Stand van de parlementaire behandeling
Op maandag 12 oktober 2026 hield de vaste Kamercommissie voor Financiën het eerste wetgevingsoverleg over het pakket Belastingplan 2027. De commissie besloot de behandeling voort te zetten; een tweede wetgevingsoverleg volgt op maandag 26 oktober 2026. Twee dagen na het eerste overleg, op 14 oktober 2026, diende het kabinet een nota van wijziging in bij het wetsvoorstel. Het plenaire debat over het wetsvoorstel staat gepland in week 45 van 2026, waarna de Tweede Kamer over het wetsvoorstel en de ingediende amendementen stemt.
Bij de behandeling dienden Kamerleden inmiddels meerdere amendementen in op de inhoud en de dekking van het pakket. Het lid Grinwis c.s. stelde voor de tabelcorrectiefactor, die de jaarlijkse inflatiecorrectie van de belastingschijven en heffingskortingen regelt, volledig toe te passen. De leden Grinwis en Dassen dienden een amendement in om de belasting op arbeid te verlagen. Het lid Grinwis stelde daarnaast voor de verlaging van de vliegbelasting deels terug te draaien ter dekking, en het lid Dobbe stelde voor het hoge tarief van de vennootschapsbelasting te verhogen met 0,1 procentpunt. Over geen van deze amendementen is tot nu toe gestemd.
Box 1: voorstellen voor werknemers
Het kabinet kondigde op Prinsjesdag aan de arbeidskorting te verhogen met € 173 per jaar, maar stelde dat bedrag op 29 september 2026 bij naar € 133 per jaar, om ruimte te maken voor een hogere inkomensgrens bij het toptarief. Het kabinet stelt voor om die inkomensgrens te verhogen naar € 80.578, waardoor minder inkomen in de hoogste belastingschijf valt. Het voorstel om de tarieven van de eerste en tweede belastingschijf te verlagen met 0,06 procentpunt blijft daarnaast staan.
Box 1: de afbouw van de IACK staat al vast
Los van het Belastingplan 2027 staat één wijziging voor werkende ouders al vast. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt per 2027 afgebouwd in 9 stappen voor alle ouders die daar recht op hebben, op grond van een eerder aangenomen amendement dat niet meer afhangt van de huidige Kamerbehandeling.
Box 1: voorstellen voor zzp'ers en ondernemers
Voor zelfstandigen en andere ondernemers stelt het kabinet voor het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek te verhogen naar 45%, en de innovatiebox voor het mkb te verruimen naar een forfaitmaximum van € 100.000 per jaar.
Als onderdeel van de dekking voor de novelle verlaagt het kabinet voor vier jaar het tarief van de tweede schijf in box 2 naar 29,2%, relevant voor dga's die vermogen uit hun vennootschap halen. Ook wordt de ruimte voor excessief lenen bij de eigen vennootschap vanaf 2027 in vijf jaarlijkse stappen afgebouwd tot € 100.000.
Box 3: de novelle naar een vermogenswinstbelasting
Voor spaarders en beleggers blijft de novelle op de Wet werkelijk rendement box 3 de belangrijkste ontwikkeling. Het kabinet stelt voor de vermogenswinstbelasting vanaf 2028 uit te breiden naar alle financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties. In 2030 moet de overstap volgen naar een volledige vermogenswinstbelasting voor de overige vermogensbestanddelen.
De vaste commissie voor Financiën van de Eerste Kamer ging op 13 oktober 2026 voorwaardelijk akkoord met deze aanpak, op voorwaarde dat het spoedadvies van de Afdeling van de Raad van State en de uitvoeringstoets van de Belastingdienst op tijd beschikbaar zijn. De commissie besluit verder de behandeling door de Tweede Kamer af te wachten alvorens zelf een definitief besluit te nemen.
Box 3: heffingsvrij vermogen en dekking
Als dekking voor de novelle brengt het kabinet het heffingsvrij vermogen in box 3 per 2027 terug naar het niveau van 2020: € 30.846. Vanaf 2028 geldt daarnaast een heffingsvrij resultaat van € 1.000 in de vermogenswinstbelasting. De resterende dekking vindt het kabinet in een verhoging van het forfait voor overige bezittingen, waaronder huurinkomsten, met 1,5 procentpunt.
Op 6 oktober 2026 verwierp de Tweede Kamer een motie die het kabinet vroeg deze lastenverzwaringen te herzien: 71 Kamerleden stemden voor, te weinig voor een meerderheid. De aangekondigde bedragen uit de Kamerbrief van 29 september blijven daarmee vooralsnog het uitgangspunt, al moet de novelle nog door beide Kamers worden aangenomen.
Huiseigenaren: overdrachtsbelasting en woningcorporaties
Voor een woning die de koper niet zelf gaat bewonen, zoals een beleggingspand of tweede woning, stelt het kabinet voor de overdrachtsbelasting per 1 januari 2027 te verlagen naar 7%. Wie zelf in de woning gaat wonen, betaalt in dit voorstel 2% overdrachtsbelasting.
Het kabinet stelt daarnaast voor woningcorporaties per 2027 vrij te stellen van de overdrachtsbelasting wanneer zij sociale huurwoningen overdragen aan een andere woningcorporatie, om hun investeringsruimte te vergroten.
Overige maatregelen en wat u nu kunt doen
Het pakket bevat ook maatregelen die minder aandacht krijgen maar wel het dagelijks leven raken. Voor 2027 stelt het kabinet een benzineaccijns van € 0,85 per liter en een dieselaccijns van € 0,55 per liter voor, en verlaagt het kabinet het hoge tarief van de vliegbelasting naar € 59,43 per passagier. Voor leidingwater stelt het kabinet een tariefverhoging voor van € 0,10 per 1.000 liter, en werknemers met een inkomen vanaf € 137.800 krijgen zes jaar lang minder fiscaal voordeel bij pensioenopbouw boven dat bedrag.
Voor uw eerstvolgende aangifte gelden de regels van het lopende belastingjaar: geen van deze voorstellen is al definitief. Zodra de Tweede en de Eerste Kamer ermee instemmen, gaan de meeste maatregelen uit het Belastingplan 2027 in per 1 januari 2027.
Veelgestelde vragen
Is het Belastingplan 2027 al aangenomen door de Tweede Kamer?
Nee, de Tweede Kamer heeft nog niet over het wetsvoorstel gestemd. Na het eerste wetgevingsoverleg op 12 oktober 2026 volgt op 26 oktober een tweede overleg, waarna het plenaire debat in week 45 volgt. Pas daarna stemt de Kamer over het wetsvoorstel en de ingediende amendementen.
Staat de verlaging van het heffingsvrij vermogen in box 3 al vast?
Nog niet. Het bedrag van € 30.846 voor 2027 staat in de Kamerbrief van 29 september 2026, en een motie om dit terug te draaien kreeg op 6 oktober 2026 geen Kamermeerderheid. De novelle die dit regelt, moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen.
Wat besliste de Eerste Kamer op 13 oktober over box 3?
De commissie Financiën ging voorwaardelijk akkoord met de kabinetsaanpak voor de novelle, op voorwaarde dat het advies van de Raad van State en de uitvoeringstoets van de Belastingdienst op tijd klaar zijn. Een definitief oordeel volgt pas na de behandeling in de Tweede Kamer.
Verandert de overdrachtsbelasting voor mijn eigen huis?
Nee. De verlaging naar 7% geldt alleen voor wie een woning koopt zonder er zelf te gaan wonen; voor een eigen huis blijft in dit voorstel 2% overdrachtsbelasting gelden.
Zijn er sinds Prinsjesdag nog amendementen bijgekomen op het Belastingplan 2027?
Ja. Kamerleden dienden amendementen in om de tabelcorrectiefactor volledig toe te passen en om de belasting op arbeid te verlagen, naast eerdere voorstellen over de vliegbelasting en de vennootschapsbelasting. Over geen van deze amendementen is gestemd; het plenaire debat is gepland in week 45 van 2026.
Bronnen en verantwoording
- Rijksoverheid: Belastingplan 2027 - voorstellen voor beter werkend belastingstelsel en gezonde overheidsfinanciën
- Rijksoverheid: Plan kabinet voor verlagen overdrachtsbelasting voor woning die koper niet zelf bewoont
- Tweede Kamer: Wetsvoorstel 37.022 Belastingplan 2027 - stand van zaken
- Eerste Kamer: Kamerbrief Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid (29 september 2026)
- Eerste Kamer: Korte aantekening commissie Financiën (13 oktober 2026)
- Rijksoverheid: Wat is een heffingskorting en welke heffingskortingen zijn er?
- Tweede Kamer: Motie van het lid Flach c.s. (37020-IX, nr. 29)
Dit artikel is automatisch opgesteld met broncontroles. Die controles sluiten interpretatiefouten niet uit. Algemene uitleg; geen beoordeling van uw persoonlijke situatie. Vermeld een mogelijke fout via het contactformulier. Redactie en correcties.