Wat is ‘bedrag ineens’ ook alweer?
Bij ingang van uw ouderdomspensioen krijgt u — als deze wet eindelijk in werking treedt — het recht om maximaal 10% van de waarde van uw opgebouwde pensioen in één keer op te nemen. De resterende 90% wordt op de gebruikelijke manier maandelijks uitgekeerd. De keuze geldt zowel voor werknemerspensioen (2e pijler) als voor lijfrentes (3e pijler).
Praktisch voorbeeld: bij een pensioenpot van € 230.000 zou u dus tot € 23.000 ineens kunnen opnemen, en zou uw levenslange maandelijkse uitkering 10% lager worden. Het idee: meer keuzevrijheid bij pensionering — bijvoorbeeld voor hypotheekaflossing, verbouwing of een grote uitgave.
De geschiedenis: vijf keer uitgesteld
| Geplande ingangsdatum | Uitstelreden |
|---|---|
| 1 januari 2022 | Pensioenfondsen kunnen niet tijdig implementeren |
| 1 januari 2023 | Capaciteit Belastingdienst onvoldoende |
| 1 juli 2023 | Onduidelijkheid over keuzebegeleiding |
| 1 januari 2024 | Wet toekomst pensioenen krijgt voorrang |
| 1 juli 2024 | Bredere implementatie-issues bij pensioenuitvoerders |
| 1 januari 2025 | Nibud-keuzehulp nog niet gereed |
| 1 juli 2025 | Capaciteit voor Wtp-transitie heeft prioriteit |
| 1 juli 2026 | Pensioenuitvoerders melden onvoldoende voorbereiding |
| 1 januari 2029 | Huidig (laatste uitstel maart 2026) |
De minister geeft aan dat de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel (Wet toekomst pensioenen) volledige aandacht krijgt tot 2028. Pas daarna kunnen pensioenuitvoerders capaciteit vrijmaken voor de implementatie van bedrag ineens.
Drie scenario’s — wat betekent dit concreet?
Profiel 1 Pensionering in 2026 — Klaas (67), pensioenpot € 220.000
Situatie: Klaas wilde op zijn AOW-datum 10% (€ 22.000) opnemen om de laatste € 18.000 van zijn hypotheek af te lossen en een nieuwe auto te kopen. Hij rekende erop dat de wet op 1 juli 2026 in zou gaan.
| Component | Plan met bedrag ineens | Werkelijkheid 2026 |
|---|---|---|
| Pensioenpot bij pensionering | € 220.000 | € 220.000 |
| Eenmalige opname | € 22.000 | € 0 (niet mogelijk) |
| Resterend voor levenslange uitkering | € 198.000 | € 220.000 |
| Bruto pensioen/maand (incl. AOW) | € 2.380 | € 2.490 |
| Hypotheekaflossing € 18.000 | Gedaan | Niet mogelijk |
Profiel 2 Pensionering in 2028 — Marja (66 in 2028), pot € 150.000
Situatie: Marja wil eind 2028 met pensioen. Ze rekende op een bedrag ineens van ongeveer € 15.000 om haar reisplannen te realiseren. Door het uitstel valt haar pensioendatum nu vóór 1 januari 2029.
Profiel 3 Pensionering ná 2029 — Henk (62), pot € 280.000
Situatie: Henk gaat pas in 2031 met pensioen. Voor hem is de wet — als die in 2029 werkelijk wordt ingevoerd — gewoon beschikbaar.
Belangrijke fiscale gevolgen bij opname
Mocht de wet in 2029 inderdaad ingaan, dan zijn er een aantal fiscale aandachtspunten die nu al relevant zijn voor uw planning:
1. Inkomenseffect in opnamejaar
Het bedrag ineens telt mee als belastbaar inkomen in het kalenderjaar waarin u het ontvangt. Bij een opname van € 22.000 plus uw normale pensioen van € 28.000 komt uw box 1-inkomen dat jaar op ≈ € 50.000. Een deel daarvan valt in de tweede schijf (37,56%). De Belastingdienst houdt loonbelasting in.
2. Effect op toeslagen
Door het hogere toetsingsinkomen kunt u in het opnamejaar minder of geen zorgtoeslag en huurtoeslag krijgen. Voor een alleenstaande met pensioeninkomen rond € 22.000 betekent een opname van € 22.000 dat u dat jaar geen recht meer hebt op zorgtoeslag (grens 2026: € 41.032). Verschil ≈ € 1.500 minder toeslag. Plan daarom strategisch.
3. Geen ‘hoog-laag’ combinatie
Als u kiest voor bedrag ineens, kunt u niet meer kiezen voor de optie ‘hoog-laag’ (eerst hoger, later lager pensioen) of ‘laag-hoog’. Voor mensen die hun eerste pensioenjaren willen optimaliseren met een hogere maanduitkering is dit een belangrijke afweging.
4. Minimum-pensioen na opname
Na opname moet uw resterende levenslange pensioen minimaal € 632,63 bruto per jaar zijn (de afkoopgrens kleine pensioenen, bedrag 2026). Voor de meeste mensen is dit ruim haalbaar, maar bij hele kleine pensioenpotjes (< € 50.000) kan dit een beperking zijn.
Wat kunt u nu doen?
1. Pensioenplanning herzien — als u tussen 2026 en 2028 met pensioen gaat
Als u rekende op bedrag ineens om bijvoorbeeld een hypotheek af te lossen, een grote verbouwing te doen of een schenking te realiseren, moet u nu een alternatief plan maken. Drie hoofdrichtingen:
- Extra sparen uit lopend inkomen — vanaf nu maandelijks geld opzij zetten op een spaarrekening of in box 3-beleggingen.
- Pensioen uitstellen tot na 2029 — werkt alleen als u dit financieel kunt opvangen. Per maand uitstel groeit uw pensioen met ongeveer 0,8% (afhankelijk van uw fonds).
- Een (overbruggings)lening — kan tijdelijk een aflossing financieren, maar in 2026 zijn de hypotheekrentes relatief hoog. Reken goed door.
2. Bij lijfrente: opname-strategie aanpassen
Lijfrentes vallen straks ook onder de bedrag ineens-regeling. Als u in 2026-2028 een lijfrente uitgekeerd krijgt, kunt u nu nog niet kiezen voor een bedrag ineens. Bespreek met uw lijfrente-aanbieder of een gefaseerde uitkering met variabele bedragen mogelijk is — dat geeft enige flexibiliteit.
3. Belastingoptimalisatie voor het jaar van pensionering
Of u nu wel of niet bedrag ineens gebruikt, het eerste pensioenjaar is fiscaal gunstig om aftrekposten te benutten: hypotheekrente, periodieke giften, lijfrentestortingen voor de jaarruimte van het oude werkjaar. Bekijk onze lijfrente-blog voor jaarruimte-berekening.
Komt de wet in 2029 wel echt?
Dat is de grote vraag. Vijf keer uitstel betekent dat we sceptisch mogen zijn. De minister noemt twee concrete redenen waarom 2029 ditmaal realistisch zou zijn:
- De grote transitie naar het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) moet eind 2027 / begin 2028 grotendeels afgerond zijn voor de meeste pensioenfondsen
- Pensioenuitvoerders hebben daarna circa een jaar de tijd om de systemen voor bedrag ineens in te richten
Maar Nederland heeft de afgelopen jaren meerdere ‘zachte’ deadlines moeten verschuiven (denk aan box 3-herziening, ook uitgesteld tot 2028). Houd er rekening mee dat 2029 niet onomstreden is.
Conclusie
Wie tussen nu en 2029 met pensioen gaat en rekende op een eenmalige opname, moet zijn financiële planning herzien. De meest pragmatische opties zijn extra sparen in de aanloop naar pensionering of het pensioen kort uitstellen tot ná 1 januari 2029. Voor mensen die ná 2029 met pensioen gaan blijft de keuze beschikbaar — mits de wet ditmaal echt in werking treedt. Volg de berichtgeving van de Tweede Kamer en uw eigen pensioenfonds nauwlettend.
Datum check: 14 mei 2026. Uitstelbesluit van 30 maart 2026 bevestigd door verschillende pensioenuitvoerders en accountantsbureaus. Afkoopgrens kleine pensioenen 2026 (€ 632,63) volgens Belastingdienst.nl. Rekenvoorbeelden zijn fictief en bedoeld als illustratie; werkelijke pensioenbedragen variëren per fonds en persoon.