Volledige uitleg van alle berekeningen, tarieven en aannames in de SlimBelast 2026 calculator. Alle bedragen zijn gebaseerd op de publiek beschikbare Nederlandse belastingtarieven (Belastingplan 2026). SlimBelast is niet gelieerd aan de Belastingdienst en deze pagina vormt geen fiscaal advies — uitsluitend educatieve uitleg ter oriëntatie. Laatst bijgewerkt: mei 2026 — uitgebreid met fiscaal partnerschap, vrije toedeling van box 3 vermogen, saldo eigen woning en persoonsgebonden aftrek, plus actualisering Hillen-aftrek 2026 (71,867%), villatax-grens (€1.350.000) en tariefcorrectie 11,94%. Update mei 2026: KIA-staffel naar 2026-grenzen (€71.683 / €132.746 / €398.236 / 7,56% afbouw / max €20.072), MKB-winstvrijstelling correct na zelfstandigen+startersaftrek, MKB-vrijstelling onder tariefcorrectie, auto van de zaak nu correct als fictief inkomen behandeld voor netto-cashflow, fiscaal partner box 2 verdeling. Update juni 2026: Expatregeling (30%-ruling) volledig geïmplementeerd — vlakke 30% over bruto loon (incl. vakantiegeld, bonus, bijtelling), Balkenende-cap €262.000, salarisnormen 2026 (€48.013 / €36.497 / geen norm voor wetenschappers), gedeeltelijke vrijstelling met waarschuwing als belastbaar deel onder norm zou zakken, nieuwe methodiek-sectie 1C.
Box 1 belast inkomen uit werk, eigen woning en aftrekposten. Voor 2026 gelden drie belastingschijven (jonger dan 67 jaar):
| Schijf | Inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| Schijf 1 | tot € 38.883 | 35,75% |
| Schijf 2 | € 38.883 – € 78.426 | 37,56% |
| Schijf 3 | vanaf € 78.426 | 49,50% |
Voor AOW-gerechtigden geldt in schijf 1 een verlaagd tarief van 17,85%. De schijven zelf blijven gelijk.
Bij een eigen woning telt een fictief inkomen mee, gebaseerd op de WOZ-waarde. Voor 2026 geldt de volgende staffel:
De villatax-grens is per 2026 verhoogd van € 1.310.000 (2025) naar € 1.350.000. Boven die grens betaalt u over het meerdere een fors hoger tarief van 2,35%, waardoor het EWF voor zeer dure woningen snel oploopt.
Het saldo eigen woning = aftrekbare hypotheekrente + aankoopkosten + oversluitkosten − eigenwoningforfait. Dit saldo kan positief (aftrekpost) of negatief (bijtelling) zijn:
Bij de Wet Hillen wordt een groot deel van het verschil teruggegeven als aftrek. Sinds 2019 wordt deze aftrek echter geleidelijk afgebouwd. Het Belastingplan 2026 versnelt deze afbouw van 3,33% naar 4,8% per jaar:
Ter vergelijking: 2025 was 76,67%, en 2024 was 80,00%. De Hillen-aftrek verdwijnt volledig in 2041.
Hypotheekrenteaftrek en bepaalde andere aftrekposten worden in 2026 maximaal aftrekbaar tegen 37,56% — ook als u in de hoogste schijf (49,50%) zit. Dit gebeurt via een tariefcorrectie: voor het deel van de aftrek dat in de 49,5%-schijf valt, telt de Belastingdienst 11,94% terug bij uw belasting.
De tariefcorrectie geldt voor de eigen-woning-aftrek (saldo eigen woning), partneralimentatie, specifieke zorgkosten boven drempel, giftenaftrek, ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling. Lijfrente en reisaftrek vallen er niet onder — die blijven aftrekbaar tegen het volledige marginale tarief.
Bron Eigenwoningforfait 2026: Belastingdienst — Eigenwoningforfait · Bron Wet Hillen 2026: Belastingdienst — Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld · Bron Tariefcorrectie 2026: Belastingdienst — Tariefsaanpassing aftrekposten bij hoog inkomen · TaxLive — Belastingschijven en tarieven 2026 · Wet IB 2001 art. 2.10 lid 2.
Naast uw maandsalaris zijn er meerdere componenten die uw bruto en netto inkomen beïnvloeden. Deze sectie legt uit hoe vakantiegeld, een 13e maand, bonussen, bijtelling voor de auto van de zaak, en onbelaste werkgeververgoedingen worden behandeld in onze calculator.
Deze drie componenten vallen onder uw bruto loon en worden belast tegen hetzelfde tarief als uw reguliere salaris. Er is geen apart "bonustarief" in Nederland — alle uitkeringen worden via de loonheffing belast volgens uw inkomensschijf.
| Component | Standaardberekening | Behandeling |
|---|---|---|
| Vakantiegeld | 8% van bruto jaarsalaris | Belast als bruto loon (Box 1) |
| 13e maand | 1/12 van bruto jaarsalaris | Belast als bruto loon (Box 1) |
| Bonus / eindejaarsuitkering | Eenmalig bedrag | Belast als bruto loon (Box 1) |
De calculator telt deze bedragen op bij uw basisloon en past dezelfde schijftarieven toe (35,75% / 37,56% / 49,50%). Heffingskortingen (AHK, arbeidskorting, IACK) gelden ook over dit verhoogde inkomen.
Wanneer u zakelijk een auto rijdt die ook privé wordt gebruikt (≥ 500 privékilometers per jaar), telt een percentage van de cataloguswaarde mee als loon in natura. Dit verhoogt uw belastbaar inkomen voor de berekening van inkomstenbelasting — maar u ontvangt dit bedrag niet als geld.
De bijtelling werkt als een extra belastingdruk, niet als extra geld in uw zak. Concreet: stel u verdient € 60.000 bruto en heeft een leaseauto met € 11.000 bijtelling. De Belastingdienst rekent uw belasting alsof u € 71.000 verdient, maar uw werkgever maakt nog steeds € 60.000 aan u over (minus de hogere loonheffing). U betaalt dus extra belasting over het privégebruik van de auto, zonder dat uw bruto loon stijgt.
| Type auto | Bijtellingspercentage 2026 |
|---|---|
| Benzine, diesel, hybride (PHEV) | 22% over volledige cataloguswaarde |
| Volledig elektrisch (BEV) | 17% tot € 30.000, 22% boven dat bedrag |
| Auto ouder dan 15 jaar | 35% over dagwaarde (i.p.v. cataloguswaarde) |
Een eigen bijdrage die u aan uw werkgever betaalt voor privégebruik wordt afgetrokken van de bijtelling, mits dit schriftelijk is vastgelegd. De bijtelling kan nooit onder nul uitkomen — bijdragen die de bijtelling overstijgen zijn niet aftrekbaar.
Onze calculator volgt deze methodiek:
Sommige vergoedingen die uw werkgever betaalt zijn — binnen wettelijke grenzen — vrij van loonbelasting en sociale premies. Ze tellen niet mee bij uw bruto inkomen voor belastingberekening, maar wel bij wat u netto in handen krijgt.
| Vergoeding | Maximum onbelast 2026 | Behandeling |
|---|---|---|
| Thuiswerkvergoeding | € 2,40 per thuiswerkdag | Volledig onbelast tot maximum |
| Reiskostenvergoeding (woon-werk) | € 0,23 per km | Volledig onbelast tot maximum |
De calculator berekent deze automatisch op basis van uw invoer:
Verschillende premies en bijdragen worden door uw werkgever ingehouden vóórdat de loonbelasting wordt berekend. Deze verminderen uw belastbaar inkomen direct.
| Component | Wie betaalt | Effect |
|---|---|---|
| Pensioenpremie werknemer | U (via werkgever ingehouden) | Verlaagt belastbaar Box 1 inkomen |
| WW-premie werknemer | U (indien apart) | Verlaagt belastbaar Box 1 inkomen |
| WIA / WGA-premie | U | Verlaagt belastbaar Box 1 inkomen |
| PAWW, vakbond, etc. | U | Verlaagt belastbaar Box 1 inkomen |
De calculator ondersteunt zowel jaarbedragen als maandbedragen via een toggle. Vult u maandbedragen in, dan worden deze automatisch met 12 vermenigvuldigd voor de jaarberekening.
Bron: belastingdienst.nl — Auto van de zaak · Onkostenvergoedingen 2026
De expatregeling — in de wandelgangen nog vaak 30%-regeling genoemd — is een fiscale faciliteit voor werknemers die vanuit het buitenland naar Nederland zijn gerekruteerd voor specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. De werkgever mag tot 30% van het bruto loon belastingvrij uitkeren als vergoeding voor zogenaamde extraterritoriale kosten (verhuis-, woon-, en levenskosten gerelateerd aan de internationale verhuizing).
De afgesproken bruto vergoeding wordt op de loonstrook gesplitst in twee componenten:
De werknemer ontvangt nog steeds het volledige bruto bedrag, maar betaalt veel minder belasting. Bij hogere inkomens kan dit per jaar duizenden euro's schelen.
| Eis | Detail |
|---|---|
| Werknemerschap | Verplicht in dienstverband. Zelfstandigen / ondernemers (winst uit onderneming) komen niet in aanmerking. |
| Specifieke deskundigheid | Schaars op de Nederlandse arbeidsmarkt. In de praktijk via salarisnorm getoetst. |
| 150 km-criterium | U moet meer dan 16 van de 24 maanden vóór indiensttreding op meer dan 150 km hemelsbreed van de Nederlandse grens hebben gewoond. |
| Looptijd | Maximaal 60 maanden (5 jaar) per werkgever. |
| Gezamenlijk verzoek | Werknemer én werkgever vragen samen aan bij de Belastingdienst, idealiter binnen 4 maanden na indiensttreding. |
Het belastbaar loon (de 70%-component na 30%-aftrek) moet boven een minimum salarisnorm blijven, anders vervalt het recht op de regeling voor dat jaar:
| Categorie | Minimaal belastbaar loon (na 30%-aftrek) | Equivalent bruto |
|---|---|---|
| Reguliere werknemer | € 48.013 | ≈ € 68.590 |
| Onder 30 jaar met master-titel | € 36.497 | ≈ € 52.139 |
| Wetenschappelijk onderzoeker / arts in opleiding | geen norm | n.v.t. |
De master-titel moet door het IDW (Internationale Diploma Waardering) zijn erkend of vooraf door de Belastingdienst zijn goedgekeurd.
Sinds 2024 geldt een cap: het loon waarover de 30% wordt berekend, is gemaximeerd op de zogenaamde WNT-norm (Wet Normering Topinkomens), in 2026 vastgesteld op € 262.000. Hieruit volgt dat de maximale belastingvrije vergoeding € 78.600 per jaar bedraagt (30% × € 262.000). Inkomen boven dat bedrag is volledig belast tegen de gebruikelijke schijftarieven.
Het reguliere loon en de meeste looncomponenten:
Voor wie sinds 1 januari 2024 of later instroomt, wordt het percentage per 1 januari 2027 verlaagd van 30% naar 27%. Tegelijk worden de salarisnormen extra verhoogd (bovenop de jaarlijkse indexering). Werknemers die vóór 2024 al de regeling toepasten, behouden 30% voor de hele resterende looptijd (overgangsrecht).
Het eerder aangekondigde "30/20/10-systeem" (waarbij het percentage in stappen zou aflopen tijdens de 5-jarige looptijd) is per 2025 teruggedraaid. Voor 2025 en 2026 geldt het volledige vlakke 30%-tarief gedurende de hele looptijd.
Voorheen konden 30%-regeling gebruikers kiezen voor de "partial non-resident" status, waardoor hun box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (vermogen) buitenlandse bezittingen niet belast werden in Nederland. Deze faciliteit is per 1 januari 2025 afgeschaft. Voor wie eind 2023 al de regeling toepaste geldt nog overgangsrecht tot 31 december 2026 — daarna geen vrijstelling meer.
De calculator past geen partial non-resident status toe; alle vermogen wordt gewoon meegenomen in box 3.
Activeert u de toggle "Expatregeling (30%-ruling)" in de calculator, dan:
min(bruto, € 262.000) × 0,30Bron: belastingdienst.nl — 30%-regeling · business.gov.nl — Expat scheme · government.nl — 30% facility
Box 2 belast inkomen uit aanmerkelijk belang (≥5% aandelen in een vennootschap). Twee schijven in 2026:
| Schijf | Inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| Schijf 1 | tot € 68.843 | 24,5% |
| Schijf 2 | vanaf € 68.843 | 31,0% |
Dividenduitkeringen uit uw eigen BV, verkoopwinst op aandelen waarin u aanmerkelijk belang heeft, en andere voordelen uit aanmerkelijk belang.
Box 2-inkomen is een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel: fiscale partners mogen het onderling verdelen in hun aangifte. De € 68.843-grens geldt per persoon. Bij optimale 50/50 verdeling kunnen partners samen tot € 137.686 (2 × € 68.843) tegen het lage tarief van 24,5% laten belasten — dat scheelt tot € 4.526 ten opzichte van alles bij één persoon.
Bron: Belastingplan 2026 — Belastingdienst — Inkomen uit aanmerkelijk belang · Wet inkomstenbelasting 2001 art. 2.12 / 4.13
Box 3 belast vermogen op basis van een fictief rendement. Het belastingtarief is 36% over dat fictieve rendement.
| Categorie | Voorlopig forfait 2026 |
|---|---|
| Banktegoeden / spaargeld | 1,28% |
| Beleggingen, vastgoed, crypto, overig | 6,00% |
| Schulden (aftrekbaar) | 2,70% |
Spaargeld en schulden worden begin 2027 definitief vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde rente.
Sinds 2024 kunt u kiezen voor belasting over uw werkelijke rendement als dat lager is dan het forfait. Dit is wettelijk vastgelegd in de Wet tegenbewijsregeling box 3 (Hoge Raad-arresten 6 juni 2024).
Extra vrijstelling voor groene beleggingen tot € 26.715 (alleenstaand) / € 53.430 (partners), plus 0,1% heffingskorting (was 0,7% in 2024). De heffingskorting wordt vermenigvuldigd met de vrijstelling, niet met de werkelijke inleg.
Bron: Belastingdienst — belastingdienst.nl/box-3
Korting voor inkomen uit werk, met opbouw en afbouw:
| Arbeidsinkomen | Arbeidskorting |
|---|---|
| tot € 11.491 | 8,053% × inkomen |
| € 11.491 – € 24.821 | € 925 + 29,191% × meerdere |
| € 24.821 – € 45.592 | maximum € 5.685 |
| € 45.592 – € 132.920 | € 5.685 − 6,51% × (inkomen − € 45.592) |
| boven € 132.920 | € 0 |
Voor ouders met kinderen jonger dan 12 jaar én een arbeidsinkomen ≥ € 6.239:
Bron: Belastingdienst Tarieven 2026, KVK Belastingtarieven 2026
€ 1.200 in 2026 (was € 2.470 in 2025). Voorwaarde: minimaal 1.225 uur per kalenderjaar in eigen onderneming (urencriterium).
Extra € 2.123 bovenop zelfstandigenaftrek. Maximaal 3× toepasbaar in eerste 5 jaar van ondernemerschap.
Geen urencriterium nodig (in tegenstelling tot zelfstandigenaftrek). De formule volgt een vaste volgorde:
Belangrijk: de MKB-winstvrijstelling valt onder de tariefcorrectie 11,94%. Voor het deel dat in de top-schijf (49,50%) afgetrokken wordt, telt de Belastingdienst 11,94% terug, waardoor het maximale aftrektarief 37,56% blijft. Dit geldt ook voor zelfstandigenaftrek en startersaftrek.
De KIA stimuleert ondernemers om te investeren in bedrijfsmiddelen. De hoogte hangt af van het totale investeringsbedrag in een kalenderjaar. Bron: Belastingdienst — Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2026.
| Investering | KIA |
|---|---|
| € 0 – € 2.900 | geen |
| € 2.901 – € 71.683 | 28% × investering |
| € 71.684 – € 132.746 | vast: € 20.072 |
| € 132.747 – € 398.236 | € 20.072 − 7,56% × (investering − € 132.746) |
| boven € 398.236 | € 0 |
De KIA verlaagt uw winst rechtstreeks in box 1 — niet via tariefcorrectie. Bij verkoop van een bedrijfsmiddel binnen 5 jaar geldt de desinvesteringsbijtelling.
De hypotheekrente voor uw eigen woning (hoofdverblijf) is in 2026 aftrekbaar tegen maximaal 37,56%. Vanaf de tweede schijf wordt de aftrek dus niet meer tegen 49,5% verrekend. De netto aftrek = aftrekbare hypotheekrente − eigenwoningforfait.
| Hypotheektype | Renteaftrek? |
|---|---|
| Annuïtair of lineair (na 2013) | ✓ Volledig aftrekbaar (max 30 jaar) |
| Aflosvrij — vóór 1 januari 2013 | ✓ Aftrekbaar onder overgangsrecht |
| Aflosvrij — na 2013, geen overgangsrecht | ✗ Geen renteaftrek |
| Gemengd (deels annuïtair / deels aflosvrij) | ~ Pro rata: alleen het annuïtaire deel |
Voor hypotheken afgesloten na 1 januari 2013 geldt de eis dat de schuld binnen 30 jaar volledig moet worden afgelost (annuïtair of lineair). Aflosvrije delen die niet onder het overgangsrecht vallen, vallen automatisch in box 3 als schuld — daar geldt geen renteaftrek, maar de schuld vermindert wel uw belastbaar vermogen.
In het jaar van aankoop zijn een aantal kosten aftrekbaar in box 1 — eenmalig en volledig. Deze worden vaak vergeten en kunnen honderden tot duizenden euro's belastingvoordeel opleveren.
| Kostenpost | Toelichting |
|---|---|
| Notariskosten hypotheekakte | Inclusief btw 21% en kadastrale rechten |
| Taxatiekosten | Mits voor de hypotheekverstrekking |
| Hypotheekadvies / bemiddeling | Volledig aftrekbaar bij directe relatie tot hypotheek |
| NHG-kosten | 0,4% van hypotheekbedrag in 2026 |
| Bouwrente | Bij nieuwbouw, max 2 jaar tijdens bouwperiode |
| Bereidstellingsprovisie | Bij rentevastzetting van offerte |
Belangrijk om te weten: notariskosten leveringsakte (de overdracht zelf), overdrachtsbelasting (2% woning, 10,4% beleggingspand), makelaarskosten, en verbouwings- of renovatiekosten zijn niet aftrekbaar van de inkomstenbelasting.
Als u uw hypotheek oversluit (bijv. naar lagere rente of andere bank) zijn de bijbehorende eenmalige kosten aftrekbaar in het jaar van betaling.
| Oversluit-kostenpost | Aftrekbaar? |
|---|---|
| Boeterente bij vervroegd aflossen | ✓ Volledig in jaar van betaling |
| Notariskosten nieuwe hypotheekakte | ✓ Inclusief btw + kadasterrecht |
| Royementsakte (oude hypotheek doorhalen) | ✓ Volledig aftrekbaar |
| Taxatiekosten oversluiten | ✓ Mits vereist door geldverstrekker |
| Hypotheekadvies oversluiten | ✓ Volledig aftrekbaar |
Voor sommige situaties kan het voordeliger zijn om uw hypotheek fiscaal te verplaatsen van box 1 naar box 3. Dit is een geavanceerde optimalisatie die specifieke voorwaarden kent en altijd medewerking van uw bank vereist.
Het verschil zit in de fiscale behandeling:
Indicatieve voordeel-vergelijking bij hypotheek van € 300.000:
| Hypotheekrente | Voordeel box 1 | Voordeel box 3 | Voordeel |
|---|---|---|---|
| 3,0% | € 3.380 | € 2.916 | Box 1 wint |
| 4,0% | € 4.507 | € 2.916 | Box 1 wint |
| 5,0% | € 5.634 | € 2.916 | Box 1 wint |
| 2,0% (zeer laag) | € 2.254 | € 2.916 | Box 3 wint |
Conclusie: bij een gewone marktrente blijft box 1 vrijwel altijd voordeliger. Box 3 wordt pas interessanter bij zeer lage rente óf wanneer de aftrek in box 1 op een lager tarief plaatsvindt door de 37,56% cap.
Een bestaande eigenwoningschuld kan niet zomaar naar box 3 verhuizen. De schuld is namelijk causaal verbonden met de financiering van uw eigen woning. Voor het wel mogelijk te maken gelden drie voorwaarden:
Let op: als de aflossing op een hypotheek ná 2013 twee jaar achterloopt, schuift de lening automatisch per 1 januari van het tweede jaar naar box 3. Dit kan dus ook ongewenst gebeuren bij betalingsachterstand.
Bron: Belastingdienst — Eigen woning · Kennisgroep KG:051:2023:22 · Wet IB 2001 art. 3.119a
Inleg op een lijfrenteproduct (verzekering, bankspaarrekening of beleggingsrekening) is aftrekbaar in box 1, mits binnen uw jaarruimte en eventueel reserveringsruimte.
Factor A is het bedrag dat u in een bepaald jaar aan pensioenrechten heeft opgebouwd via uw werkgever. U vindt dit op uw UPO (Uniform Pensioen Overzicht) of op mijnpensioenoverzicht.nl. Voor ZZP'ers zonder werkgeverspensioen is Factor A = € 0.
Belangrijk: Factor A toont de totale pensioenopbouw in een jaar, ongeacht wie de premie heeft betaald. Of de inleg nu volledig door uw werkgever wordt gedaan, gedeeltelijk door u als werknemersbijdrage, of in een andere verdeling — het maakt voor de jaarruimteberekening geen verschil. De Belastingdienst kijkt alleen naar wat er aan pensioenrecht is opgebouwd, niet wie ervoor betaalde.
De vermenigvuldiger 6,27 is een wettelijke factor (Wet IB 2001) die de pensioenaangroei omrekent naar de fiscale ruimte die u nog overhoudt. Hoe hoger uw pensioenopbouw, hoe lager uw resterende jaarruimte voor lijfrente.
| Parameter | 2026 |
|---|---|
| AOW-franchise | € 19.172 |
| Maximaal pensioengevend loon | € 137.800 |
| Percentage jaarruimte | 30% (sinds 2023, voorheen 13,3%) |
| Vermenigvuldiger Factor A | 6,27 |
| Maximum jaarruimte | € 35.589 |
| Maximum reserveringsruimte | € 42.753 |
| Maximum totaal (jaarruimte + reservering) | € 78.342 |
| Terugkijktermijn reserveringsruimte | 10 jaar (sinds 2023, voorheen 7 jaar) |
De calculator gebruikt twee modi voor lijfrente:
Voor de berekening van de aftrek hanteert de tool als plafond het minimum van uw opgegeven storting en de wettelijke maximum jaarruimte. De daadwerkelijke ruimte met factor A wordt apart berekend in de uitklapbare sectie.
Bron: Belastingdienst — Jaarruimte berekenen · Kennisgroep Belastingdienst KG:070:2024:3 · Wet IB 2001 art. 3.127
Niet-vergoede zorgkosten zijn aftrekbaar boven een drempel die afhangt van uw drempelinkomen (= verzamelinkomen vóór persoonsgebonden aftrek). Voor 2026 geldt de volgende staffel:
| Drempelinkomen | Drempel zonder partner | Drempel met fiscale partner |
|---|---|---|
| ≤ € 8.300 | € 166 (minimum) | € 332 (minimum) |
| € 8.300 – € 50.636 | 1,65% × drempelinkomen | 1,65% × gezamenlijk drempelinkomen |
| > € 50.636 | € 835 + 5,75% × surplus | € 1.671 + 5,75% × surplus |
Belangrijk bij fiscaal partners: de drempel wordt berekend op het gezamenlijk drempelinkomen (dus optelling van P1 + P2 vóór PGA), niet per partner afzonderlijk. Het bedrag boven de drempel mag vervolgens vrij worden verdeeld.
Verhoging specifieke zorgkosten bij laag inkomen: als het (gezamenlijk) drempelinkomen ≤ € 41.123 is, mag u uw zorgkosten verhogen vóór de drempelberekening:
De verhoging geldt voor medicijnen, hulpmiddelen, vervoerskosten naar medische hulp, kleding/beddengoed bij ziekte, extra gezinshulp en dieetkosten. Niet voor genees- en heelkundige hulp en reiskosten ziekenbezoek.
Wat is wel/niet aftrekbaar:
De aftrek valt onder de tariefcorrectie 11,94% (zie sectie Eigenwoningforfait): voor het deel dat in de top-schijf wordt afgetrokken, wordt 11,94% teruggepakt.
Bron: Belastingdienst — Drempelbedrag voor aftrek van specifieke zorgkosten · Belastingdienst — Welke zorgkosten kunt u aftrekken · Belastingdienst Aangiftehandleiding 2026 — H17 Aftrek specifieke zorgkosten · Wet IB 2001 art. 6.20.
Voor 2026 worden twee soorten giften apart behandeld, met elk eigen regels. Beide vallen onder de tariefcorrectie 11,94%.
Gewone giften (eenmalig of niet vastgelegd):
Bij fiscaal partners worden drempel en maximum berekend op het gezamenlijk drempelinkomen. Alleen aan ANBI- of SBBI-erkende instellingen.
Periodieke giften (notarieel of via overeenkomst, minimaal 5 jaar vastgelegd):
Geen drempel, maar wel een maximum van € 1.500.000 per huishouden (geldt sinds 2024 ter voorkoming van excessieve aftrek). Dit maximum was vóór 2024 onbeperkt.
Bron: Belastingdienst — Giften aftrekken · Belastingdienst — Voorwaarden aftrek periodieke giften · Belastingdienst Aangiftehandleiding 2026 — H16 Aftrek giften · Wet IB 2001 art. 6.32–6.40.
Betaalde alimentatie aan een ex-partner is volledig aftrekbaar in box 1, zonder drempel of maximum. Bij de ontvanger telt het mee als belast inkomen. Kinderalimentatie is niet aftrekbaar.
Ook deze aftrek valt onder de tariefcorrectie 11,94%: het maximale aftrektarief is in 2026 dus 37,56%.
Bron: Belastingdienst — Partneralimentatie betalen aan ex-partner · Belastingdienst — Aangifte alimentatie met fiscale partner · Wet IB 2001 art. 6.3.
Voor woon-werkverkeer met OV, minimaal 10 km enkele reis en 40+ reisdagen per jaar. Vaste bedragen in staffel naar afstand:
| Enkele reisafstand | Maximale aftrek |
|---|---|
| 10–15 km | € 478 |
| 15–20 km | € 596 |
| 20–30 km | € 838 |
| 30–50 km | € 1.048 – € 1.226 |
| 50–80 km | € 1.404 – € 1.760 |
| 80+ km | tot € 2.649 (max) |
Bron: Belastingdienst — Aftrek voor reiskosten openbaar vervoer
Wanneer u en uw partner het hele jaar als fiscale partners kwalificeren, mag u bepaalde inkomsten en aftrekposten in elke verhouding tussen u beiden verdelen — als het totaal maar 100% blijft. Een slimme verdeling kan honderden tot duizenden euro's per jaar besparen, zonder dat er iets aan uw werkelijke financiën verandert.
De Belastingdienst biedt sinds 2025 zelf een algoritme dat een optimaal verdeelvoorstel doet in de online aangifte (OLAV). Onze calculator doet hetzelfde, maar geeft u vooraf inzicht in de verdeling én legt uit waarom die optimaal is.
U bent in 2026 fiscale partners als u aan minstens één van de volgende voorwaarden voldoet:
Voldoet u alleen voor een deel van het jaar? Dan kunt u in de aangifte ervoor kiezen om voor het hele jaar als fiscale partners te worden beschouwd. Dit is bijna altijd voordeliger.
Wat u niet mag verdelen: loon, pensioen, winst uit onderneming, lijfrente-aftrek, ingehouden loonheffing en kansspelbelasting.
Bron: Belastingdienst — Fiscaal partnerschap · Belastingdienst Aangiftehandleiding 2026 — H1 Fiscaal partnerschap · Belastingdienst — Algoritme Optimale verdeling tussen fiscale partners · Wet IB 2001 art. 1.2 en art. 2.17.
Onze calculator zoekt het optimum door drie fiscale mechanismen tegelijk af te wegen:
De volledige grondslag sparen en beleggen (totaal vermogen − schulden − heffingsvrij vermogen) mag u in elke verhouding tussen u en uw partner verdelen. Onze calculator berekent eerst de huishoudelijke grondslag en biedt vervolgens een schuif waarmee u de verdeling kunt aanpassen.
Bron: Belastingdienst — Vermogen verdelen tussen fiscale partners · Belastingdienst — Heffingsvrij vermogen · Wet IB 2001 art. 2.17 lid 2.
Het saldo eigen woning wordt eerst op huishoudensniveau berekend (hypotheekrente − EWF, eventueel + Hillen-aftrek) en mag daarna vrij worden verdeeld. Beide partners moeten in hun aangifte dezelfde verdeling opgeven.
De optimale verdeling hangt af van twee tegengestelde effecten:
Bron: Belastingdienst — Eigen woning · Belastingdienst — Wet Hillen 2026 · Belastingdienst — Tariefsaanpassing 2026 · Wet IB 2001 art. 3.110–3.123.
Voor zorgkosten, giften en partneralimentatie geldt: de drempel wordt berekend op het gezamenlijk drempelinkomen (P1 + P2 verzamelinkomen vóór PGA). Het bedrag boven de drempel mag vervolgens per post in elke verhouding worden verdeeld.
Onze calculator biedt drie aparte schuiven — één per post — omdat elk een eigen optimum kan hebben. Voorbeeld: zorgkosten optimaal bij P2 (afbouwzone), maar partneralimentatie optimaal bij P1 (geen tariefcorrectie nadeel als P1 onder € 78.426 zit).
De solver test 21 × 21 × 21 = 9.261 combinaties (wanneer alle drie posten relevant zijn) en kiest de combinatie met de laagste totale belasting voor het huishouden.
Bron: Belastingdienst — Gezamenlijk drempelinkomen zorgkosten · Belastingdienst — Samen aangifte doen met fiscaal partner · Wet IB 2001 art. 6.1 lid 2 en art. 6.20.
Voor elke vrije toedeling-post test onze calculator 21 verdelingen (van 0% naar 100% in stappen van 5%) en herberekent telkens de volledige huishoudens-belasting. De combinatie met de laagste totale belasting wordt aangeboden als suggestie. De berekening duurt minder dan een seconde en gebeurt volledig in uw browser — geen data verlaat uw apparaat.
De solver houdt bij de optimalisatie expliciet rekening met:
De solver vindt een lokaal optimum binnen de 5%-stappen. In zeldzame gevallen kan een fijnere stapgrootte (bijv. 1%) nog enkele euro's extra opleveren — maar voor de meeste situaties is een 5%-resolutie ruim voldoende en levert het zoeken naar een fijner optimum geen meetbaar verschil meer op.
De Na-Belasting Rendement Score (0–100) is een deterministische, data-onderbouwde weegschaal van SlimBelast. Pure belastingbesparing kan misleidend zijn als er een grote rendementsprijs aan vastzit (lock-up, onzekerheid, complexiteit). Een hoge score = directe, zekere besparing met behoud van liquiditeit. Een lage score = significante afwegingen.
Elke optimalisatie wordt berekend met dezelfde formule op basis van vijf inputs uit uw situatie:
Plus een basis-bonus van 20 punten zodat normale situaties (€500-€2.000 besparing, liquide, simpel) in de 60-80 range vallen. De totaalscore wordt geclampd tussen 0 en 100.
| NBR-score | Kwalificatie | Betekenis |
|---|---|---|
| 80–100 | Direct toepasbaar | Wettelijk recht, liquiditeit behouden, simpel |
| 65–79 | Goed haalbaar | Sterke besparing met overzichtelijke voorwaarden |
| 50–64 | Aandachtspunten | Significante trade-off (lock-up, onzekerheid of complexiteit) |
| 0–49 | Veel afwegingen | Combinatie van factoren maakt deze indicatie minder vanzelfsprekend |
De NBR-score is een indicatieve richtlijn op basis van algemene kenmerken van een regeling — geen persoonlijk fiscaal of financieel advies. Voor uw specifieke situatie kan een fiscalist nuanceren wat hier in algemene termen wordt weergegeven.
De Belastingdienst hanteert twee grenzen die bepalen of een berekend bedrag daadwerkelijk wordt opgelegd of uitbetaald. Onder deze grenzen vindt geen incasso of uitbetaling plaats. Deze calculator toont wel het berekende bedrag en geeft een waarschuwing als het onder de aanslaggrens valt.
Als u na uw aangifte minder moet bijbetalen dan de aanslaggrens, wordt er geen aanslag opgelegd (een zogenoemde nihilaanslag). U bent dan ook geen belasting schuldig.
| Jaar | Aanslaggrens |
|---|---|
| 2024 | € 56 |
| 2025 | € 58 |
| 2026 | nog niet officieel bevestigd, vermoedelijk € 58 – € 60 |
Als de Belastingdienst u geld zou moeten teruggeven onder de teruggaafgrens, wordt er niets uitbetaald. Aangifte doen heeft dan voor de teruggave geen zin.
| Jaar | Teruggaafgrens |
|---|---|
| 2024 | € 18 |
| 2025 | € 19 |
| 2026 | nog niet officieel bevestigd, vermoedelijk € 19 – € 20 |
Had u in de loop van het belastingjaar een voorlopige aanslag waarop u maandelijks moest betalen? Dan geldt de aanslaggrens niet meer. Elk verschil tussen voorlopige en definitieve aanslag moet u dan betalen, ook als dat onder € 58 blijft.
Heeft u maandelijks geld teruggekregen via een voorlopige aanslag (bijvoorbeeld door hypotheekrenteaftrek)? Dan rekent de Belastingdienst de bruto-belasting tegen de aanslaggrens, niet het netto verschil. Het bedrag dat u maandelijks ontving, telt niet mee bij de berekening.
De aanslaggrens werkt op het totaal van box 1, 2 en 3 — niet per box. Als u in elk van de drie boxen € 30 moet betalen (totaal € 90), dan gaat dat boven de grens en moet u de volle € 90 betalen.
Onze calculator toont een groene info-melding bij het eindresultaat als uw te-betalen-bedrag (alle boxen samen) onder de aanslaggrens van € 58 valt. De waarschuwing vermeldt expliciet de uitzondering voor wie een voorlopige aanslag had — zodat u niet ten onrechte denkt dat u niets hoeft te betalen.
Belangrijk: de calculator verlaagt het berekende bedrag niet automatisch naar € 0. Het berekende bedrag is fiscaal correct; of u het ook moet betalen, hangt af van uw voorlopige aanslag-situatie die de calculator niet kan kennen.
Bron: belastingdienst.nl — Definitieve aanslag inkomstenbelasting · belastingdienst.nl — Moet ik aangifte doen?
Alle berekeningen volgen de officiële methodiek van de Belastingdienst zoals beschreven in de aangiftehandleiding 2026 (28 hoofdstukken). Tarieven en bedragen zijn ontleend aan het Belastingplan 2026 zoals aangenomen door de Tweede Kamer. De vrije toedeling-functionaliteit (sectie 6) volgt het stappenplan dat ook in de online aangifteomgeving (OLAV) van de Belastingdienst wordt gehanteerd.
Voor box 3 worden voorlopige forfaits gebruikt zoals bekendgemaakt in november 2025. De definitieve forfaits voor spaargeld en schulden worden in januari 2027 vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde rente.
De berekeningen in onze calculator zijn gevalideerd via een geautomatiseerde testsuite van 101 fiscale scenario's, die continu draait bij elke wijziging in de tool.