De schuld telt ook mee

Heeft u een hypotheek of lening afgesloten voor de tweede woning? Die schuld verlaagt uw box 3-vermogen, maar niet volledig: alleen het deel van uw totale schulden boven de schuldendrempel van € 3.800 (€ 7.600 met fiscaal partner) telt mee, tegen een forfait van 2,70% (voorlopig, 2026). Let op: dit is iets anders dan de hypotheekrenteaftrek die u kent van uw hoofdwoning — die aftrek geldt alléén in box 1, niet voor een tweede woning.

Nieuw sinds 2026: de bijtelling eigen gebruik

Gebruikt u de tegenbewijsregeling om uw werkelijke rendement aan te geven in plaats van het forfait? Dan geldt sinds 2026 een extra regel: omdat u de woning zelf gebruikt in plaats van verhuurt, telt een bijtelling eigen gebruik mee bij het werkelijke rendement. U kiest zelf tussen twee methoden: de werkelijke huurwaarde (bijvoorbeeld via de huurprijscheck van de Huurcommissie), of een vast percentage van 5,06% van de WOZ-waarde, vermenigvuldigd met het aantal dagen eigen gebruik gedeeld door 365.

Bijtelling eigen gebruik — 60 dagen per jaar zelf gebruikt
5,06% × € 300.000 = € 15.180 (jaarbedrag bij volledig eigen gebruik)
× (60 / 365) = ± € 2.496 bijtelling

Zonder deze bijtelling zou eigen gebruik van de woning binnen de werkelijk-rendementmethode onbelast blijven, terwijl verhuur wél rendement oplevert. De regel zorgt dus voor gelijke behandeling tussen beide situaties.

Let op: dit raakt alleen wie de tegenbewijsregeling gebruikt. Rekent u gewoon met het forfait van 6,00%, dan speelt de bijtelling eigen gebruik geen rol — die zit al verwerkt in het forfaitaire percentage.

Wilt u zien hoe het toekomstige stelsel op basis van werkelijk rendement (verwacht vanaf 2028) voor uw situatie zou uitpakken? Onze rekenhulp vermogensaanwasbelasting laat dat zien.

Wat kost uw tweede woning u nu in box 3?

Onze gratis calculator rekent uw volledige box 3-situatie door met de actuele 2026-cijfers, inclusief een tweede woning of vakantiehuis.

Start mijn berekening

Veelgestelde vragen

Moet ik mijn tweede woning of vakantiehuis aangeven in box 3?
Ja, tenzij de woning uw hoofdverblijf is (dan valt hij in box 1). Een tweede woning die u niet verhuurt — zoals een vakantiehuis dat u zelf gebruikt of leeg laat staan — valt in box 3 onder de categorie "overige bezittingen" en wordt belast tegen het forfait van 6,00% (2026).
Welke waarde moet ik aangeven voor mijn tweede woning?
Voor een woning in Nederland geeft u de WOZ-waarde aan met waardepeildatum 1 januari van het jaar vóór het aangiftejaar. Voor een woning in het buitenland geeft u de waarde in het economisch verkeer in onbewoonde staat aan, op diezelfde peildatum.
Verandert het als ik de woning verhuur?
Ja. Een woning die u verhuurt, valt volgens de Belastingdienst niet onder de categorie "2e woning" maar onder "overige onroerende zaken" in box 3. De waardering kan daardoor afwijken van die van een niet-verhuurde tweede woning; laat dit voor uw specifieke situatie nakijken.
Mag ik de hypotheek op mijn tweede woning aftrekken?
Niet zoals de hypotheekrenteaftrek voor uw hoofdwoning — die geldt alleen in box 1. De schuld voor uw tweede woning telt wel mee als schuld in box 3, tegen het forfait van 2,70% (voorlopig, 2026), voor zover de schuld boven de schuldendrempel van € 3.800 (€ 7.600 met fiscaal partner) uitkomt.
Wat is de nieuwe bijtelling eigen gebruik vanaf 2026?
Geeft u uw werkelijke rendement op via de tegenbewijsregeling, dan telt sinds 2026 een bijtelling mee voor eigen gebruik van uw tweede woning: 5,06% van de WOZ-waarde vermenigvuldigd met het aantal dagen dat u de woning zelf kon gebruiken, gedeeld door 365. Zo blijft eigen gebruik niet onbelast binnen de werkelijk-rendementmethode.
Bronnen: Belastingdienst — 2e woning (zoals een vakantiewoning) · Belastingdienst — Berekening box 3-inkomen 2026 · Belastingdienst — Heffingsvrij vermogen · Belastingdienst — Fictief en werkelijk rendement van een vakantiewoning berekenen.

Cijfers 2026 (Belastingdienst.nl): forfait overige bezittingen 6,00% (definitief), spaargeld 1,28% (voorlopig), schulden 2,70% (voorlopig). Heffingsvrij vermogen € 59.357 (alleenstaand) / € 118.714 (partners). Schuldendrempel € 3.800 / € 7.600. Box 3-tarief 36%. Bijtelling eigen gebruik werkelijk rendement 5,06% van de WOZ-waarde. Rekenvoorbeelden zijn illustratief en vereenvoudigd. Geen fiscaal advies. Laatst gecheckt: 7 september 2026.
Voor spaarders, beleggers en huiseigenaren
Bereken uw box 3-belasting met de 2026-cijfers

Vul uw vermogen in — inclusief een tweede woning of vakantiehuis — en zie direct wat u verschuldigd bent, en of de tegenbewijsregeling voor u loont.

Start mijn berekening →

Privacy · Contact · Methodiek · Blog Redactie en bronnen

© 2026 SlimBelast · Slimmer omgaan met uw belasting