Pensioen · 14 mei 2026 · 8 min leestijd

Bedrag ineens pensioen opnieuw uitgesteld — nu naar 2029: wat betekent dat voor uw planning?

De Wet bedrag ineens — die het mogelijk maakt om bij pensionering tot 10% van uw opgebouwde pensioen in één keer op te nemen — is op 30 maart 2026 opnieuw uitgesteld. De nieuwe streefdatum is 1 januari 2029. Voor wie nu met pensioen gaat of het binnen 2-3 jaar plant, betekent dit: de keuze is voorlopig niet beschikbaar. We leggen uit wat dit precies inhoudt, waarom het uitstel zo lang duurt en wat alternatieven zijn.

Het kerncijfer: De wet ‘Bedrag ineens’ stond gepland voor 1 juli 2026. Volgens een brief van de minister van Sociale Zaken (eind maart 2026) is de invoering nu opgeschoven naar 1 januari 2029 — het vijfde uitstel sinds 2022. Pensioenuitvoerders kunnen het niet tijdig implementeren, met name vanwege de gelijktijdige transitie naar het nieuwe pensioenstelsel (Wtp).

Wat is ‘bedrag ineens’ ook alweer?

Bij ingang van uw ouderdomspensioen krijgt u — als deze wet eindelijk in werking treedt — het recht om maximaal 10% van de waarde van uw opgebouwde pensioen in één keer op te nemen. De resterende 90% wordt op de gebruikelijke manier maandelijks uitgekeerd. De keuze geldt zowel voor werknemerspensioen (2e pijler) als voor lijfrentes (3e pijler).

Praktisch voorbeeld: bij een pensioenpot van € 230.000 zou u dus tot € 23.000 ineens kunnen opnemen, en zou uw levenslange maandelijkse uitkering 10% lager worden. Het idee: meer keuzevrijheid bij pensionering — bijvoorbeeld voor hypotheekaflossing, verbouwing of een grote uitgave.

De geschiedenis: vijf keer uitgesteld

Geplande ingangsdatumUitstelreden
1 januari 2022Pensioenfondsen kunnen niet tijdig implementeren
1 januari 2023Capaciteit Belastingdienst onvoldoende
1 juli 2023Onduidelijkheid over keuzebegeleiding
1 januari 2024Wet toekomst pensioenen krijgt voorrang
1 juli 2024Bredere implementatie-issues bij pensioenuitvoerders
1 januari 2025Nibud-keuzehulp nog niet gereed
1 juli 2025Capaciteit voor Wtp-transitie heeft prioriteit
1 juli 2026Pensioenuitvoerders melden onvoldoende voorbereiding
1 januari 2029Huidig (laatste uitstel maart 2026)

De minister geeft aan dat de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel (Wet toekomst pensioenen) volledige aandacht krijgt tot 2028. Pas daarna kunnen pensioenuitvoerders capaciteit vrijmaken voor de implementatie van bedrag ineens.

Drie scenario’s — wat betekent dit concreet?

Profiel 1 Pensionering in 2026 — Klaas (67), pensioenpot € 220.000

Situatie: Klaas wilde op zijn AOW-datum 10% (€ 22.000) opnemen om de laatste € 18.000 van zijn hypotheek af te lossen en een nieuwe auto te kopen. Hij rekende erop dat de wet op 1 juli 2026 in zou gaan.

ComponentPlan met bedrag ineensWerkelijkheid 2026
Pensioenpot bij pensionering€ 220.000€ 220.000
Eenmalige opname€ 22.000€ 0 (niet mogelijk)
Resterend voor levenslange uitkering€ 198.000€ 220.000
Bruto pensioen/maand (incl. AOW)€ 2.380€ 2.490
Hypotheekaflossing € 18.000GedaanNiet mogelijk
Klaas moet zijn plan aanpassen. Hij heeft drie opties: (1) extra sparen vanuit zijn maandinkomen om in 2029 alsnog op te nemen, (2) een lening afsluiten voor de hypotheekaflossing — duur in deze rentestand, of (3) zijn pensioen uitstellen tot na 2029. Voor de meeste pensioneerders is optie 3 te duur in misgelopen inkomen.

Profiel 2 Pensionering in 2028 — Marja (66 in 2028), pot € 150.000

Situatie: Marja wil eind 2028 met pensioen. Ze rekende op een bedrag ineens van ongeveer € 15.000 om haar reisplannen te realiseren. Door het uitstel valt haar pensioendatum nu vóór 1 januari 2029.

⚠️ Marja overweegt pensioen uitstellen. Als ze haar pensioen pas op 2 januari 2029 laat ingaan in plaats van in december 2028, krijgt ze wel de keuze. Het uitstel kost haar 1 maand pensioen (≈ € 1.200), maar levert flexibiliteit van € 15.000 ineens op. Of dit financieel verstandig is hangt af van haar reële behoefte aan dat bedrag versus de zekerheid van een iets hoger levenslang pensioen (door het uitstel).

Profiel 3 Pensionering ná 2029 — Henk (62), pot € 280.000

Situatie: Henk gaat pas in 2031 met pensioen. Voor hem is de wet — als die in 2029 werkelijk wordt ingevoerd — gewoon beschikbaar.

Henk hoeft niets te doen. Voor pensioneerders ná 1 januari 2029 staat de keuze open. Belangrijk: weeg goed af of opname zinvol is. Een bedrag ineens telt mee als inkomen in het jaar van uitkering, wat kan leiden tot een hogere belastingschijf en mogelijk lagere toeslagen (zorg-, huurtoeslag).

Belangrijke fiscale gevolgen bij opname

Mocht de wet in 2029 inderdaad ingaan, dan zijn er een aantal fiscale aandachtspunten die nu al relevant zijn voor uw planning:

1. Inkomenseffect in opnamejaar

Het bedrag ineens telt mee als belastbaar inkomen in het kalenderjaar waarin u het ontvangt. Bij een opname van € 22.000 plus uw normale pensioen van € 28.000 komt uw box 1-inkomen dat jaar op ≈ € 50.000. Een deel daarvan valt in de tweede schijf (37,56%). De Belastingdienst houdt loonbelasting in.

2. Effect op toeslagen

Door het hogere toetsingsinkomen kunt u in het opnamejaar minder of geen zorgtoeslag en huurtoeslag krijgen. Voor een alleenstaande met pensioeninkomen rond € 22.000 betekent een opname van € 22.000 dat u dat jaar geen recht meer hebt op zorgtoeslag (grens 2026: € 41.032). Verschil ≈ € 1.500 minder toeslag. Plan daarom strategisch.

3. Geen ‘hoog-laag’ combinatie

Als u kiest voor bedrag ineens, kunt u niet meer kiezen voor de optie ‘hoog-laag’ (eerst hoger, later lager pensioen) of ‘laag-hoog’. Voor mensen die hun eerste pensioenjaren willen optimaliseren met een hogere maanduitkering is dit een belangrijke afweging.

4. Minimum-pensioen na opname

Na opname moet uw resterende levenslange pensioen minimaal € 632,63 bruto per jaar zijn (de afkoopgrens kleine pensioenen, bedrag 2026). Voor de meeste mensen is dit ruim haalbaar, maar bij hele kleine pensioenpotjes (< € 50.000) kan dit een beperking zijn.

Geen revisierente: bij een normale tussentijdse afkoop van pensioen of lijfrente betaalt u 20% boete (revisierente) bovenop de gewone belasting. Bij bedrag ineens vervalt die boete — daarom is dit een gunstige uitzondering. Maar de gewone loonheffing past wél.

Wat kunt u nu doen?

1. Pensioenplanning herzien — als u tussen 2026 en 2028 met pensioen gaat

Als u rekende op bedrag ineens om bijvoorbeeld een hypotheek af te lossen, een grote verbouwing te doen of een schenking te realiseren, moet u nu een alternatief plan maken. Drie hoofdrichtingen:

2. Bij lijfrente: opname-strategie aanpassen

Lijfrentes vallen straks ook onder de bedrag ineens-regeling. Als u in 2026-2028 een lijfrente uitgekeerd krijgt, kunt u nu nog niet kiezen voor een bedrag ineens. Bespreek met uw lijfrente-aanbieder of een gefaseerde uitkering met variabele bedragen mogelijk is — dat geeft enige flexibiliteit.

3. Belastingoptimalisatie voor het jaar van pensionering

Of u nu wel of niet bedrag ineens gebruikt, het eerste pensioenjaar is fiscaal gunstig om aftrekposten te benutten: hypotheekrente, periodieke giften, lijfrentestortingen voor de jaarruimte van het oude werkjaar. Bekijk onze lijfrente-blog voor jaarruimte-berekening.

Komt de wet in 2029 wel echt?

Dat is de grote vraag. Vijf keer uitstel betekent dat we sceptisch mogen zijn. De minister noemt twee concrete redenen waarom 2029 ditmaal realistisch zou zijn:

Maar Nederland heeft de afgelopen jaren meerdere ‘zachte’ deadlines moeten verschuiven (denk aan box 3-herziening, ook uitgesteld tot 2028). Houd er rekening mee dat 2029 niet onomstreden is.

Conclusie

Wie tussen nu en 2029 met pensioen gaat en rekende op een eenmalige opname, moet zijn financiële planning herzien. De meest pragmatische opties zijn extra sparen in de aanloop naar pensionering of het pensioen kort uitstellen tot ná 1 januari 2029. Voor mensen die ná 2029 met pensioen gaan blijft de keuze beschikbaar — mits de wet ditmaal echt in werking treedt. Volg de berichtgeving van de Tweede Kamer en uw eigen pensioenfonds nauwlettend.

Bronnen: Rijksoverheid — Plan kabinet voor een bedrag ineens bij pensionering · Consumentenbond — 10% pensioen ineens opnemen (april 2026) · Van Erkelens — Uitstel 1 juli 2026 (maart 2026) · Nationale Nederlanden — Bedrag ineens uitleg

Datum check: 14 mei 2026. Uitstelbesluit van 30 maart 2026 bevestigd door verschillende pensioenuitvoerders en accountantsbureaus. Afkoopgrens kleine pensioenen 2026 (€ 632,63) volgens Belastingdienst.nl. Rekenvoorbeelden zijn fictief en bedoeld als illustratie; werkelijke pensioenbedragen variëren per fonds en persoon.
Voor uw eigen situatie
Bereken in 5 minuten wat dit voor jou betekent

Onze gratis educatieve berekening geeft een algemene fiscale indicatie op basis van publieke 2026-tarieven — Box 1, 2 en 3, met partner-modus en alle aftrekposten.

Start mijn berekening

Privacy · Contact · Methodiek · Blog

© 2026 SlimBelast · Slimmer omgaan met uw belasting