Inkomen & loon · 11 september 2026

Belasting na de AOW-leeftijd: tarieven en kortingen in 2026

Wie in 2026 de AOW-leeftijd bereikt, ziet in box 1 een lager tarief in de eerste schijf: 17,85% in plaats van 35,75%. Dat komt doordat u vanaf de AOW-leeftijd geen AOW-premie meer betaalt. Deze uitleg zet de geldende tarieven en kortingen voor het belastingjaar 2026 op een rij — geen nieuws, maar een toelichting op de huidige regels voor AOW-gerechtigden en wie dit jaar de AOW-leeftijd bereikt.

Belastingjaar 2026 · Geldende regels · Bronnen geraadpleegd: 11 september 2026.

Waarom is het tarief in de eerste schijf lager?

Onder de AOW-leeftijd betaalt u in 2026 in de eerste schijf van box 1 een tarief van 35,75% over inkomen tot € 38.883. Vanaf de AOW-leeftijd geldt in diezelfde eerste schijf een tarief van 17,85%. De Belastingdienst noemt als reden dat u vanaf de AOW-leeftijd geen AOW-premie meer betaalt.

De tweede en derde schijf veranderen niet door de AOW-leeftijd. Voor iedereen geldt in 2026 een tarief van 37,56% over het deel van het inkomen tussen € 38.883 en € 78.426, en 49,50% over het deel daarboven.

Twee verschillende grenzen voor de eerste schijf

Voor de eerste schijf gelden twee grenzen, afhankelijk van uw geboortedatum. Bent u geboren vóór 1 januari 1946, dan loopt de eerste schijf tot € 41.123. Bent u geboren op of na 1 januari 1946 en heeft u de AOW-leeftijd bereikt, dan loopt de eerste schijf tot € 38.883 — dezelfde grens als voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt. Dit onderscheid raakt een steeds kleinere groep: wie vóór 1946 geboren is, is in 2026 in de tachtig of ouder.

Ouderenkorting: een extra korting boven op het lagere tarief

Naast het lagere tarief kunt u vanaf de AOW-leeftijd de ouderenkorting krijgen. Deze bedraagt in 2026 maximaal € 2.067 bij een inkomen tot en met € 46.002. Ligt uw inkomen daarboven, dan bouwt de korting af met 15% per euro extra inkomen, tot € 0 vanaf een inkomen van € 59.783.

Alleenstaande ouderenkorting: een vast bedrag

Krijgt u een AOW-uitkering voor een alleenstaande, dan komt daar in 2026 de alleenstaande ouderenkorting van € 540 bij. Dit bedrag is niet inkomensafhankelijk.

Ontvangt u een AOW-uitkering voor gehuwden maar woont u niet meer samen — bijvoorbeeld omdat uw partner in een verzorgingstehuis verblijft — dan kan de Belastingdienst dit niet altijd automatisch vaststellen. U krijgt dan na uw aangifte een bericht van ons hierover waarop u kunt reageren.

Veelgestelde vragen

Moet ik de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting zelf aanvragen?

Nee. Beide kortingen verwerkt de Belastingdienst via uw AOW-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank; u hoeft ze niet apart aan te vragen. Alleen als u een AOW-uitkering voor gehuwden ontvangt maar niet meer samenwoont, kan de Belastingdienst na uw aangifte contact opnemen om te controleren of u recht heeft op de alleenstaande ouderenkorting.

Verandert de tweede of derde belastingschijf ook als ik de AOW-leeftijd bereik?

Nee. Het lagere tarief geldt alleen voor de eerste schijf. In de tweede schijf betaalt iedereen in 2026 37,56% over inkomen tussen € 38.883 en € 78.426, en in de derde schijf 49,50% daarboven — ongeacht leeftijd.

Bronnen en verantwoording

Dit artikel is automatisch opgesteld met broncontroles. Die controles sluiten interpretatiefouten niet uit. Algemene uitleg; geen beoordeling van uw persoonlijke situatie. Vermeld een mogelijke fout via het contactformulier. Redactie en correcties.

Privacy · Contact · Methodiek · Blog Redactie en bronnen

© 2026 SlimBelast · Slimmer omgaan met uw belasting